Wie oppositieleider wil zijn, moet nú opvallen

Algemene Politieke Beschouwingen Wie wordt de grote uitdager van Mark Rutte bij de verkiezingen? De oppositie begint deze week alvast aan dat gevecht. Het meest genoemd wordt de geduchtste opponent van Rutte: Geert Wilders.

Geert Wilders voelt zich thuis in het parlement; hij stunt met de regels en weet politiek handig in te spelen op de effecten van de coronacrisis.
Geert Wilders voelt zich thuis in het parlement; hij stunt met de regels en weet politiek handig in te spelen op de effecten van de coronacrisis. Foto Phil Nijhuis / ANP

Spreek deze dagen een fractievoorzitter uit de oppositie, het zijn er na wat afsplitsingen twaalf, en je weet: vooral voor hen staat er deze week veel op het spel. Na Prinsjesdag, op dinsdag, zijn in de Tweede Kamer de Algemene Politieke Beschouwingen. Officieel gaat het over de de rijksbegroting. Maar op het Binnenhof weet iedereen dat dit debat, twee dagen lang, het informele begin zal zijn van de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart. In de peilingen staat de VVD van premier Mark Rutte torenhoog bovenaan. De coalitiepartijen CDA, D66 en ChristenUnie kunnen niet heel veel tegen hem beginnen, hij verdedigt ook hún beleid. Maar voor de leiders van de oppositiepartijen die opnieuw lijsttrekker worden ligt er een kans die ze bijna allemaal zullen proberen te grijpen: zichzelf laten zien als dé tegenstander van Mark Rutte.

De oppositie staat sterk: de partijen hebben precies de helft van het aantal Tweede Kamerzetels en een meerderheid in de Eerste Kamer. Ze worden serieus genomen door de coalitie, en ze trekken vaak samen op, bijvoorbeeld toen het ging over verhoging van de zorgsalarissen en de politieke toekomst van minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA). Ook deze week zullen ze weer proberen om een meerderheid achter zich te krijgen om plannen van het kabinet te veranderen. Maar ze zullen ook moeten laten zien waarom hun verhaal beter is dan dat van de andere oppositiepartijen en waarom zij als leider veel beter Rutte uit zijn riante positie kunnen verstoten dan andere leiders.

‘Een echt toffe peer’

Hoe doe je dat? Een fractievoorzitter uit de oppositie heeft het over „een peloton van partijen die ongeveer even groot of even klein zijn”, na de VVD. Een ander noemt Mark Rutte „een van de fijnste mensen van het Binnenhof, een erg aardige kerel”. Oppositie voeren tegen „een echt toffe peer”, en dat gevecht in de ogen van kiezers ook nog eens winnen, dat is niet eenvoudig.

De waardering voor het kabinetsbeleid in de coronacrisis is nog altijd hoog. Toch, zegt Kees van der Staaij (SGP), neemt de polarisatie rondom het coronavirus toe, en dat is goed voor de oppositie. Maar, zegt hij, „een echte oppositieleider zie ik nu niet. Je zag iedereen wel een keer een motie indienen over zorgsalarissen. Daar zag je de fragmentatie goed.”

Thierry Baudet (FVD), die met zijn partij vorig jaar bij de Provinciale Statenverkiezingen de grootste werd, gaat het hebben over „de puinhopen van tien jaar Rutte”. Baudet zal terugkijken op tien jaar wanbeleid, zegt hij: „Denk aan stijgende zorgpremies, toenemende lastendruk, hogere energierekeningen, een toename van het aantal verkrachtingen.” Daar zal Baudet zijn eigen verhaal tegenover stellen. Hij heeft een filmpje gemaakt, dat deze week op tv te zien zal zijn en dat hij „getest” heeft op een partijbijeenkomst in Arnhem. Dat gaat over Nederland over twintig jaar, met thoriumcentrales en een luchthaven in de Noordzee.

De drie grotere linkse partijen GroenLinks, PvdA en SP, probeerden afgelopen jaren veel samen te werken. Ze dienden elk jaar een tegenbegroting in tegen Rutte III. Dit jaar doen ze dat opnieuw. In maart traden de drie leiders op in Amsterdam. Maar meteen na dat optreden groeide de argwaan tussen Jesse Klaver, Lodewijk Asscher en Lilian Marijnissen. Was Asscher niet té gretig de kandidaat-premier gaan spelen, vroegen ze zich af bij GroenLinks. Was Klaver niet te lief voor Rutte door automatisch voor alle begrotingen te stemmen, zeiden ze bij de PvdA. Zo zaten ze elkaar toch weer in de weg.

