Kabinet: het is slim om jezelf uit de crisis te investeren. Maar wie draagt de risico’s?

Crisisbeleid De mantra van Rutte III luidt: investeren om uit de crisis te komen. Maar doet het kabinet dat ook? Er is een parallel met pensioenfondsen: jezelf uit de crisis beleggen. Dat kan behoorlijk fout gaan, zoals ooit bij Shell.

Werknemers van diverse Shell-vestigingen verzamelden zich in 2005 bij het hoofdgebouw van Shell in Pernis, toen het bedrijf niet inging op een ultimatum in een conflict over de pensioenregeling.
Werknemers van diverse Shell-vestigingen verzamelden zich in 2005 bij het hoofdgebouw van Shell in Pernis, toen het bedrijf niet inging op een ultimatum in een conflict over de pensioenregeling. Foto Guido Benschop/ANP

Pijnloos, probleemloos en ogenschijnlijk kosteloos. Jezelf uit de economische crisis investeren. Het is de mantra die het kabinet Rutte III dinsdag in de praktijk heeft gebracht. Laat het geld, de investeringen, het werk doen.

Hetzelfde idee, dat geld de crisis oplost, zie je opkomen in de pensioenwereld. Als de pensioenfondsen meer aandelen kopen, komen ze wel uit de pensioencrisis, betogen drie topeconomen in vakblad ESB. Je kunt jezelf uit de pensioencrisis beleggen, is de boodschap. Meer rendement, lagere kosten.

Iedereen wint, net als in de investeringsfilosofie van Rutte III.

Jezelf à la de legendarische baron Von Münchhausen met geleend geld uit het economisch moeras trekken. Het klinkt te mooi om waar te zijn. Wie neemt de onvermijdelijke risico’s voor zijn rekening als het toch niet lukt? Vrijwilligers?

Beleggen met geleend geld

Het begin van het antwoord op die vragen ligt een jaar of vijftien geleden. Het pensioenfonds van de Nederlandse werknemers van Shell had iets nieuws bedacht. Het fonds had zijn vermogen toen al grotendeels in aandelen belegd. Dat deden wel meer pensioenfondsen van multinationals. Maar daarbovenop had het fonds ook nog eens geld geleend voor investeringen in zogeheten hedge funds: beleggingen met een wat hoger rendement en navenant risico. Die beleggingen met geleend geld deden het een paar jaar best aardig en gaven extra rendement.

Toen brak medio september 2008 de kredietcrisis uit. Aandelenkoersen kelderden, de hedge funds kelderden nog harder en Shell moest met 2 miljard euro bijspringen om zijn tot dan toe puissant rijke pensioenfonds te redden.

Wat is de relatie tussen dat miljardendebacle en het begrotingsbeleid nu? Bezuinigen is dom, zegt Rutte III, geld lenen om te investeren is slim.

Investeren in de toekomst, wie kan daar tegen zijn?

Het kabinet bedoelt met uit de crisis investeren: lenen voor uitkering en subsidie

Voor minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) is geld lenen zo goed als gratis, zo laag is de rente. Dat is de drijfveer om met geleend geld de crisis te bestrijden. De 20 miljard euro van het Nationaal Groeifonds dat het kabinet vorige week aankondigde voor investeringen in kennis, onderzoek en infrastructuur, wordt volledig betaald met geleend geld. Geld lenen voor extra rendement, dat was precies het lepe van het Shell pensioenfonds.

Het Centraal Planbureau raamt dat het Groeifonds volgend jaar ongeveer 1 miljard euro daadwerkelijk investeert. Daar komt Nederland niet mee uit de crisis. Dat roept de vraag op: hoeveel investeert de overheid eigenlijk in de economie? Vorig jaar ging het om ruim 27 miljard euro in gebouwen en andere bezittingen, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS. Daar komt dit jaar een beetje bij. Het kabinet haalt geplande investeringen in infrastructuur naar voren. Dat is tot 2025 1,5 miljard euro.

Is dat alles? Is dat ons-uit-de-crisis-investeren? Nee.

