Guy van Grinsven in zijn galerie.

Foto Chris Keulen

Interview

‘Dit jaar was misschien wel mijn laatste 9/11 waarop ik na kan vertellen wat er die dag gebeurde’

Guy van Grinsven Guy van Grinsven huurde een galerie voor zijn eigen werk nadat hij de diagnose ALS kreeg. De aanslagen van 9/11 zetten hem op de kaart als fotograaf.

Niet meer dan een zucht, dat is wat Guy van Grinsven hoorde op het moment dat de Noordtoren van het World Trade Center voor zijn ogen instortte. „Alsof het leven van de duizenden die op dat moment overleden in de lucht opging.”

Van Grinsven zou later die dag eigenlijk een fotoshoot hebben op de 107de verdieping van het WTC. In plaats daarvan filmde hij zichzelf voor de net ingestorte toren, om een videoboodschap voor zijn zoon Mick op te nemen: „Dit wordt iets wat in de historie heel belangrijk zal blijken, en dit film ik dus voor jou.” Op 11 september 2001 was Guy van Grinsven (71) de enige Nederlandse fotograaf en televisiemaker die de instortende torens en de ontredderde gezichten van New Yorkers vastlegde, precies op het moment dat hun stad in het hart geraakt werd.

Negentien jaar later zit Van Grinsven in zijn galerie in het centrum van Maastricht, omringd door een leven aan fotografie: van de kroning van Beatrix en glamourfoto’s voor de Playboy tot de huldiging van wielrenner Tom Dumoulin en documentaire-fotografie in Nepal. De meer dan één miljoen foto’s die hij in zijn carrière in alle uithoeken van de wereld maakte, zijn niet in één stijl te vatten. Zijn beige Billingham-fototas, die jaren trouwe dienst deed, ligt doorleefd in een vitrine. Van Grinsven, terwijl hij ondeugend naar het levenloze object kijkt: „Die was overal bij, dus ik ben blij dat-ie z’n bek houdt.”

Maar nu komt zijn enerverende leven langzaam tot stilstand: een jaar geleden kreeg hij te horen dat hij de progressieve spierziekte ALS heeft. Zijn spieren laten hem meer en meer in de steek. Het begon, toevallig genoeg, op 11 september vorig jaar. Hij hield een lezing over wat hij meemaakte tijdens de aanslagen, zoals hij vaker deed op 9/11, de beruchte datum. Maar deze keer was anders: „Ik kon opeens niet meer goed praten, net zoals nu”, zegt Van Grinsven op het voor ALS-patiënten kenmerkende, trage tempo.

Een tekening in trance

Ondanks het langzame praten vertelt hij bezoekers van zijn galerie graag over de dag die hem definitief op de kaart zette als fotograaf. „Dit jaar was misschien wel mijn laatste 9/11, of in ieder geval de laatste waarop ik na kan vertellen wat er die dag gebeurde.”

Hij wijst naar een tekening van de Noordtoren, WTC I. „Op het kruispunt van Thompson Street en Canal Street zat een kunstenares een pentekening te maken van de brandende Noordtoren, die net was ingestort. Ze keek naar de toren die er niet meer was, en tekende rustig verder. Pas toen ik haar aansprak, kwam ze uit haar trance.”

Na lang aandringen verkocht ze hem de laatste tekening die van de torens werd gemaakt, voor 750 dollar. „Daarna voelde ik mijn trillende broekzak die dag voor het eerst. Een sms van mijn toen 16-jarige zoon Mick: ‘Jou kennende zal je wel weer met je neus vooraan hebben gestaan.’ Jaren later heb ik die kunstenares, Usawa heette ze, nog terug proberen te vinden. Ik heb me helemaal de tyfus gezocht, tot aan een oproep in een lokale krant. Waarschijnlijk is ze niet meer daar. Misschien is ze wel dood.”

Nu zijn eigen dood sneller nadert dan verwacht, heeft Van Grinsven het roer omgegooid. Hij zit hele middagen rustig in zijn eigen galerie, die hij samen met vriend Cor Jongen heeft gehuurd zodra hij de diagnose ALS kreeg. Drie weken later opende ‘Guy. & CO Gallery’. „Ik heb voor 150 jaar geleefd”, zegt hij tegen iedereen die vraagt hoe het nu gaat.

Foto Guy van Grinsven
Op 9/11 zaten hier in New York op straat uitgetelde en verslagen brandweermannen.
Foto Guy van Grinsven
Op 9/11 fotografeerde Guy van Grinsven een van de brandende torens van het WTC.
Foto Guy van Grinsven
Foto’s Guy van Grinsven

Dat roerige leven begon als tekenaar bij vliegtuigfabrikant Fokker in Amsterdam. „Het was begin jaren zeventig, een wilde tijd. Maar hier in het katholieke zuiden was het natuurlijk allemaal net wat anders dan in Amsterdam, dus vluchtte ik met mijn toenmalige vriendin het avontuur tegemoet en ging aan de slag bij Fokker.”

Al snel ontdekte Van Grinsven dat de vliegtuigbouwer ook een fotodienst had, die de verschillende toestellen vastlegde op de gevoelige plaat. Dat werd het begin van zijn carrière als de inmiddels bekendste fotograaf van Limburg, waar hij zich na tien jaar in de Randstad opnieuw vestigde. Nét over de Belgische grens naast Maastricht. Hij woont er nog steeds met zijn vrouw Marij.

