Analyse

Miljoenennota: een paradoxale crisisbegroting

Miljoenennota De consensus over de crisisaanpak: niet bezuinigen, maar uitgeven. Wel kan de laatste begroting van Rutte III achterhaald raken.

Minister Wopke Hoekstra (financien) arriveert bij het ministerie van Algemene Zaken voor de eerste begrotingsraad.
Minister Wopke Hoekstra (financien) arriveert bij het ministerie van Algemene Zaken voor de eerste begrotingsraad. Foto ANP/Phil Nijhuis

Het geld is op – we gaan meer geld uitgeven. Dat is kort samengevat de paradoxale boodschap in de Miljoenennota, die minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) deze dinsdagmiddag aan de Tweede Kamer zal aanbieden.

Geconfronteerd met de grootste economische crisis sinds de jaren dertig krijgen de overheidsfinanciën een enorme opdonder. De staatsschuld loopt volgend jaar op tot boven de 60 procent van het bruto binnenlands product – in euro’s meer dan het immense bedrag van 500 miljard. En het begrotingstekort komt dit jaar uit op bijna 60 miljard euro (7,6 procent bbp). Eind vorig jaar beschikte Hoekstra nog over een overschot van bijna 14 miljard.

Niettemin gelooft de regering dat het verstandig is om de geldkraan ver open te draaien. Met immense steunmaatregelen voor bedrijfsleven en werkenden, met het naar voren halen van reeds geplande overheidsuitgaven en met het optuigen van een miljardenfonds voor grote investeringsprojecten. De grote besluiten uit de Miljoenennota zijn al lang geen geheim meer. Het kabinet presenteerde zelf al een derde steunpakket en het Nationaal Groeifonds. De rest druppelde sinds eind augustus de media in. En afgelopen vrijdag lekten de belangrijkste begrotingsstukken integraal uit.

Schatkist in het rood

Het nieuwe financieel-economisch beleid laat een totaal andere reflex zien dan bij de vorige grote crisis, in 2008. Ook toen moest het kabinet – van CDA, PvdA en ChristenUnie – voor tientallen miljarden ingrijpen in de economie, maar dat betrof vooral het redden van de vitale financiële sector. Voor burgers en (andere) bedrijven gold: bezuinigen en belastingen verhogen.

‘Geld moet blijven rollen’

Nu zegt de regering: geld moet blijven rollen. Alleen dan is het leed van de coronacrisis te verzachten, het economisch herstel te versnellen en de economie op lange termijn zelfs te versterken. De overtuiging van minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD), die al maanden roept dat ‘we ons uit de crisis moeten investeren’, is alom omarmd. Over de 3-procentsnorm als strenge Brusselse limiet voor het begrotingstekort hoor je niemand meer. Weet iemand nog wie Olli Rehn is, destijds de op dit punt strenge Finse Eurocommissaris?

Lees ook: columnist Marike Stellinga over hoe Nederland zich ontdoet van het strakke begrotingskeurslijf

Het Centraal Planbureau (CPB) benadrukt dit jaar in de Macro Economische Verkenning dat geld inderdaad geen probleem is. Op de cover van deze ramingen staat in vetgedrukte letters dat de overheidsfinanciën „niet in gevaar” zijn. Met het CPB concluderen ook de meeste economen dat in de afgelopen jaren voldoende buffer in de overheidsfinanciën is opgebouwd om nu de eerste klappen op te vangen.

Onder deze omstandigheden is een uitzonderlijke begroting ontstaan die drie dimensies kent. Het derde steunpakket dat een looptijd heeft van negen maanden zorgt ook komend jaar voor een grote incidentele toename van de overheidsuitgaven. Voor het ambitieuze Groeifonds wordt voor een periode van vijf jaar 20 miljard euro gereserveerd, waarvan komend jaar naar verwachting maar 1 miljard daadwerkelijk zal worden besteed. Daarnaast groeien ook de lopende, vaste uitgaven van het rijk, zowel in 2021 als in de jaren erna – onder voorbehoud van het volgende regeerakkoord. Daar zitten veel naar voren gehaalde investeringen tussen, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur en defensie.

Economisch herstel

Alles bij elkaar nemen de centrale overheidsuitgaven met ruim 11 procent toe, tot meer dan 336 miljard euro. De toename van de ‘overheidsconsumptie’, zoals het CPB dat noemt, draagt bij aan het voorziene economische herstel komend jaar.

Politiek gezien is er consensus over het principe waarmee het kabinet de crisis te lijf wil gaan: niet bezuinigen en lasten verzwaren, maar extra uitgeven en investeren. Wel heeft elke oppositiepartij zijn eigen smaak. Van verschillende kanten kwamen al alternatieve plannen voorbij over de bestedingen uit het Wopke-Wiebesfonds. Zo wil de PvdA investeren in nieuwe woningen en wil GroenLinks er een Klimaatfonds van maken. Als bekend willen vrijwel alle oppositiepartijen veel meer geld steken in de gezondheidszorg dan de 86,7 miljard die die nu al kost. Zij pleiten voor de veelbesproken structurele verhoging van de zorgsalarissen in plaats van de eenmalige bonus van 500 euro die het kabinet voorstelt. Hierover zal de komende dagen (Algemene Politieke Beschouwingen) en maanden (behandeling van de departementale begrotingen) fel worden gestreden.

Een niet ondenkbare tweede golf van de coronapandemie zal niet alleen dit politieke debat in een totaal ander daglicht stellen, maar ook de gepresenteerde Miljoenennota. Anders dan het CPB schetst het kabinet daarover op deze uitgeklede Prinsjesdag met uitgedijde begroting geen scenario’s.

De coalitie en de kloof pagina 4-5