‘Marktwerking is in dit land erg gereguleerd’

Dirk-Jan van den Berg De nieuwe voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland springt op de bres voor marktwerking in de zorg.

Foto Merlijn Doomernik

Het werd niet de functie die hem was voorgespiegeld. De nieuwe voorman van branchevereniging Zorgverzekeraars Nederland (ZN) zou parttime werken en eens per maand vergaderen met de top van de zorgverzekeraars. Maar Dirk-Jan van den Berg (66) was in februari net begonnen als nieuwe voorzitter, toen die frequentie werd opgeschroefd naar één, twee, soms drie keer per week. Er moesten snel financieringsregelingen komen, zodat ziekenhuizen en andere zorgverleners de kosten voor coronazorg konden dragen. „Ik weet eigenlijk niet beter dan dat het hier heel hectisch is, dat we elkaar veel en vaak zien. Ik klaag niet, het is ontzettend interessant.”

Van den Berg hopt al jaren tussen prominente functies. Zo was hij ambassadeur in China, bestuursvoorzitter van de TU Delft en van de landelijke bloedbank Sanquin. Naast zijn werk bij ZN is hij commissaris bij Airfrance-KLM – als opvolger van Jaap de Hoop Scheffer.

Uw cv is erg divers. Wat heeft u met zorg?

„Divers, dat hoor ik vaker. Zelf zie ik er een duidelijke rode draad in. Er wordt snel een onderscheid gemaakt tussen publiek en privaat, maar de scheidslijnen zijn in de praktijk niet zo scherp. Dat zien we bijvoorbeeld in het onderwijs, bij diplomatie en nu ook met marktwerking in de zorg. Op dat snijvlak werk ik graag, het is complex en dan vind ik het altijd leuk.”

‘Minder marktwerking in de zorg’ is een populaire kreet onder politici. Ook de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) pleitte ervoor.

„Laat ik eerst even stilstaan bij het woord marktwerking. Dat suggereert dat er iets kapitalistisch aan de gang is. De marktwerking in Nederland is zeer gereguleerd. Iedereen moet verzekerd zijn tegen vergelijkbare premies, ongeacht of ze misschien oud of ziek zijn. Marktwerking wordt ook geassocieerd met kapitalistische winsten. Maar zorgverzekeraars keren helemaal geen winst uit.”

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) noemde marktwerking in de zorg zelfs ‘doorgeschoten’. Hij wil meer samenwerking en een grotere rol voor de centrale overheid.

„De kracht van het stelsel is juist de vriendelijke competitie tussen zorgverleners, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Dat samenspel stimuleert innovatie en keuzevrijheid en houdt de zorg betaalbaar en van goede kwaliteit.”

U vindt dat we de marktwerking niet te snel overboord moeten gooien.

„Ja, dat vind ik echt. Het klinkt oubollig misschien. Maar het lijkt me zinvol niet alleen vooruit te kijken, maar ook achterom. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben we in Nederland – 75 jaar lang nu – vrij consequent gewerkt aan hoe we ons land organiseren. Veel hebben we ook achter ons gelaten, omdat het niet zo’n goede keuze was. Vóór 2006 hadden we ziekenfondsen [een onderscheid tussen particulier en ziekenfondsverzekerden]. Ik zeg niet dat het slecht was, maar dat systeem had ook z’n tekortkomingen. Wachtlijsten, kostenbeheersingsvraagstukken. Er is al heel veel gedaan aan het zorgstelsel. En wij zeggen: waar het nog verder verbeterd kan worden, please.”

Vaak wordt marktwerking met bureaucratie in verband gebracht. Huisartsen klaagden eerder dit jaar in een pamflet dat artsen eindeloos lijstjes moeten invullen, bijvoorbeeld pijnscores op de intensive care. Tijdens de coronacrisis gebeurde dat niet en de zorg werd er niet minder door. Hoe ziet u dat?

„Nou, daar kijk ik toch ietsje strenger naar. Ik begrijp de frustratie heel goed, maar in de Nederlandse zorg zijn er ook tijden geweest waarbij we geen idee hadden aan welke behandelingen zorggeld nou precies werd uitgegeven. Toen daar meer inzicht in kwam, konden we ook vragen beantwoorden over zinnige zorg en zorg op de juiste plek. Registratie heeft veel inzage gegeven in ons zorgsysteem. Dat willen we graag overeind houden. Maar waar de administratie beter, vriendelijker of makkelijker kan – daar willen verzekeraars zeker niet in de weg staan.”

De NZa vindt dat er te veel productieprikkels zijn. Betalen verzekeraars per behandeling, dan krijgen artsen prikkels om te veel (onnodig) te behandelen.

„Wij staan er absoluut voor open om prikkels vaker anders te organiseren. Bijvoorbeeld rond thema’s als kwaliteit: doet een zorgverlener het goed dan zit er een bepaalde bonus in en zo niet, zit er een bepaalde malus in. Zorggeld is altijd schaars. Het geld moet daarheen waar het zinnig wordt besteed. Alles wat daarbij helpt, heeft onze interesse.”

