Zeeland wil getijdenenergie, maar het testcentrum wordt misschien gesloopt

Eb en vloed Zeeland wil voor 2030 serieus werk maken van getijdenenergie, maar tegenslag plaagt de technologie. De bouw van een testcentrum aan het Grevelingenmeer ligt stil. „Ik merkte dat de banken het iets te spannend vonden.”

De Flakkeese Spuisluis is al dertig jaar dicht, maar zou dit jaar heropend worden. Onder water zouden dan drie turbines kunnen draaien en elektriciteit opwekken in een testcentrum. Maar dat gaat niet door – in elk geval niet dit jaar.
De Flakkeese Spuisluis is al dertig jaar dicht, maar zou dit jaar heropend worden. Onder water zouden dan drie turbines kunnen draaien en elektriciteit opwekken in een testcentrum. Maar dat gaat niet door – in elk geval niet dit jaar. Foto Walter Herfst

‘Moet ik hem weghalen?” Ondernemer Menno Broers staat op de Grevelingendam in Zeeland en kijkt naar wat over is van de blauwe vlag die boven hem wappert. Op de flarden aan de mast zijn de letters TTC-GD nauwelijks meer leesbaar.

Tot vorig jaar was Broers hier aan het bouwen. Honderden meters stalen damwand plaatste zijn bedrijf BT Projects in het water aan de oostkant van het Grevelingenmeer bij Bruinisse. De damwanden moesten de basis worden voor een bijzonder project voor duurzame energie: een testlocatie voor getijdenturbines, het Tidal Technology Center Grevelingendam.

Hier ligt de Flakkeese Spuisluis, die al dertig jaar dicht is. Die sluis zou dit jaar heropend worden. Bijna onzichtbaar onder water zouden dan drie turbines kunnen draaien en elektriciteit opwekken in Broers’ testcentrum. Een soort windmolens, onder water.

Maar Broers mag niet verder werken. Vooral door financieringsproblemen liep de bouw zoveel vertraging op, dat Rijkswaterstaat deze zomer zijn vergunning voor het testcentrum introk. „Ik merkte dat de banken het iets te spannend vonden”, zegt de werktuigbouwkundige.

In 2030 wil Zeeland een serieus deel van zijn elektriciteit opwekken uit de kracht van het getij, staat in de klimaatplannen die de provincie dit voorjaar publiceerde. Het Grevelingenmeer is een van de weinige plekken in Nederland waar dat kan. Een wereldwijd toonaangevende getijdencentrale, westelijk in Zeeland in de Brouwersdam, zou in de tweede helft van dit decennium de doorbraak moeten worden. En het Tidal Technology Center, gelegen aan de oostkant van het Grevelingenmeer, zou daarvoor een mooie voorbereiding zijn.

Maar getijdenenergie is een technologie die nog niet klaar is voor de markt. „We hebben vijf jaar achterstand op zon en wind, misschien wel iets meer”, zegt Broers terwijl hij over het bouwterrein loopt. Zijn bouwstop is de zoveelste tegenslag voor getijdenenergie in Nederland, een technologie die al zo’n vijftien jaar in de opstartfase verkeert.

Franse kust

Zoals de wind eeuwig over de aarde waait en de zon altijd blijft stralen, zo is ook het getij overal. De hoeveelheid stroom die er wereldwijd mee kan worden opgewekt, wordt geschat op die van honderden elektriciteitscentrales. Al in 1966 werd in La Rance aan de Franse kust, waar het verschil tussen eb en vloed acht meter is, een stuwdam gebouwd met daarin flinke getijdenturbines. Die centrale draait nog altijd.

La Rance is ook nog altijd een van de grootste getijdencentrales ter wereld. Dat is geen goed teken. De verdere ontwikkeling van de technologie, voor toepassing op open zee of op plekken met minder spectaculair getij dan in Frankrijk, blijkt lastig en duur. Het invloedrijke Internationaal Energie Agentschap publiceerde juist vorige week een rapport van 400 pagina’s over alle technologie voor duurzame energie. Oceaanenergie, waaronder getijdenenergie valt, kreeg niet meer dan een voetnoot.

De techniek is veel duurder dan die voor zon en wind

Menno Broers is een van de mensen die dat wil veranderen. Ooit werkte hij voor olie- en gasprojecten op zee, tot hij tien jaar geleden de fossiele industrie vaarwel zegde. Sindsdien probeert hij getijdenenergie van de grond te krijgen. „Nederland is watermanager van de wereld. Met energie uit water kunnen we een belangrijk exportproduct creëren. En dan is het nodig dat je dat eerst in eigen land demonstreert.”

Onderwatermolens

Initiatieven zijn er genoeg. In 2015 kreeg Nederland zijn eerste en tot nog toe enige bescheiden centrale op getijdenenergie. Toen installeerde het Nederlandse bedrijf Tocardo, dat zelf turbines ontwikkelde, vijf onderwatermolens in de Oosterscheldekering. Destijds werden ook plannen gemaakt voor een grotere demonstratiecentrale in de Afsluitdijk, en begonnen daar tests met turbines door Tocardo en netwerkclub Dutch Marine Energy Centre (DMEC).

