Nederlandse steun voor fossiele industrie dit jaar 4,5 miljard

Fossiele industrie De Nederlandse overheid geeft jaarlijks zeker evenveel uit aan steun aan fossiele brandstoffen als aan subsidies voor CO2-besparing. De fossiele subsidie nam de afgelopen jaren toe.

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) schreef maandag dat Europese regelingen voor belastingvermindering of -vrijstelling voor fossiele energie „niet passen” in de energietransitie.
Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) schreef maandag dat Europese regelingen voor belastingvermindering of -vrijstelling voor fossiele energie „niet passen” in de energietransitie. Foto Remko de Waal/ANP

Nederland geeft dit jaar minimaal 4,5 miljard euro aan financiële steun aan de fossiele industrie. Dat schrijft minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) maandag in een Kamerbrief.

Daarmee geeft de Nederlandse overheid jaarlijks zeker evenveel uit aan steun aan fossiele brandstoffen als aan subsidies voor CO2-besparing. Uit antwoorden op Kamervragen van GroenLinks en D66 die Wiebes maandag ook verstuurde, blijkt dat de jaarlijkse uitgaven voor klimaatbeleid waarschijnlijk tussen 4 en 5 miljard euro uitkomen. De nationale steun voor de fossiele industrie is met minstens 4,5 miljard euro zeker zo groot.

De Tweede Kamer had al in januari 2018 om de cijfers gevraagd, naar aanleiding van een internationale discussie over fossiele subsidies. Er is al jaren discussie over de mate waarin de Nederlandse staat subsidie verstrekt voor het gebruik van fossiele brandstoffen. Begin 2018 nam de Tweede Kamer twee moties aan van linkse oppositiepartijen en D66. De partijen vroegen het kabinet om mee te werken aan onderzoek van de G20 naar fossiele subsidies; en om „fiscale prikkels” af te bouwen die de nationale klimaatdoelen tegenwerken.

Het duurde tweeënhalf jaar voor Wiebes het gevraagde overzicht verstrekte. Volgens het ministerie kon Nederland ondanks verzoeken niet meedoen aan het G20-onderzoek, omdat het geen permanent lid is. Het onderzoek is nu volgens dezelfde methodologie uitgevoerd.

Steun nam toe

Veruit het grootste deel van de berekende fossiele steun zijn vrijstellingen van de accijns op kerosine en scheepsbrandstof voor de internationale lucht- en scheepvaart. Daarmee worden die sectoren met respectievelijk 2,5 miljard en 1,5 miljard euro gesteund. Andere sectoren die overheidssteun uit Nederland ontvangen zijn onder meer de glastuinbouw (160 miljoen euro) die een speciaal verlaagd tarief voor energiebelasting betaalt; en de zware industrie (104 miljoen euro) die voor bepaalde processen vrijstellingen van de energiebelasting geniet.

De nationale steun aan fossiele brandstoffen nam de afgelopen jaren toe van 4,1 miljard euro in 2016 tot 4,5 miljard euro nu. Die genoemde bedragen zijn echter niet volledig, volgens het ministerie, omdat bepaalde posten niet te berekenen zijn. Zo genieten zowel elektriciteitscentrales als raffinaderijen vrijstellingen van energiebelasting op fossiele brandstof, maar die vrijstellingen worden niet geregistreerd door de Belastingdienst.

Ook betalen grootverbruikers van elektriciteit en gas, zoals fabrieken, per kilowattuur (kWh) stroom of kubieke meter aardgas veel minder energiebelasting dan kleinverbruikers zoals huishoudens. Volgens het ministerie is echter niet te bepalen met welk tarief er vergeleken zou moeten worden om de fossiele steun aan de grootverbruikers te berekenen.

Kortingen ter discussie

Al jaren uiten economen en milieubeweging kritiek op fiscale steun van overheden aan de fossiele industrie. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) schatte vorig jaar dat de Europese Unie 289 miljard dollar (244 miljard euro) aan subsidies op fossiele brandstoffen verstrekt. Het gebrek aan „efficiënte beprijzing” voor kolen, olie en aardgas leidt volgens het IMF tot extra CO2-uitstoot en luchtvervuiling.

Europese wetgeving biedt veel ruimte om fossiele bedrijven te steunen via belastingkortingen. Die kortingen staan echter ter discussie vanwege de aangescherpte Europese klimaatdoelen. Voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen zal woensdag aankondigen dat in 2030 de CO2-uitstoot 55 procent lager moet zijn dan in ijkjaar 1990. Onderdeel van de ‘Europese Green Deal’ is hervorming van de energiebelastingen.

Minister Wiebes schreef maandag dat Europese regelingen voor belastingvermindering of -vrijstelling voor fossiele energie „niet passen” in de energietransitie. Daarnaast wordt momenteel de Nederlandse energiebelasting geëvalueerd, volgens Wiebes met het doel het gebruik van fossiele brandstof te verminderen. Hij wil echter wel een „gelijk speelveld” voor de Nederlandse industrie binnen Europa.

Het ministerie kreeg eerder verwijten dat het steun aan de fossiele industrie te beperkt voorstelt. Vorig jaar schreef Wiebes op Kamervragen dat in Nederland „het gebruik van fossiele brandstoffen niet [wordt] gestimuleerd”, en dat Nederland binnen het samenwerkingsverband OESO van rijke landen „een van de koplopers” is in milieubelastingen.

Lees ook: Met een nieuw ‘tussendoel’ houdt Brussel ondanks corona de vaart in de klimaatplannen