Pandemie verdiept sociale kloof in flexland Nederland

CPB-verkenning Corona vergroot de ongelijkheid, ziet het CPB. Zzp’ers en flexkrachten krijgen de zwaarste klappen en de gevolgen van discriminatie worden groter.

De wijk Stokhasselt in Tilburg.
De wijk Stokhasselt in Tilburg. Foto Merlin Daleman

Een land van sociale kloven. Van groeiende ongelijkheid tussen laag- en hoogopgeleiden, tussen flexkrachten en vaste werknemers, tussen jongeren en ouderen, tussen mensen mét en zonder migratieachtergrond. Dat is het Nederland van pandemiejaar 2020, zoals het Centraal Planbureau (CPB) het beschrijft in zijn Macro Economische Verkenning.

De coronacrisis vergroot de sociaal-economische ongelijkheid op vele manieren, waarschuwt het CPB. Allereerst is er de gezondheidskloof. Nederland kent een sterke samenhang tussen gezondheid en sociaal-economische positie, merkt het CPB op. Hogeropgeleiden leven gemiddeld zes jaar langer dan lageropgeleiden. Nu lopen mensen met een lagere sociaal-economische positie ook nog meer risico op besmetting met corona, doordat ze vaker beroepen hebben waarin thuiswerken niet kan. Ze reizen vaker met het openbaar vervoer, werken in slechtere arbeidsomstandigheden en wonen in dichtbevolkte wijken.

Lees ook: CPB ziet ook termijn slechts gedeeltijk herstel van de economie

Onderhandelingsmacht

Daar komt bij dat uitzendkrachten, oproepkrachten en zzp’ers het grootste deel van de economische schok opvangen doordat zij als eersten hun werk verliezen. Terwijl de keuze voor flexwerk niet altijd geheel vrijwillig is. Die „weerspiegelt in sommige sectoren eerder een gebrek aan onderhandelingsmacht”, aldus het CPB. Dat geldt voor studenten, jongeren, migranten, alleenstaanden en mensen met een laag inkomen.

In feite gebeurt nu waarvoor het CPB, dat steeds meer interesse in maatschappelijke ongelijkheid toont, vorig jaar al waarschuwde. „Door de toegenomen flexibilisering van de arbeidsmarkt zijn de negatieve gevolgen bij een volgende neergang ongelijker verdeeld”, stelde het CPB in mei 2019 in het zogeheten Centraal Economisch Plan. Toen dachten de CPB-economen nog aan een gewone ‘neergang’, niet aan een recessie door een pandemie. De ongekend diepe coronarecessie – het planbureau gaat in de basisraming uit van 5 procent economische krimp dit jaar – maakt het ongelijkheidseffect waarschijnlijk ook scherper dan het CPB toen bevroedde.

Juist de groepen die de economische klap opvangen, lopen een groot risico op financiële problemen. Ze hebben vaak een laag inkomen en weinig spaargeld. Het kabinet schoot zzp’ers te hulp met de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Zo’n 10 procent van de zzp’ers zou zonder deze regeling binnen drie maanden de vaste lasten niet meer kunnen betalen, bleek begin deze maand uit een stresstest van CPB en de Autoriteit Financiële Markten.

Het kabinetsbeleid vergroot de ongelijkheid onbedoeld nog verder. De NOW-subsidie, waarbij de overheid werkgevers ondersteunt bij doorbetaling van personeel, komt namelijk vooral terecht bij mensen met een vaste baan. Zelfstandigen krijgen via de Tozo alleen inkomenssteun op minimumniveau. Mensen met een tijdelijk contract verliezen dikwijls hun baan, en hebben vaak maar kort recht op een werkloosheidsuitkering. „De eerste coronawerklozen belanden nu al in de bijstand”, aldus het CPB.

Discriminatie

De crisis versterkt de effecten van arbeidsdiscriminatie, merkt het CPB op. Mensen met een niet-westerse achtergrond zijn vaak de laatsten die werk vinden als het economisch goed gaat en de eersten die eruit gaan.

Op de lange termijn vergroot de coronacrisis de ongelijkheid eveneens, denkt het CPB. Leerlingen uit gezinnen met een lagere sociaal-economische positie hebben waarschijnlijk meer last gehad van de sluiting van de scholen. Dat versterkt de kansenongelijkheid in het onderwijs. „Thuisonderwijs is immers een stuk lastiger voor wie klein behuisd is, minder de beschikking heeft over (digitale) leermiddelen en lager opgeleide ouders heeft […] De betere scholen lijken er bovendien beter in geslaagd te zijn het afstandsonderwijs goed in te richten.”

Het CPB voegt zich bij een groeiende reeks organisaties die zich zorgen maken over de sociale effecten van de pandemie. Onlangs stelde de OESO, de denktank van industrielanden, dat lage-inkomensgroepen, vrouwen, jongeren, zelfstandigen en flexkrachten disproportioneel geraakt zijn door de crisis. De organisatie bepleit hogere belastingen op privévermogen om de rekening van de crisis niet te laten belanden bij de zwakste groepen.

Het CPB laat zich daarover niet uit maar vindt wel dat het kabinet iets kan doen aan de ongelijkheid, onder meer door getroffen groepen te steunen met scholing en bij het vinden van nieuw werk. Ook belangrijk is volgens het planbureau hulp bij problematische schulden.

Verder zou het verschil tussen vast en flexibel werk kleiner moeten worden, en zou het kabinet schijnzelfstandigheid en discriminatie moeten tegengaan. „Dat komt voor deze crisis te laat, maar kan er wel voor zorgen dat een volgende crisis een weerbaarder samenleving treft.”

Correctie (donderdag 17 september): In een eerdere versie van dit artikel stond dat het CPB in de basisraming uitgaat van 7,6 procent economische krimp in 2020. Dit moet 5 procent zijn. Het is hierboven aangepast.