FNV zet weer in op 5 procent loongroei, ondanks de crisis

Cao-onderhandelingen Vakbond FNV wil volgend jaar opnieuw 5 procent loongroei afspreken in cao’s, maar richt die eis vooral op de publieke sector en bedrijven „waar het goed gaat”.

Bij bedrijven waar het slecht gaat wil de vakbond vooral afspraken maken over scholing en begeleiding van werknemers.
Bij bedrijven waar het slecht gaat wil de vakbond vooral afspraken maken over scholing en begeleiding van werknemers. Foto Bart Maat / ANP

Crisis of niet, vakbond FNV zal volgend jaar forse loonsverhogingen blijven eisen in cao-onderhandelingen met werkgevers. Net als dit jaar streeft de grootste vakbond naar salarisverhogingen van 5 procent, maakte arbeidsvoorwaardencoördinator Zakaria Boufangacha maandag bekend.

Maar de FNV zal deze looneis niet langer bij iedere werkgever op tafel leggen. De eis is bedoeld voor sectoren „waar het goed gaat”, zegt de vakbond, zoals supermarkten, distributiecentra en doe-het-zelfzaken. Én de publieke sector: overheid, zorg en onderwijs. „Deze vitale sectoren verdienen veel meer waardering en zijn jaren achtergebleven”, zegt Boufangacha.

Lees ook: De loonsubsidie gaat langzaam verdwijnen, om ‘zombiebedrijven’ te voorkomen

Zo’n 80 procent van de werknemers valt onder een collectieve arbeidsovereenkomst (cao), waarin werkgevers afspraken maken met bonden.

Eigenlijk wilde het FNV-bestuur een gematigde looneis aankondigen van 3 procent. In sectoren waar het goed gaat, zouden FNV-onderhandelaars wel hogere eisen mogen stellen. Dat plan werd verworpen door de 105 gewone leden die samen het FNV-ledenparlement vormen, het hoogste orgaan van de vakbond.

‘Stevige discussie’

Boufangacha bevestigt dat het ledenparlement, dat maandag bijeenkwam in Bunnik, „een stevige discussie” heeft gevoerd over het plan van het bestuur. „Sommige leden zeiden: het is nog nooit zo goed gegaan in mijn sector.” Zij vonden 3 procent te mager. FNV’ers uit noodlijdende sectoren – horeca, luchtvaart – vonden de eis juist te hoog. Daarom wél een stevige looneis, maar niet voor alle sectoren.

Werkgeversvereniging AWVN, die bedrijven adviseert bij cao-onderhandelingen, reageert positief. „De FNV biedt een opening voor maatwerk en dat is wat ons betreft belangrijk”, zegt woordvoerder Jannes van der Velde. „Zeker in deze tijd moet je eerst analyseren wat er aan de hand is in een bedrijfstak voordat je al te drastische wensen op tafel legt.”

Eén onderwerp vindt de FNV nog belangrijker dan loonontwikkeling: afspraken over minder flexwerk en meer vaste banen. „We willen voorkomen dat mensen – zoals in voorgaande crises – hun vaste baan kwijtraken en daarna nooit meer zicht krijgen op een vaste baan. Als mensen meer zekerheid krijgen is dat ook goed voor het economisch herstel.”

Ook wil de vakbond in zoveel mogelijk cao’s een minimumloon afspreken van 14 euro per uur. Het wettelijk minimumloon bedraagt nu zo’n 10 euro per uur, maar ook dat wil de FNV verhogen naar 14 euro.

Vorig jaar begon de vakbond een campagne om een verhoging van het minimumloon op de politieke agenda te krijgen, liefst vóór de Tweede Kamerverkiezingen van maart volgend jaar. Boufangacha: „Maar nu willen we aan de cao-tafels alvast doorpakken.”

Lees ook: FNV wil minimumloon fors verhogen. Goed idee?

Versoberen ‘onbespreekbaar’

Het Centraal Planbureau voorziet een lage loongroei voor volgend jaar: 1,2 procent. Is die 5 procent dan wel een realistische eis van de FNV? „De verschillen tussen cao’s zijn altijd groot”, zegt Boufangacha. „De gemiddelde loongroei gaat misschien omlaag, maar sommige sectoren zullen nog steeds tegen de 5 procent scoren. Dat is in ieder geval onze inzet.”

Voor bedrijven waar het slecht gaat, formuleert de FNV geen landelijke looneis. Daar wil de vakbond vooral afspraken maken over scholing en begeleiding van werknemers naar een nieuwe baan, als hun huidige werk dreigt te verdwijnen. Maar versobering van arbeidsvoorwaarden is onbespreekbaar, zegt Boufangacha. „Het slechtste wat je in crisistijd kunt doen is aan de portemonnee van mensen komen.”