Zitten Gert-Jan Segers (ChristenUnie), Klaas Dijkhoff (VVD) en Rob Jetten (D66) ook na de verkiezingen nog in een coalitie?

Foto Sem van der Wal/ANP

Interview

Tegenpolen Jetten en Segers op weg naar de eindstreep

Rob Jetten en Gert-Jan Segers De coronacrisis dwingt Rob Jetten (D66) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) tot zelfonderzoek. Wat heeft de coalitie opgeleverd en kunnen hun partijen straks opnieuw samenwerken?

De fractievoorzitters van de ChristenUnie en D66 hebben vanuit hun werkkamers hetzelfde uitzicht op het Plein voor de Tweede Kamer, waar demonstranten zich de afgelopen weken regelmatig verzamelden om tegen coronamaatregelen, de overheid, 5G of vaccinaties te protesteren. Maar wát ze zien, verschilt.

ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers ziet het niet volledig inlossen van de belofte – hij noemt het een opdracht – die de coalitie drie jaar geleden in het regeerakkoord deed: vooruitgang moest niet alleen terug te vinden zijn in statistieken, Nederlanders zouden die ook zélf moeten ervaren. „In die opdracht zijn we niet met vlag en wimpel geslaagd”, concludeert Segers een paar dagen voor de Algemene Politieke Beschouwingen vanuit zijn kamer.

D66-fractievoorzitter Rob Jetten ziet een groep die door de politiek niet meer te overtuigen is, bijvoorbeeld over de noodzaak van de coronaspoedwet. Hij vindt het belangrijk om ook over hun hoofden heen te kijken naar die grote groep Nederlanders die wél snapt dat coronamaatregelen nodig zijn en wél vertrouwen in de overheid heeft. „Je moet uitkijken dat je je niet blindstaart op de mensen die het hardst schreeuwen.”

Staar je niet blind op mensen die het hardst schreeuwen

Rob Jetten fractievoorzitter D66

Deze Prinsjesdag, de laatste reguliere presentatie van een begroting van Rutte III, had het moment moeten zijn om de balans op te maken. Het moment voor de vier coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie om, zegt Jetten, aan Nederland duidelijk te maken wat regeringsdeelname heeft opgeleverd.

Jetten: „We hadden willen laten zien waarom een middenkabinet zinvol is geweest. We hebben al kunnen oogsten: het pensioenakkoord, het klimaatakkoord. Het was mooi geweest als we dat nu hadden kunnen aanvullen.” Het had een Prinsjesdag moeten zijn van overheidsinvesteringen, hogere lonen en lagere lasten, hoopten Segers en Jetten tot dit voorjaar.

Maar ja: de coronacrisis veranderde alles.

In een mum van tijd schoot de overheid het bedrijfsleven met miljarden te hulp om werknemers in dienst te houden. Het begrotingsoverschot van 14 miljard euro veranderde in een paar weken tijd in een tekort van 55 miljard euro. Voor afscheidscadeautjes was geen ruimte meer: het kabinet wilde grotere economische schade voorkomen. Deze zomer besloot het kabinet tot een nieuw steunpakket, dat tot volgend jaar zomer doorloopt. „Ik was blij verrast over de constructieve sfeer waarin we dat deden”, zegt Jetten. „Want van tevoren dacht ik: in de zomer gaan we elkaar de tent uit vechten. Zo’n laatste Prinsjesdag is voor coalitiepartijen toch het moment om nog ergens een punt te scoren. Maar de luxe om een stokpaardje te berijden hadden we nu alle vier niet.”

Segers zoekt het conflict niet binnen de coalitie, maar met de oppositiepartijen. „Ze liften te veel mee op het sentiment van wantrouwen, bijvoorbeeld over de coronawet, de zorgsalarissen en het steunpakket. Dat maakt iets kapot: in politieke verhoudingen, maar ook in een samenleving.”

