Analyse

Deal Israël-Emiraten: het gesloten Arabische front vertoont barsten

Deal Israël-golfstaten Sommige Arabische staten zijn bereid zaken met Israël te doen zonder dat hun solidariteit met de Palestijnen een hinderpaal is.

Lange tijd leek Donald Trump na bijna vier jaar van dikwijls zwalkend Midden-Oosten-beleid met lege handen de presidentsverkiezingen van 3 november in te gaan. Tot er vorige maand na Amerikaanse bemiddeling toch nog een verrassend akkoord uitrolde tussen Israël en de Verenigde Arabische Emiraten.

Deze dinsdag ondertekenen de Israëlische premier Netanyahu en de Emiraatse minister van Buitenlandse Zaken Bin Zayed het ‘vredesakkoord’, dat de betrekkingen tussen beide landen normaliseert, in het Witte Huis.

Met een schuin oog naar de kiezers zal Trump erbij staan te glunderen. Zo kan hij zijn prestige weer wat opvijzelen nadat zijn plan voor vrede tussen Israël en de Palestijnen van begin dit jaar, door hemzelf ‘de deal van de eeuw’ genoemd, een stille dood was gestorven. Ook Netanyahu, die zijn plannen voor annexatie van Palestijnse gebieden voorlopig moest inslikken in ruil voor dit akkoord, is tevreden. En de Emiraten hopen nu eindelijk Amerikaanse F-35-vliegtuigen te kunnen kopen, waarmee ze militair nog sterker zouden worden.

Een beslissende doorbraak vormt het Abraham-akkoord, zoals de VS het doopten, niet. Israël werkte al achter de schermen samen met de Emiraten. In die zin is het verdrag niet veel meer dan een formalisering van wat al bestond. Ook het feit dat een andere kleine Golfstaat, Bahrein, vrijdag vrede met Israël aankondigde, betekent nog geen grote ommekeer in het Midden-Oosten.

Barsten in gesloten front

Wel bewijst het akkoord dat althans sommige Arabische staten bereid zijn openlijk zaken met Israël te doen zonder dat hun traditionele solidariteit met de Palestijnen daarbij een hinderpaal vormt. Afgezien van Egypte en Jordanië weigerden de andere Arabische staten de afgelopen decennia te tornen aan het oude dogma: geen banden met Israël tot de Palestijnen een eigen staat hebben.

Dat gesloten front vertoont inmiddels barsten. Iets waarop Trump en zijn speciale gezant voor het Midden-Oosten, zijn schoonzoon Jared Kushner, al langer speculeren. Ook Netanyahu aasde op zo’n nieuwe diplomatieke doorbraak naar de Golfstaten.

De drie presenteren het als een historisch moment, dat de weg opent naar vrede in het Midden-Oosten. Meer Arabische staten zullen het voorbeeld van de relatief kleine Emiraten volgen, voorspelde Trump met grote stelligheid. „De grote zullen erbij komen”, zei hij. „Ik sprak met de koning van Saoedi-Arabië, dus we praten. We zijn de dialoog net begonnen. En je zult ze erbij zien komen.”

Zover is het nog lang niet. Vooral koning Salman is niet bereid de oude solidariteit met de Palestijnen te laten varen. Wel deden de Saoediërs een concessie. Israël mag over Saoedi-Arabië vliegen, naar de Emiraten en andere bestemmingen. Ook wijzen analisten erop dat het kleine Bahrein nooit zijn betrekkingen met Israël zou normaliseren tegen de zin van hun Saoedische beschermheren.

Veelzeggend was ook dat de Palestijnen geen voet aan de grond kregen bij de Arabische Liga met een resolutie om het verdrag tussen Israël en de Emiraten te veroordelen. Er was geen meerderheid te vinden. Wel herhaalden de lidstaten dat ze blijven streven naar een eigen Palestijnse staat.

Dat er iets schuift onder de Arabische staten is niet te danken aan onvermoede diplomatieke gaven van Trump en de zijnen maar aan enige strategische factoren. Zowel de Emiraten als Saoedi-Arabië maken zich, net als Israël, ernstige zorgen over Iran. Dit heeft zijn positie in het Midden-Oosten de laatste jaren flink versterkt. Ook Irans nucleaire programma boezemt hun schrik in.

Tegelijk zijn bij Arabische leiders twijfels gerezen of de VS wel bereid zijn hen militair te steunen op cruciale momenten. Te beginnen met de val van de Egyptische president Mubarak in 2011, gevolgd door het afzien van militair ingrijpen door president Obama na gebruik van chemische wapens door het Syrische regime tegen eigen burgers in 2015. Ten slotte deed ook Trump tot verbijstering van de Saoediërs opvallend weinig toen vermoedelijk Iraanse raketten in september 2019 de helft van de Saoedische olieproductie platlegden. Dit in weerwil van zijn harde opstelling jegens Iran. De liquidatie van de Iraanse generaal Soleimani eerder dit jaar was mede bedoeld om Trumps geloofwaardigheid in de regio te herstellen.

Wankelmoedige bondgenoot

De Arabische twijfels worden ook gevoed door het besef dat de VS minder afhankelijk zijn van het Midden-Oosten nu ze de grootste olieproducent ter wereld zijn. Ook daarom zijn de VS minder snel geneigd militairen in te zetten. Trump heeft die indruk versterkt door militairen terug te trekken uit Syrië en Irak, ook al waren conflicten er nog lang niet opgelost. Vorige week nog besloot hij het contingent in Irak te reduceren van 5.200 tot 3.000 man. Pro-Iraanse milities en China zullen dit aangrijpen om hun positie in Irak te versterken.

In plaats van zo’n wankelmoedige bondgenoot, hoe sterk ook, kun je misschien beter aansluiting zoeken bij Israël, redeneren sommige Arabische leiders. Israël zal de regio niet verlaten en is zo mogelijk nog feller tegen Iran dan Trump. Ook de handel met het hoogontwikkelde Israël kan lucratief zijn. De relaties met de VS hoeven er evenmin onder te lijden.

De Palestijnen lijken het kind van de rekening te worden, nu de Arabische leiders beginnen te schuiven. Zij lijken dit te beseffen. Op 3 september zaten voor het eerst in lange tijd vertegenwoordigers van de Palestijnse Autoriteit, Hamas en andere facties met elkaar om de tafel. Eendrachtig luisterden ze naar de vaak verguisde president Abbas (85), die hun plechtig voorhield dat ze moesten samenwerken in dit „erg gevaarlijke stadium”.