Recensie

Recensie Muziek

Honger om weer voor publiek te musiceren is hoorbaar bij jubilerend RFO en Groot Omroepkoor

Klassiek Het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor bestaan 75 jaar. Na een halfjaar speelden ze voor het eerst weer in grote bezetting voor publiek.

Het Radio Filharmonisch nam de volledige vloer in beslag en het Groot Omroepkoor zat verspreid over twee tribunes – iedereen op anderhalve meter, immers.
Het Radio Filharmonisch nam de volledige vloer in beslag en het Groot Omroepkoor zat verspreid over twee tribunes – iedereen op anderhalve meter, immers. Foto Esther de Bruijn

Zesendertig zangers en bijna zestig musici waren er opgesteld in TivoliVredenburg: een tafereel dat je terugvoerde naar een ander tijdperk, toen zo’n troepenmacht gold als een gemiddelde bezetting. Nu nam het Radio Filharmonisch de volledige vloer in beslag en zat het Groot Omroepkoor verspreid over twee tribunes – iedereen op anderhalve meter, immers.

Koor en orkest openden gezamenlijk hun nieuwe concertseizoen, én gaven het startschot voor de viering van hun 75-jarig jubileum. De omroepensembles werden vlak na de oorlog opgericht, omdat Nederland ‘muziek nodig had om te helen, en nieuwe muziek om te groeien’, aldus directeur Roland Kieft in zijn welkomstwoord.

componeerde een grootschalig werk voor koor en orkest, dat binnen de huidige beperkingen echter niet kan worden uitgevoerd. Daarom schreef hij nog een kort werk voor kleinere bezetting: Les cymbales sonores, een toonzetting van Psalm 150. Na zinderende orkestklappen hief het koor een lofzang aan die qua kleur aan Messiaen deed denken. Prachtige klank, slimme teksteffecten; maar bij alle euforie ontbrak het een beetje aan richting.

Lees ook dit interview met Jan-Peter de Graaff (2017).

De honger om weer voor publiek te musiceren was zichtbaar en hoorbaar groot. En wederzijds: Karina Canellakis, in haar tweede seizoen als chef, werd door de weinige bezoekers onstuimig onthaald. Het orkest excelleerde in Sibelius’ Derde symfonie, vooral in het kamermuzikale middendeel, met glansrollen voor de houtblazers en de celli. Koor en orkest spanden samen voor een schitterend gedoseerde uitvoering van Brahms’ Schicksalslied, over hoe de mensen ‘Jahrlang ins Ungewisse hinab’ storten – hopelijk waren dat geen profetische woorden.