Raad van State en Rekenkamer ontraden investeringsfonds

Nationaal Groeifonds Minister Hoekstra zet volgens twee belangrijke adviesorganen de Tweede Kamer buitenspel bij de oprichting van een nieuw investeringsfonds.

Ministers Hoekstra (Financiën, CDA) en Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) vorige week bij de presentatie van het Nationaal Groeifonds.
Ministers Hoekstra (Financiën, CDA) en Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) vorige week bij de presentatie van het Nationaal Groeifonds. Foto Koen van Weel/ANP

Het wetsvoorstel dat minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) heeft ingediend voor de oprichting van het Nationaal Groeifonds voldoet niet. Dat schrijven de Raad van State en de Algemene Rekenkamer in hun adviezen erover.

Thom de Graaf, vicepresident van de Raad van State, schrijft in zijn advies dat het kabinet met het voorgenomen plan „afbreuk doet aan de controlefunctie van het parlement”. Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer, zegt in een toelichting dat het kabinet het nieuwe investeringsfonds „op een oneigenlijke en gekunstelde manier” door het parlement wil loodsen.

Beide scherpe en afwijzende adviezen zijn door het kabinet genegeerd, want het wetsvoorstel is dinsdagmiddag met alle andere Prinsjesdagstukken onveranderd naar de Tweede Kamer gestuurd. Die zal hier, bij de behandeling van de departementale begroting voor Financiën, uiteindelijk over moeten oordelen.

Met het nieuwe investeringsfonds wil het kabinet de komende vijf jaar voor 20 miljard euro aan investeringen gaan doen, die de economische groei op lange termijn zouden moeten stimuleren.

Hoekstra heeft ervoor gekozen om voor het nieuwe investeringsfonds niet een wettelijk verankerd ‘begrotingsfonds’ op te richten. Hij kiest een juridische omweg door een zogeheten ‘niet-departementale begroting’ aan zijn deel van de rijksbegroting toe te voegen – de begrotingshoofdstukken Financiën en Nationale Schuld.

Daarmee omzeilt de minister van Financiën volgens de Raad van State een goede controle door de Eerste en Tweede Kamer op deze extra overheidsuitgaven.

Lees ook: hoe werkt het nieuwe investeringsfonds precies?

Door het fonds op deze manier door het parlement te loodsen is de toelichting erop summier, aldus de Raad van State. Voor een normaal begrotingsfonds zou het kabinet de doelstellingen uitgebreid moeten omschrijven. Dat is nodig om te voorkomen dat de beoogde miljarden „ondoelmatig” worden besteed, schrijft vicepresident De Graaf in zijn advies van 7 september, dat dinsdagmiddag eveneens naar de Tweede Kamer is gestuurd. „Tevens is daarmee voor het parlement duidelijk waarop het de regering kan controleren.” Dat is nu dus niet het geval.

‘Explosie van fondsen’

Inhoudelijk heeft de Raad van State ook de nodige kritiek op het nieuwe miljardenfonds. Die baseert de raad op eerdere bevindingen van de Algemene Rekenkamer. In zijn advies aan minister Hoekstra somt de Rekenkamer-president die nog eens op.

Allereerst zouden de voorgenomen extra investeringen gewoon via bestaande departementale begrotingen kunnen lopen: de aanleg van spoorwegen bijvoorbeeld via het Infrastructuurfonds en geld voor kennisontwikkeling via het ministerie van Onderwijs. Daarnaast bestaan er al talloze investeringsfondsen van het rijk met hetzelfde doel: economische groei. Visser in een telefonische toelichting: „Er is in de afgelopen decennia een explosie van investeringsfondsen geweest. Met de komst van InvestNL zijn het er 31. Waarom moet er nu weer een nieuw fonds worden opgericht?”

Thom de Graaf van de Raad van State schrijft in zijn brief: „Nu de doelstellingen veel overlap vertonen, zouden de beoogde investeringen ook via de bestaande instrumenten kunnen plaatsvinden of tijdelijk via de departementale begrotingen.”