Met een beperking is een baan vinden nu nog moeilijker

Arbeidsbeperking Corona treft mensen met een handicap of chronische ziekte onevenredig hard. Zij vinden moeilijk werk en verliezen het eerder.

Harry Haddering: „Ik had er alle vertrouwen in dat ik een nieuwe baan zou vinden.”
Harry Haddering: „Ik had er alle vertrouwen in dat ik een nieuwe baan zou vinden.” Foto Kees van de Veen

Toen Harry Haddering (48) een half jaar geleden een banenbeurs bezocht, werd hij zowat van de ene naar de andere kraam getrokken. Vooral overheidsinstellingen wilden hem maar wát graag in dienst.

Dat kwam mede doordat zij de Participatiewet wilden naleven, meent Haddering. Volgens de in 2015 ingevoerde wet moet de rijksoverheid in 2026 25.000 banen voor arbeidsgehandicapten hebben gerealiseerd (voor de particuliere sector is dat 100.000), maar diezelfde overheid heeft al jaren moeite dat quotum te halen. Haddering heeft een arbeidsbeperking. Hij had een zuurstoftekort tijdens zijn geboorte en heeft als gevolg daarvan zijn hele leven al een spasme.

„Ik had er alle vertrouwen in dat ik een nieuwe baan zou vinden”, zegt Haddering nu. Dus zegde hij vlak vóór de coronacrisis zijn baan in vaste dienst bij de Rabobank op, omdat de reis van drie kwartier hem steeds zwaarder viel. „De vacatures vielen tot een week voor het uitbreken van de epidemie nog in de mailbox”, aldus Haddering. Daarna werd het ineens stil.

De coronacrisis treft niet iedere werknemer even hard, schreef het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in juli in een rapport. Mensen met een arbeidsbeperking, zoals een handicap of chronische ziekte, hebben meer kans hun baan te verliezen dan mensen zonder beperking.

De groep ‘arbeidsbeperkten’ of ‘arbeidsgehandicapten’ is enorm divers, benadrukt Illya Soffer meteen maar even. Ze is directeur van Ieder(in), een landelijke belangenvereniging voor mensen met een beperking of chronische ziekte. Chronisch zieken of mensen met een handicap die kunnen werken, vallen onder de arbeidsbeperkten. Daartoe behoren ook de mensen die ‘beschut werk’ doen – de vroegere sociale werkplaats. Maar iedere groep kampt weer met andere tegenslagen, zegt Soffer. „Iemand met een chronische ziekte kon normaal gesproken bijvoorbeeld redelijk goed meedoen op de arbeidsmarkt”, zegt Soffer. „Maar zij zitten nu voor een groot deel thuis, omdat corona levensbedreigend kan zijn.”

Flexcontracten

Slechts zo’n 40 procent van de arbeidsgehandicapten in Nederland had in 2018 een baan, vergeleken met 80 procent van de groep niet-gehandicapten. „Weinig”, zegt Soffer. Een crisis vergroot dat verschil, schrijft het SCP, omdat mensen op een tijdelijk contract en met oproep- of uitzendwerk in crisistijd vaak als eersten hun baan verliezen. „Onevenredig” veel mensen met een arbeidsbeperking hebben zo’n flexcontract. En dát komt weer doordat gemeenten – volgens de Participatiewet de instanties die ‘passende arbeid’ voor iemand met een arbeidsbeperking moeten vinden – daarvoor vaak gebruikmaken van uitzendbureaus.

Werkgevers vinden vaste contracten voor mensen met een arbeidsbeperking bovendien een te grote gok; ze zijn bang dat die sneller uitvallen, zegt Soffer. Onderzoek bevestigt dat werkgevers voorzichtig zijn met aannemen van mensen met een beperking, zegt Sander Muns, arbeidsmarktonderzoeker bij het SCP.

Daar komt bij dat veel werkgevers het op dit moment druk hebben met inrichten van een ‘anderhalvemeterkantoor’ of moeten zien te overleven in de crisis. Muns: „Zij zullen dan wel twee keer nadenken voordat ze iemand met een arbeidsbeperking in vaste dienst nemen.”

Nieuwe instromers

Of iemand voor of na het ingaan van de Participatiewet aan het werk is gegaan, bepaalt voor een substantieel deel hoe groot de gevolgen van de crisis zijn, schrijft het SCP. Iemand uit het ‘oude’ stelsel heeft veel vaker een vaste baan dan iemand die onder de nieuwe regels valt. In die laatste groep heeft meer dan 20 procent een flexibel contract én werkt in een sector die naar verwachting gaat krimpen. Dat heeft overigens ook te maken met het korte bestaan van de Participatiewet; deze jonge mensen zitten vaak in hun eerste tijdelijke contract.

Mensen met een flexcontract verliezen in crisistijd het eerst hun baan

„Wij maken ons nu het meest zorgen om die groep, de nieuwe instromers”, zegt Illya Soffer. Volgens de Ieder(in)-directeur staan gemeenten, die normaal al veel inspanning moeten leveren om hen aan het werk te krijgen, door corona extra onder druk. „We zien dat de hulpverlening en bemiddeling vanuit de gemeenten al is stilgevallen.”

Daar komt een verschil in inkomen bij. Met de Participatiewet veranderden ook de uitvoering van de Wajong, de uitkeringsregeling voor jonggehandicapten. Werken werd daardoor, simpel gezegd, lucratiever, maar zonder werk zou hun uitkering juist lager uitvallen.

Haddering viel nog in het oude stelsel. Maar omdat hij bij de Rabobank best goed verdiende, wilde hij naar dat nieuwe regime overstappen. De banenwissel zag hij daarbij niet als probleem – potentiële werkgevers stonden toch in de rij.

Achteraf had hij de overstap beter niet kunnen maken. Want zónder werk krijgt hij nu ongeveer 200 euro per maand minder dan hij onder de oude Wajong-regeling had gekregen. Haddering: „Vorig jaar leek dit nog de juiste beslissing. Maar die uitkeringsregels vormen een spinnenweb waar je niet gemakkelijk uit komt.”

Lees ook: De inclusieve werkvloer blijft een verre droom

Ondersteuningspakketten

Zorgen dat mensen met een handicap bestaanszekerheid hebben, gemeenten ondersteunen én werkgevers belonen die het wel lukt mensen in dienst te houden: daarin moet de rijksoverheid in deze crisis een grotere rol spelen, vindt Soffer. In de huidige ondersteuningspakketten, zoals NOW en Tozo, wordt helemaal niet over mensen met een arbeidsbeperking gesproken. Dat kan ook anders, vindt ze.

En het quotum dan? De belofte om duizenden banen te scheppen voor arbeidsgehandicapten staat nog steeds. De particuliere sector haalde die afspraak in 2019 ruim, de overheid niet. Maar de boete die aan het quotum kleefde, is tot 2022 opgeschort.

„Ik wilde niet de excuusgehandicapte zijn”, zegt Haddering, die eerst helemaal geen voorstander was van een quotum. „Maar bij de Rabobank merkte ik dat de afdeling door mijn komst anders naar het werk ging kijken. Collega’s zagen mijn inzet en vonden het daardoor gênant met lichte hoofdpijn thuis te blijven. Het heeft meerwaarde om juist mensen met beperkingen in je team te houden.”