Van paracetamol naar morfine

Deze week zullen de drie linkse partijleiders met een verhaal komen over de zorgen van burgers, de onzekerheid door de coronacrisis, en zeker ook over het personeel in de zorg dat volgens hen meer moet gaan verdienen. En dan zullen er ook wel verschillen zijn. GroenLinks-leider Jesse Klaver zegt: „De grootste zwakte van Rutte is de twijfel over zijn betrouwbaarheid. Kijk naar de salarissen voor de zorg.” De coalitie hield een structurele verhoging van die salarissen tegen. Er komt nu alleen een extra bonus van 500 euro in 2021. „Hij heeft misschien geen harde belofte gedaan, maar het voelt wel als een belofte, zoals hij over de medewerkers in de zorg praatte. Daar gaan we op drukken.”

Klaver ziet in Rutte „een crisismanager, die zonder visie symptoompolitiek bedrijft”. En hij zegt: „We moeten de grondoorzaken van problemen aanpakken, zoals klimaatverandering, de tweedeling op de arbeidsmarkt. Rutte geeft Nederland eerst paracetamol en nu hangen we aan de morfine, de steunpakketten.”

SP-leider Lilian Marijnissen en Lodewijk Asscher van de PvdA gaan het allebei hebben over de onzekerheid op de arbeidsmarkt, hevig vergroot door de coronacrisis. Asscher zal ook zo goed als zeker beginnen over het „falend testbeleid” waar hij in het weekend over twitterde. Hij noemde dat „bloedlink en onverantwoord”.

Volgens Marijnissen loopt het kabinet-Rutte III „op zijn laatste benen”. Ze is vol zelfvertrouwen: „Wij zien als SP de laatste maanden weer ledengroei. We vragen altijd waarom mensen lid worden en dat heeft nu vooral te maken met de zorgsalarissen waar wij ons sterk voor maken. Je kunt het niet maken om voor medewerkers in de zorg te applaudisseren en ze dan met een bonus het bos in te sturen.”

Wilders het meest gevreesd

Eén naam valt voortdurend in gesprekken met oppositie en coalitie: Geert Wilders. De PVV-leider wordt in de coalitie gezien als de meest geduchte tegenstander van Mark Rutte. Op hem wordt het meest gelet in Vak K – waar het kabinet zit. Woensdag, op de eerste dag van de Algemene Beschouwingen, spreekt hij als leider van de grootste oppositiepartij (20 zetels) als eerste. In de coalitie zeggen ze dat Wilders als enige verschillende sentimenten tegen Rutte III weet te verenigen. Hij gebruikt linkse standpunten die goed liggen bij kiezers (over achterblijvende zorgsalarissen en stijgende huren), maar keert zich ook effectief tegen de coronamaatregelen van het kabinet.

En Wilders maakt handig gebruik van een ander effect van de coronacrisis: het parlement is vrijwel de enige plek waar politiek leiders nog spreken. Wilders voelt zich daar thuis. Hij stunt met de regels, zoals in het beruchte ‘wegloopdebat’: hij vroeg een hoofdelijke stemming aan op het moment dat de coalitie niet genoeg Kamerleden naar Den Haag kon halen en toen juist Kamerleden ging wegsturen. Daardoor kon er niet worden gestemd. Wilders werkt ook samen met partijen die politiek ver van hem af staan. Zo kreeg hij unanieme steun voor een motie die hij in april indiende met Lodewijk Asscher, om ouders die hun kinderen nog niet naar school wilden laten gaan geen boete op te leggen. In het vorige kabinet was die samenwerking voor de PvdA nog taboe.

Maar het is nog lang niet zeker dat Wilders dé tegenstander wordt van Rutte. Het peloton van de oppositie, denkt de fractievoorzitter van de wielerbeeldspraak, zal nog wel even bij elkaar blijven. „Tegen het eind zie je pas echt om wie het draait.”

Lees ook dit interview met Lodewijk Asscher: ‘Ik heb niet voor niets mijn lessen geleerd.’