Zijn verzekeraars ook echt van plan meer te sturen op basis van kwaliteit en preventie?

„Wij willen die richting ook uit. Maar het is niet zo van: knop om, volgende week is het anders. Bij zorgaanbieders werken allemaal zeer gedreven professionals die moeten worden meegenomen in bepaalde trajecten. Dit gaat nooit met een maandje, dat heeft lead times nodig.

„Zorgverzekeraars proberen de goede vragen te stellen. Is dit zorg op de juiste plek, is dit zinnig, moeten we het wel zo doen? Dat zijn geen makkelijke gesprekken. Wat succesvol is bij één zorgaanbieder, wordt snel door verzekeraars gedeeld met anderen en aangemoedigd. Dat is een sterke kant aan het huidige systeem.”

GroenLinks pleit voor een nieuw financieringsmodel waar er per regio een budget is dat onder zorgpartijen moet worden verdeeld.

„Dan heb ik een vraag aan GroenLinks. Ik heb namelijk nog niet begrepen welk probleem zij daarmee willen oplossen. We vervallen in Nederland vaak in de roep om een andere structuur, maar ik kijk liever naar de inhoud van het vraagstuk.

„Het landelijke systeem werkt omdat er een flink aantal spelers zijn, meerdere verzekeraars en zorgaanbieders. Zij houden elkaar scherp. Hoe lokaler, hoe minder partijen het voor het zeggen krijgen. Dan dreigt het spelelement uit het systeem te gaan. We willen geen concentratie van marktmacht.”

De NZa pleit voor het inzetten van zorgbundels. Niet een enkele behandeling vergoeden, maar een volledig zorgtraject. Dus niet alleen de heupoperatie in het ziekenhuis, maar ook de nazorg door een fysiotherapeut. Zo wordt samenwerking gestimuleerd.

„Wij vinden dat interessant. Ik heb er nog geen pasklaar antwoord op van: dat gaan we zo doen. Maar dat soort dingen gaan we zeker bekijken. Een aantal verzekeraars experimenteert er al mee.

„Het idee van een breder traject resoneert bij ons goed. Het raakt een breder punt: dat geld in aparte hokjes zit. Niet alleen binnen de zorg, maar ook op aanpalende terreinen. In Den Haag heeft verzekeraar CZ in dat kader een mooi experiment. Een ‘sociaal hospitaal’ waar ze samen met de gemeente honderdvijftig gezinnen begeleiden. Samen kijken ze naar vraagstukken als preventie en schuldenproblematiek.”

Jullie hebben een ‘agenda’ naar het kabinet gestuurd met een interessante oproep: investeer meer in schuldhulpverlening, schone leefomgeving en maatschappelijk werk.

„Absoluut. Wij zeggen: preventie is niet alleen de zorg van de minister van Gezondheidszorg. Het is de taak van het hele kabinet. Je helpt mensen écht door de samenhang van hun problemen aan te pakken, niet één dingetje eruit te pikken.”

Jullie schrijven in die agenda ook dat de tijd rijp is voor een discussie over wat de samenleving mag verwachten van de ggz. ‘Maken we niet van levensproblemen, die overigens wel leed veroorzaken, medische vraagstukken?’

„Wij zien dat er binnen de ggz relatief veel aandacht is voor de minder complexe gevallen, en eigenlijk te weinig voor de complexe gevallen. Zitten we niet te veel op het spoor van iemand tot patiënt te verklaren, zonder dat we goed kijken naar sociale en maatschappelijke problemen? Is er een drugsvraagstuk, zijn er schulden of problemen met de onderwijsinspectie? Maken die dat een angst, of slaapstoornis, zich manifesteert? En hoe verbinden we alles met elkaar zodat iemand weer on track gebracht wordt? Ik ben er voorzichtig mee – ik ben geen psycholoog – maar ik denk dat de discussie wel gerechtvaardigd is.”

Komende maanden gaan zorgaanbieders en zorgverzekeraars onderhandelen over nieuwe contracten. Dat wordt ingewikkeld: veel uitgestelde zorg moet nog worden ingehaald en zoveel mogelijk op anderhalve meter. Is het hoofdlijnenakkoord uit 2018, de afspraak dat ziekenhuizen nauwelijks mogen groeien in hun uitgaven, nog haalbaar?

„De ideeën van het hoofdlijnenakkoord staan zeker overeind. Maar het is eigenlijk een beetje vroeg om duidelijk en goed te zeggen hoe het loopt. We weten namelijk nog niet hoe het precies gaat aflopen met de Covid-19-pandemie. Veel mensen denken: nou dat hebben we gehad. Maar we hebben het niet gehad, het is er nog, het heeft nog steeds impact. Of er wel of niet die tweede golf komt, is niet zeker.”

Wat heeft de coronapandemie voor effect op de premie?

„Het beleid van zorgverzekeraars is onveranderd: we willen geen grote schokken aanbrengen in de zorgpremie. Maar dat is precies waar het voor mij stopt. Verder is het aan de zorgverzekeraars zelf.”