Lees ook dit verhaal over de de installatie van de turbines in de Oosterscheldekering uit 2015: Stroom uit getijden, schoon én duur

De initiatieven ontvingen miljoenen aan subsidies, maar konden de verwachtingen niet waarmaken. Tocardo ging in oktober 2019 voor de tweede keer in twee jaar failliet. Het bedrijf maakte een doorstart onder Britse eigenaren, maar de turbines in de Oosterscheldekering staan nog altijd stil. Ook bij DMEC wordt niet meer getest. Voor een grotere centrale bij de Afsluitdijk waren plannen, maar ook daar zit geen voortgang in.

Want de techniek is nog altijd te duur. „Je zit met je prijs te concurreren tegen systemen die wel commercieel zijn”, zegt Menno Broers. Elektriciteit maken met een windturbine of zonnepark kost in Nederland om en nabij de 5 respectievelijk 8 cent per kilowattuur, en de kosten dalen nog steeds. Voor getijdenenergie is dat minstens het dubbele, en dan nog alleen mits zulke centrales op serieuze schaal gebouwd gaan worden.

Zeeland wil dat. De provincie rekent erop dat in 2030 100 megawatt (MW) aan opwekcapaciteit voor ‘energie uit water’ zal zijn gebouwd. Dat is een ambitieus plan, want wereldwijd is er nog slechts 11 MW aan getijdenprojecten ingericht in vergelijkbare omstandigheden. De beoogde getijdencentrale in de Brouwersdam, waarover over twee jaar een besluit genomen wordt, is in de Zeeuwse plannen ingeboekt voor 25 MW – een enorm project.

Dat de technologie in de opstartfase blijft steken, noemt directeur Andries van Unen van turbinebouwer Tocardo – tevens enig overgebleven medewerker van het bedrijf – een „enorm probleem”. Getijdenenergie is net niet marktrijp, concludeerden twee onderzoeksbureaus vorig jaar in een rapport.

Zowel Tocardo als BT Projects kreeg één innovatiesubsidie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, maar vervolgaanvragen voor de subsidiepot Demonstratie Energie-innovatie (DEI) werden afgewezen. „Er wordt gezegd: de technologie is er, veel geluk”, zegt Van Unen. Vanaf dat moment zouden marktpartijen dus verder moeten investeren. Van Unen wijt de terughoudendheid ook aan het subsidiebeleid voor duurzame energie in Nederland. „Dat is omgebogen om Nederland zelf te verduurzamen, terwijl getijdenenergie vooral kansrijk is als exportproduct.”

Foto Walter Herfst

Beroerde waterkwaliteit

Zo kwam ook Broers’ testcentrum in de Grevelingen al snel in gevaar. Hij kreeg in totaal 8 miljoen euro subsidie: van het Rijk, de provincie Zeeland en wat Europees geld. Maar hij komt 9 miljoen tekort om het centrum, waar commerciële partijen schaalmodellen van hun turbines zouden kunnen testen, af te bouwen.

Al in 2018 vertrok zijn belangrijkste investeerder, waarvan hij de naam niet wil noemen. Door geldgebrek liep de bouw vertraging op. BT Projects kreeg het zwaar: geen van Broers’ acht medewerkers is nog in dienst. En bij Rijkswaterstaat raakte het geduld op. Rijkswaterstaat wil de Flakkeese Spuisluis snel openen om de beroerde waterkwaliteit van het Grevelingenmeer te verbeteren. „Wij hebben een spuisluis die niet doet wat-ie zou moeten doen”, zegt de woordvoerder.

Op 1 juli verliep de vergunning die Rijkswaterstaat aan BT Projects had verleend. Het Rijksvastgoedbedrijf peilt momenteel bij bedrijven of ze toch nog interesse – en geld – hebben om het testcentrum af te bouwen. „Op 1 januari 2021 willen we weten of een andere partij een doorstart kan maken, of dat we de sluis terugbrengen in de oude staat”, aldus de woordvoerder. Sloop en herstel kosten de staat „een substantieel bedrag”. D66 stelde Kamervragen.

„Als het project wordt afgemaakt door een marktpartij, is er niets aan de hand”, reageert Zeeuws gedeputeerde Jo-Annes de Bat (Economie, CDA). „Gelet op de eerste signalen van bedrijven die interesse hebben, ben ik daar ook hoopvol over.” Dat in zijn plannen staat dat de provincie over tien jaar 100 MW aan ‘energieprojecten uit water’ zal herbergen, daarover maakt De Bat zich geen zorgen. „Wij zijn ons heel erg bewust van de potentie van getijdenenergie.” De plannen kunnen elke twee jaar worden bijgesteld, benadrukt hij. „Als we alleen maar gaan opsommen wat er níét kan, dan komen we nergens.”

Op de Grevelingendam heeft Menno Broers het terrein laten zien. De drie testgoten, de plekken waar kantoor en testruimte moesten komen. Hij koestert nog hoop dat hijzelf dit jaar een financier vindt waarmee hij het centrum kan afbouwen. „Maar als dat niet kan, hoop ik dat iemand anders het doet.”

Terwijl het bezoek wegrijdt, loopt Broers naar de vlaggenmast om de gehavende blauwe vlag te strijken. Hij vouwt hem zorgvuldig op.