Geen advies, geen vergoeding

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal civiel recht.

Foto Remko de Waal / ANP

Een man stapt in 2012 naar ABN Amro omdat hij zijn slechte pensioenpositie wil verbeteren. Hij sluit een pensioenspaarregeling af die bij zijn pensionering in 2019 maandelijks een lijfrente uitkeert en legt 20.000 euro in.

De man en zijn echtgenote blijken recht te hebben op een AIO-uitkering: die vult voor mensen met een onvolledige AOW en weinig vermogen het inkomen aan tot het sociaal minimum. De lijfrente wordt echter in mindering gebracht op de AIO-uitkering. „De pensioenvoorziening die we op het advies van ABN Amro hebben gerealiseerd, levert dus in het geheel niets op”, schrijft de man de bank.

Via de rechter stelt hij ABN Amro aansprakelijk voor het schenden van de bijzondere zorgplicht en eist ruim 7.000 euro compensatie. De kantonrechter stelt hem deels in het gelijk en oordeelt dat ABN Amro inderdaad de zorgplicht schond, maar kent ‘slechts’ 472 euro compensatie toe.

De man gaat daarop in hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden. Dat komt tot een andere conclusie. Of de zorgplicht van toepassing is, hangt mede af van de vraag of sprake is van advisering. En dat is niet het geval. „Er is geen financieel plan of adviesrapport opgesteld door ABN Amro.” Van de bank kan niet worden verwacht worden dat ze de man in 2012 op de mogelijkheid van een AIO-uitkering in 2019 wees. Bovendien is met het lijfrenteproduct niets mis.