Rutte III geeft extra geld uit – en de kiezer vindt het prachtig

Analyse Door fors te investeren, beantwoordt het kabinet aan de wens van kiezers. Ideologisch kruipen de vier coalitiepartijen naar elkaar toe.

Premier Mark Rutte (VVD) en vicepremier Hugo de Jonge (CDA) bij het uitspreken van de Troonrede
Premier Mark Rutte (VVD) en vicepremier Hugo de Jonge (CDA) bij het uitspreken van de Troonrede Foto Koen van Weel/ANP

Politiek moest niet meer gaan over abstracte cijfers, maar over mensen. Dat was de opdracht die de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zichzelf in 2017 gaven. Bij de start van het kabinet-Rutte III schreven ze in het regeerakkoord: „Politiek moet gaan over Nederland én Nederlanders.”

Maar het paradoxale is: júist als het over cijfers gaat, is er grote steun voor het kabinet. Deze week van Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen, de laatste reguliere begroting van Rutte III, is de boodschap: ondanks de coronacrisis geven wij extra geld uit. In tegenstelling tot de twee voorgaande jaren kwam het woord ‘staatsschuld’ niet voor in de Troonrede. Er wordt geïnvesteerd, bijvoorbeeld in een Groeifonds, infrastructuur, klimaatbeleid en woningbouw.

Dogma’s losgelaten

En kiezers vinden het fantastisch. Het kabinet komt tegemoet aan de wens van een belangrijk deel van de kiezers, zeker aan de flanken. Uit een peiling van bureau I&O Research bleek deze week dat 43 procent van de kiezers wil dat het kabinet (fors) meer gaat investeren nu het crisis is. Slechts 6 procent wil dat het kabinet gaat bezuinigen, en 46 procent van de kiezers wil een beetje van allebei. Vooral kiezers van SP, FVD en PVV, flankenpartijen dus, zijn vóór fors investeren.

Juist nu het kabinet de dogma’s over de overheidsfinanciën loslaat, groeit de waardering voor de economische aanpak. Zelfs een groot deel van de VVD- en CDA-kiezers „gaat akkoord met een lossere financieringsmoraal”, schrijft I&O Research, „terwijl ze een niet strikte begrotingsdiscipline voorheen als een doodzonde zagen.”

Misschien wel hierom is de waardering voor het kabinet, en zelfs voor ‘de politiek’ in het algemeen, gegroeid. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) schreef vorige week in De Sociale Staat van Nederland dat er een tevreden stemming heerst in het land, ondanks de beroerde economische vooruitzichten. Het vertrouwen „in elkaar en in de politiek” was in april fors toegenomen, en lag in juli nog altijd hoger dan vóór de crisis.

Lees ook: Burger ondanks corona positief over eigen leven

Polarisatie doorgezet

Maar als het níét over getallen gaat, ligt het anders. Op sociaal gebied heeft de polarisatie waar de vier partijen zo bang voor waren, doorgezet. De crisis lijkt voor een tweedeling te zorgen, merken de coalitiepartijen op. Peilingen laten zien dat de brede steun van de eerste maanden afkalft. Emoties lopen op: een deel van de bevolking wil strenger beleid, een ander deel juist minder streng. De sociale kloof in Nederland gaat over meer of minder coronamaatregelen, maar indirect ook over de invloed van de overheid op hun persoonlijke leven.

De vraag over meer of minder overheidsbemoeienis zal deze week veel gesteld worden tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Het politieke debat van de komende twee dagen biedt ruimte aan partijen om te reflecteren op kabinetsbeleid en eigen ideeën te delen. De meeste partijen, ook in de christelijk-liberale coalitie, zullen pleiten voor een zorgzame overheid, en zich afzetten tegen al te veel liberaal individualisme.

Lees ook dit interview met Rob Jetten en Gert-Jan Segers: Tegenpolen op weg naar de eindstreep

‘Breek het liberale feest op’

Gert-Jan Segers, fractievoorzitter van de ChristenUnie, heeft zich al over dit onderwerp geuit. Hij is de enige van de vier fractievoorzitters die partijleider én lijsttrekker is. Segers presenteerde deze maand een manifest, Aandacht voor wat echt telt, met zijn ideeën voor Nederland na de verkiezingen. Daarin keert hij zich nadrukkelijk tegen het liberale mensbeeld, dat Nederland tot een individualistisch land zou hebben gemaakt. In zijn manifest pleit Segers voor een samenleving waarin de zorg voor elkaar centraal staat. „Het is tijd om het liberale feest op te breken.”

Het verhaal van Segers toont veel raakvlakken met dat van de nieuwe CDA-leider, minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport). In zijn eerste lezing als lijsttrekker voorspelde hij deze zondag „het einde van het neoliberalisme” in 2020. „De liberale agenda van grenzeloze vrijheid, van globalisering en doorgeschoten marktdenken heeft geleid tot een samenleving waar het recht van de sterkste veel te veel ruimte heeft gekregen.” De Jonge hield een pleidooi over solidariteit en gemeenschapszin.

Het was nota bene een VVD’er, fractievoorzitter Klaas Dijkhoff, die de discussie over het liberalisme vorig jaar aftrapte. Hij schreef een discussiestuk, Liberalisme dat werkt voor mensen, waarin hij pleitte voor meer aandacht voor de middeninkomens. Hij wilde niet meer „focussen op liberale middelen”. Hij pleitte ook voor „warme en inclusieve liberale basiswaarden, die niet leiden tot „een land vol individualisten en egoïsten”. Of Dijkhoff zijn betoog na de verkiezingen in de praktijk om wil zetten en of VVD-leider Mark Rutte dat als premier wil blijven doen, wordt rond december pas bekend gemaakt.

En zelfs in het kosmopolitisch-liberale D66 schuift het debat op. De pas gekozen lijsttrekker, minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking), schreef begin deze maand in een manifest dat „de mens weer centraal moet staan in de economie”. Kaag schreef: „We hebben mensen in systemen proberen te duwen, we hebben efficiëntie op een voetstuk geplaatst, we zijn vergeten elkaar te vertrouwen.”

Eensgezindheid

Zo kruipen de vier coalitiepartijen ideologisch naar elkaar toe. Segers zei dinsdag in NRC dat ze „dezelfde richting op denken”. Dat neemt niet weg dat het stroef loopt in de coalitie. Op de besluitvorming van de zomer kijken de coalitiepartijen met tevredenheid terug: die liep soepeler dan verwacht. Maar de eensgezindheid was verdwenen waar het de kwestie rond de opvang van vluchtelingen uit Moria betrof.

Bovendien moeten de partijen eensgezind optreden wat het coronabeleid betreft. Midden in een kabinetsperiode, als de rust bewaard moet worden, werkt dat uitstekend. Maar nu de campagne langzaam opstart, is het ook van belang zich van elkaar te onderscheiden. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen zal de coalitie door de oppositie gedwongen worden om eensgezind gezamenlijk beleid te verdedigen. Voor dit dilemma moeten de vier partijen de komende twee dagen een oplossing verzinnen.