Hervormen

De liberaal Jetten en de christen Segers zijn in veel opzichten politieke tegenpolen. In zijn vorige week verschenen essay Aandacht voor wat echt telt keert Segers zich tegen het „liberale mensbeeld” van partijen als D66. Dat „deugt niet”, zegt hij. „We zijn niet alleen individuen, we zijn niet alleen rationeel, we zijn mensen van totaal verschillende gemeenschappen, we zorgen voor elkaar, en daar moeten we de ruimte voor bieden.”

Lees ook: De staat mag weer bijsturen. Maar hoe?

Al voor corona zag Segers het politieke discours veranderen, ook bij liberalen. VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff presenteerde vorig jaar een ‘discussiestuk’ waarin hij ervoor pleitte dat het bedrijfsleven en hogere inkomens moeten inleveren zodat de middenklasse erop vooruit kon gaan. Die middenklasse, zo schreef hij, zit „in toenemende mate in de knel”. In de Algemene Politieke Beschouwingen van 2019 zei Dijkhoff dat ook de liberale, vrije markt sturing nodig heeft.

Volgens Segers nam de VVD toen „al afscheid van het oude denken”. Corona toont volgens hem aan waarom dat nodig is. Segers: „Problemen die er toen al waren zijn door de recente crisis verergerd. Juist aan de onderkant van de samenleving, waar mensen flexwerk hebben en kampen met gezondheidsproblemen, zit de kwetsbaarheid. En dat is erger geworden.” De arbeidsmarkt, zegt hij, „is stuk”.

Beide partijen zien in de coronacrisis een kans om te hervormen. D66-Kamerlid Steven van Weyenberg presenteerde in juni een plan om het belastingstelsel drastisch te veranderen: er zou een einde moeten komen aan het toeslagensysteem, kinderopvang zou gratis moeten worden, het minimumloon, de AOW en de bijstandsuitkering verhoogd en de hypotheekrenteaftrek afgeschaft. Eind deze maand komt de ChristenUnie met een eigen plan voor een herziening van het belastingstelsel, de financiële gevolgen daarvan worden nu doorgerekend door het Centraal Planbureau. Ook deze partij wil af van de toeslagen.

Formatie wordt ingewikkeld

De arbeidsmarkt, het belastingstelsel, het klimaat, de economische recessie: nog voordat er verkiezingen zijn geweest, ligt de formatietafel van volgend jaar al vol met zware dossiers. Is het wel aantrekkelijk om daar aan te schuiven als het zulke moeilijke jaren worden? Segers, weer lijsttrekker namens de ChristenUnie, lacht. „Ik ben nog niet klaar, deze coalitie is nog niet klaar. En ik zie een aantal partijen die dezelfde richting op denken. Laat ik met de meest verrassende beginnen: de VVD. Daar zit een aandrang om het anders te willen doen, dat zou ik graag sterker zien.”

Aan D66, waar Sigrid Kaag is gekozen tot lijsttrekker, twijfelt de CU-fractievoorzitter nog: „Die noemen zich sociaal-liberaal. Als het heel erg de liberale kant opgaat, wordt het lastig.” Dat de PvdA zich zo richt op het bieden van nieuwe zekerheden, op de arbeidsmarkt en woningmarkt, spreekt Segers aan. Dat geldt ook voor het CDA: „Daar nemen ze afscheid van de marktwerking en willen ze een sterkere regierol voor de overheid.”

Maar hoeveel kan er écht, als volgend jaar maart de kiezers hebben gesproken, de zetels zijn verdeeld en de fractievoorzitters beginnen aan coalitieonderhandelingen? Rob Jetten weet het nog niet: de grenzen van het politiek mogelijke worden bepaald door de ontwikkeling van het coronavirus. „De heftigheid van de coronacrisis begin volgend jaar gaat bepalen of je in de formatie grootse dingen kunt doen, of dat je dan een vierde virussteunpakket moet bouwen.”

Lees ook dit interview met Gert-Jan Segers: ‘We proberen de heimwee te verdoven.’