Buiten de ivoren toren liggen kansen en risico’s voor het OM

Officieren van justitie Mag een officier van justitie nevenfuncties vervullen om in contact te blijven met de samenleving? Of maakt dat de magistraat juist kwetsbaar?

Foto Koen van Weel/ANP

Op maandag was Jacobien Vreekamp niet in de Amsterdamse rechtbank, terwijl zij wel de officier van justitie was in het proces tegen 25 mensen die twee jaar geleden hatelijke en discriminerende reacties plaatsten onder een livestream van journalist en NRC-columnist Clarice Gargard. „Omdat de strafzaak centraal moet staan – en dus niet de officier van justitie – heeft de parketleiding van OM Amsterdam besloten dat Vreekamp deze zaak niet zal doen”, verklaarde het OM zondag in een persbericht.

De beslissing volgt op ophef die dit weekend ontstond nadat vrijdag bekend was geworden dat de zaak tegen rapper en schrijver Akwasi vanwege opruiende uitspraken mede door Vreekamp voorwaardelijk geseponeerd is. Akwasi zei op een manifestatie op de Dam in juni onder meer: „Op het moment dat ik in november een Zwarte Piet zie, trap ik hoogstpersoonlijk op zijn gezicht.” Vreekamp werd mikpunt van kritiek nadat De Telegraaf had gemeld dat Vreekamp in het bestuur zat van het Meldpunt Discriminatie regio Amsterdam, net als Mitchell Esajas, een van de initiatiefnemers van de bijeenkomst waarop Akwasi zijn uitspraken deed. Aangevers tegen Akwasi willen met een artikel-12-procedure alsnog vervolging afdwingen.

Officieren van justitie hebben, net als rechters, een magistratelijke rol: ze richten zich op waarheidsvinding, rechtsstatelijke waarborgen en het afwegen van individuele en publieke belangen. Ze moeten objectief en onpartijdig zijn.

De rol van rechters is verankerd in een officiële leidraad: ze mogen geen rechtszaken behandelen waarbij zij betrokken zijn of een belang hebben. Dit om belangenverstrengeling te voorkomen; alleen al de schijn daarvan kan leiden tot wraking door de verdachte. Voor zowel rechters als officieren van justitie is er een openbaar register met hun nevenfuncties.

Voor officieren is er minder vastgelegd. Het OM kan niet-ontvankelijk worden verklaard, maar een officier wraken is niet mogelijk. „Het komt deels aan op zelfreflectie door het OM”, zegt Joep Lindeman van het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht. Hij deed onderzoek naar de rol van officieren van justitie.

Lees ook: Officier van grote discriminatiezaak gehaald

Sidney Smeets, de advocaat van Clarice Gargard, uitte meteen zijn zorgen over het abrupt terugtrekken van Vreekamp. „Het kostte bijna twee jaar om deze zaak op zitting te krijgen. Denkt het OM dat een nieuwe officier zich vanavond even in 25 zaken inleest?” Volgens een woordvoerder van het OM werd deze zaak met twee officieren gedaan, en was de collega van Vreekamp „net zo goed op de hoogte”.

Nevenfuncties

Het OM vreesde dat de aanwezigheid van Vreekamp bij de rechtszaak kon afleiden van de zaken die deze week op de rol stonden, „hetgeen onwenselijk is”.

„Voortschrijdend inzicht”, zegt Lindeman, die de beslissing wel kan begrijpen. „Je wilt niet dat bij elke handeling twijfel rijst over de vraag of een officier handelt vanuit de rechtsorde of vanuit vooringenomenheid.” Want naast vergelding, zegt hij, heeft een strafproces nog een belangrijk doel: aan de samenleving laten zien dat op een eerlijke, integere wijze recht is gedaan. Een officier om die reden van de zaak halen „kan van een magistratelijke rol” getuigen.

Anderzijds, waarheidsvinding en het afwegen van individuele en publieke belangen vallen óók onder de magistratelijke rol van een officier van justitie. In dat kader kan het goed zijn om als officier van justitie nevenfuncties te hebben. In een reactie zei het OM in de media dat „vanwege haar betrokkenheid bij het onderwerp discriminatie een nevenfunctie op dit terrein voor de hand lag”. Officieren van justitie worden aangespoord ervoor te zorgen dat het OM „midden in de samenleving kan functioneren”.

Die taakopvatting past bij een modern OM. Dertig jaar geleden was de kritiek op het OM dat de officier in zijn ivoren toren zat en niet wist wat er speelde in de samenleving. Daarom zijn ze maatschappelijk relevante functies erbij gaan doen. „Al mijn studenten hebben om die reden bijbaantjes, zoals werken in de wetswinkel”, zegt Lindeman. Officieren hebben zitting in klachtencommissies van de politie en gevangenissen, of bijvoorbeeld in belangenverenigingen van slachtoffers. „Dat scherpt hun beslissing om wel of niet te vervolgen.”

Bij een thema als discriminatie ligt zo’n nevenfunctie voor de hand. Lindeman: „Je wilt als officier belast met dit thema het werkveld begrijpen en over discriminatie is altijd discussie: wat is wel en wat is geen discriminatie? Als je daar voelsprieten voor ontwikkelt door betrokkenheid bij een meldpunt kun je betere beslissingen nemen wanneer je wel en niet vervolgt.”

Hetzelfde zou gelden voor officieren gespecialiseerd in kinderporno, of mensenhandel. Maar er is één verschil, zegt Lindeman. „Iedereen keurt zulke delicten af, maar bij discriminatie ligt dat anders. Dat onderwerp is veel meer gepolariseerd: Akwasi heeft voor- én tegenstanders. Mensen kunnen denken dat je in de context van een meldpunt iets te innige contacten hebt met belangenorganisaties. En dan kun je jezelf als officier wel denken: ik ben magistratelijk bezig, maar dan heb je gerekend buiten de samenleving die dat niet zo wenst te zien. En de publieke perceptie, dat is een niet te bevechten monster.”

OM werpt schaduw op integriteit Commentaar, pagina 17