Schaatsbaanliefde

Guy van Grinsven: „Ik ben al verliefd op haar sinds mijn twaalfde, toen ik een bijbaantje had op de schaatsbaan: ik veegde met zo’n bezem het ijs schoon. En zij kon prachtig kunstschaatsen; als ze met haar blonde lokken achter zich aan een pirouette maakte, draaide de hele ijsbaan om haar heen. Vanachter het hek keek ik naar die blonde prinses, wachtend tot ik het ijs kon vegen. Ze zag me niet staan, want ze was zes jaar ouder. Een leven later kwam ik haar weer tegen in Maastricht. We kregen verkering en later onze zoon, Mick.”

Toen zijn zoon geboren werd, zat de toen 35-jarige fotograaf in het vliegtuig naar New York. Hij had fotoshoots in de VS gepland en de zwangerschap duurde langer dan verwacht. De geboorte heeft hij nooit vast kunnen leggen, maar sinds die slecht getimede vlucht maakt Van Grinsven ieder jaar op zijn zoons geboorteminuut een foto van hem. „Dat is altijd gelukt. Op de middelbare school heb ik achter gordijnen en in kasten gezeten om hem op die precieze minuut te fotograferen. Ik denk niet dat hij dat altijd even leuk heeft gevonden.”

De recentste van die reeks foto’s nam Guy van Grinsven op 13 maart, om 15.05 uur. Op die geboorteminuut en in het bijzijn van Mick trouwde hij die dag met Marij, terwijl hij een foto maakte met de zelfontspanner. Ze had nooit willen trouwen, maar met de naderende dood van haar partner leek dit het beste om te doen. „Is ze toch nog met me getrouwd om het geld”, lacht hij.

„Fransje, Hey cómo estás? Hoe gaat het?”, roept Van Grinsven verheugd. Een man komt strompelend de galerie binnen. Het is goede vriend Frans Balter: „Godverdorie, m’n heupen. Wandelen is afzien voor mij.” De vrienden blijken elkaar al veertig jaar te kennen. Van Grinsven: „Ik ben blij dat je binnenvalt Frans, niemand gelooft alle avonturen die ik meemaak, maar jij bent het levende bewijs.”

De Hasselblad van Van Grinsven.Foto Chris Keulen

Ze vertellen over die keer dat ze een keer op de bonnefooi afreisden naar Nepal en prompt in een burgeroorlog terechtkwamen. Frans Balter laat de foto’s zien. „Ik gá gewoon altijd. Er zijn mensen die zeggen dat ze nooit iets meemaken, maar die doen ook niets”, vindt Van Grinsven.

En hij vervolgt: „Járen geleden bedacht ik eens een avonturenprogramma met BN’ers die diamanten moesten zoeken in Zuid-Amerika: Special Adventures. Patty Brard, Martin Gaus en de hele cast van Medisch Centrum West gingen mee. Op de bonnefooi, niets was voorgeproduceerd. Ik heb daar toen nog een vliegcursus gevolgd, omdat we ons wel eens moesten verplaatsen met van die kleine privévliegtuigjes en een piloot een keer ladderzat was. Ik wilde leren hoe ik in zo’n situatie een vliegtuig veilig zou kunnen laten landen. Eigenlijk het tegenovergestelde van wat die kapers bij 9/11 hebben geleerd, die wilden alleen het vliegtuig kunnen laten opstijgen en in de lucht houden.”

Toekomstplannen

Het is lastig om door ALS de controle te verliezen, als je iemand bent die ooit vliegcursussen volgde om die controle juist in eigen hand te houden. Van Grinsven: „Iedere dag kan ik minder, ik kan mijn eigen naam niet eens meer schrijven. Frans moet me morgen helpen met een fotoshoot, want ik kan niets meer tillen. Ik ben alles aan het opruimen nu ik weet dat het einde komt. Mijn bedrijven zijn verkocht en ik heb draaiboeken uitgeschreven voor als het zo ver is, die staan in een mapje op mijn bureaublad. Ik wil niet dat de mensen om me heen zich daar druk over moeten maken. Het wordt op mijn afscheid ook geen eindeloos geouwehoer waar ik me zelf aan zou ergeren. Binnenkort krijgt mijn zoon de laatste tekening van WTC I terug, die nu nog boven zijn oude bed in ons huis hangt.”

Die tekening blijft volgens hem een constante herinnering aan die keer dat zijn leven bijna in een van die torens was geëindigd. „Ik ben een tevreden mens, ik zit al 19 jaar in mijn reservetijd. Marij houdt zich goed als ik er bij ben, maar ik weet hoe zwaar dit voor haar is. Ze is 76, al is dat niet aan haar af te zien.” Het maakt hem emotioneel. „Fransje, pak eens een fles cava, die krijg ik niet meer open.”

Er wordt geproost en gedronken en zijn vriend wil weten wat er morgen gefotografeerd gaat worden. Van Grinsven: „We gaan bloemen fotograferen. Een bedrijf heeft een middel ontwikkeld om verse bloemen zo te conserveren, dat ze twee jaar goed blijven. Balder: „Dat kunnen ze misschien bij ons ook doen!” Van Grinsven: „Dat zei ik ook tegen die vrouw! Is dat niet wat voor mij, met een kleine modificatie?”

Als zijn spieren hem niet in de steek hadden gelaten, zou hij nu gebulderd hebben van het lachen. Maar de grijns op zijn gezicht zegt genoeg.

Correctie (17 september 2020): in een eerdere versie van dit artikel stond dat Guy van Grinsven een galerie heeft gekocht. Dat moet zijn: gehuurd.