Akwasi-officier van grote discriminatiezaak gehaald

Strafrecht De officier van justitie die rapper Akwasi niet vervolgde is van een grote discriminatiezaak met 25 verdachten gehaald.

De vervolging van rapper Akwasi Owusu Ansah werd geseponeerd.
De vervolging van rapper Akwasi Owusu Ansah werd geseponeerd. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het Openbaar Ministerie heeft zondag besloten de officier van justitie te vervangen die deze week 25 zaken over bedreiging van NRC-columnist Clarice Gargard zou doen. Dat heeft het OM Amsterdam zondagavond bekendgemaakt.

Het gaat om Jacobien Vreekamp die als officier medeverantwoordelijk was voor het besluit de vervolging van rapper Akwasi Owusu Ansah (32) te seponeren.

Door kritiek, die onder meer werd geuit door een CDA-Kamerlid, op het besluit om Akwasi niet te vervolgen is Vreekamp „zo in de schijnwerpers” komen te staan dat het OM vreest dat haar aanwezigheid kan afleiden van de zaken die deze week op de rol staan, „hetgeen onwenselijk is”.

Vrijdag werd bekend dat de zaak tegen Akwasi vanwege opruiende uitspraken voorwaardelijk geseponeerd is. Akwasi zei op een manifestatie op de Dam in juni onder meer: „Op het moment dat ik in november een Zwarte Piet zie, trap ik hoogstpersoonlijk op zijn gezicht.” Die uitspraak is door het OM als strafbaar beoordeeld maar omdat Akwasi bereid was er publiekelijk afstand van te nemen heeft het OM voor een sepot gekozen.

Hierop kwam kritiek nadat De Telegraaf meldde dat Vreekamp enkele jaren in het bestuur zat van het Meldpunt Discriminatie regio Amsterdam samen met Mitchell Esajas, een van de initiatiefnemers van de manifestatie waarop Akwasi zijn gewraakte uitspraken deed.

‘Dubbele heroverweging’

Tweede Kamerlid Chris van Dam (CDA) twitterde dat het besluit om te seponeren een „dubbele heroverweging” verdiende. Van Dam, oud-officier van justitie, zegt dat het niet zijn bedoeling is het sepot ongedaan te maken – dat is niet mogelijk. Hij wil dat er een intern of extern onderzoek komt.

De beslissing van het OM betekent dat Vreekamp deze week niet zal optreden bij een meerdaagse zitting tegen 25 verdachten die zich volgens het OM schuldig hebben gemaakt aan opruiing, belediging en soortgelijke delicten. Maandag begint voor de meervoudige kamer in Amsterdam deze zaak, tegen een klein deel van de duizenden mensen die op 17 november 2018 negatieve commentaren schreven onder een livestream op Facebook van een demonstratie tegen Zwarte Piet. Publicist en columnist Gargard, die het rechtstreekse videoverslag erop zette, vond de commentaren zo ernstig dat ze aangifte deed.

De verdachten komen uit het hele land – van Woldendorp in Noordoost-Groningen tot Oude Tonge op Goeree-Overflakkee – en zijn van diverse leeftijden; van 22 tot 57 jaar. De te behandelen berichten hebben een racistische inhoud – herhaaldelijk onderstreept met de emoji van een aap. Een bericht ten voorbeeld: „Jammer dat ze de slavernij hebben afgeschaft, ik zou de zweep erover halen. Stelletje NSB’ers. Kan daar geen vrachtwagen over heen rijden.”

Achttien verdachten staan terecht wegens opruiing: ze riepen op om demonstranten te doden of te verminken. Vier mannen worden vervolgd wegens groepsbelediging (beledigen van een groep personen wegens hun ras) – dezelfde grond waarop PVV-leider Geert Wilders onlangs door het Haagse hof werd veroordeeld. Twee verdachten worden berecht voor aanzetten tot haat, discriminatie of geweld. Eén wordt verdacht van het persoonlijk beledigen van Gargard.

Volgens het OM is ook in deze zaak in vijf gevallen besloten tot een voorwaardelijk sepot.

Meerdere dagen

Opmerkelijk aan dit proces is dat het meerdere dagen duurt, en dat 25 verdachten in serie worden berecht. Ook worden de zaken niet behandeld door de politierechter, die meestal dit soort kleine zaken doet, maar door de meervoudige kamer. Het OM houdt doorgaans zo’n ‘themaproces’ als het de samenleving iets duidelijk wil maken.

Dit proces lijkt sterk op dat van april 2017, ook voor de Amsterdamse rechtbank, tegen 22 mensen die Sylvana Simons (Bij1) hadden bedreigd en beledigd. Op één na werden zij veroordeeld tot taakstraffen en geldboetes. In die zaak zeiden veel verdachten dat ze hun berichten impulsief hadden gepost; ze hadden het niet zo kwaad bedoeld. De rechtbank constateerde dat veel mensen op sociale media veel makkelijker ‘over de schreef’ gaan dan in ‘het normale leven’. Maar dit geldt niet als excuus. De officier van justitie in die zaak zei: „Wij hopen dat de straf een uitstraling heeft die ervoor zorgt dat het in het maatschappelijke debat minder op de man of vrouw wordt gespeeld en dat dit debat fatsoenlijker wordt gevoerd.”