Het kabinet bedoelt met investeren: geld uitgeven. In het politieke jargon is een uitgave namelijk vrijwel identiek aan een investering.

In het echt is dat niet zo. Als u met vriend(inn)en uit eten en drinken gaat, doet u een uitgave. Als u die tijd en dat geld besteedt aan het volgen van een cursus, doet u een investering. U geeft geld uit om kennis en vaardigheden te vermeerderen die later een hoger inkomen kunnen opleveren.

Als het kabinet zegt dat Nederland zich uit de crisis investeert, bedoelen de ministers: we lenen extra geld voor sociale uitkeringen, loonsubsidies en andere maatregelen tegen economische krimp en werkloosheid. De bulk van de overheidsuitgaven van 336 miljard euro volgend jaar ondersteunt de inkomens en bestedingen. Dat zijn uitgaven. Een investering zou zijn: een omscholing waarmee iemand met een bedreigde baan nieuw werk kan vinden. Die investeringen zijn een bescheiden deel van de uitgaven.

Jezelf uit de pensioencrisis beleggen, kan dat ook?

Het pensioenstelsel wordt de komende jaren drastisch gewijzigd. Drie economen, Coen Teulings (ex-CPB-directeur), Arnoud Boot (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) en Paul de Beer (hoogleraar Universiteit Amsterdam), laten in vakblad ESB zien dat het recente pensioenakkoord van kabinet, werkgevers en vakbonden ook een vorm van liberalisering en financiële marktwerking is. Knellende regels van toezichthouder De Nederlandsche Bank verdwijnen. Ze mogen grotere risico’s nemen.

De drie economen rekenen met scenario’s voor dat een verdubbeling van de aandelenbeleggingen van pensioenfondsen op langere termijn meer rendement oplevert (fijn voor gepensioneerden), maar minder geld kost. Dat is fijn voor werkgevers en werknemers die de premies moeten betalen.

Ook hier biedt het verleden wat vergelijkingsmateriaal. Terug naar de jaren negentig van de vorige eeuw. Nieuwe analyses hadden toen laten zien dat je met meer aandelenbeleggingen wat meer risico nam. Maar je verdiende dat dubbel en dwars terug met minder premie en meer rendement. Terwijl de economie groeide, stegen de beurskoersen nog harder. De pensioenwereld zwom in het geld. Premies werden verlaagd, soms tot nul. Dat leidde tot meer winst voor bedrijven en meer koopkracht voor werknemers.

Toen kwam de afrekening. In 2001 en 2002 zorgde een economisch neergang voor een koersval op de beurzen. De pensioenwereld bleek opeens op heel dun ijs te schaatsen. In allerijl moesten de premies verhoogd worden én moesten de pensioenen worden versoberd. Dat markeert het begin van een pensioencrisis die zich maar steeds voortsleept: hoge premies en bevroren pensioenen.

En als de rente stijgt?

Jezelf uit de crisis investeren en beleggen kent, zo liet het Shell pensioenfonds zien, ook vervelende risico’s. Wie draagt de risico’s als de rente op staatsleningen toch gaat stijgen? Of als het Groeifonds niet levert, maar de staatsleningen afgelost moeten worden? Of als een beurscrisis een kwart van het pensioenvermogen wegslaat?

Bij de rijksbegroting staan bedrijven en burgers garant. Zij moeten meer belasting betalen of bezuinigingen slikken (uitkeringen, gezondheidszorg, onderwijs).

In de scenario’s van Teulings, Boot en De Beer staan de werknemers garant bij een beurskrach. Extra premies moeten de verliezen compenseren. Het debacle van het Shell pensioenfonds onderstreept dat zulke garanties substantieel moeten zijn en direct beschikbaar. Kúnnen werknemers dat betalen? Willen ze dat ook?

Veel mensen kijken anders naar verlies dan naar winst. Ze hebben een grotere hekel aan verlies - een plotselinge premie-explosie - dan dat zij vreugde beleven aan vergelijkbare winst.