Opinie

Het Groeifonds van Wopke en Wiebes gaat zo niet werken

Economie Stimuleer op slimme manier duurzame groei. Op zich een geweldig idee, zegt Maar werk het eerst eens verder uit.
De Noord/Zuidlijn op het metrostation van Amsterdam Centraal.
De Noord/Zuidlijn op het metrostation van Amsterdam Centraal. Foto REMKO DE WAAL /ANP

Het is slim om te investeren in moeilijke tijden, in plaats van te bezuinigen. Dat is de gedachte achter het langverwachte ‘Nationale Groeifonds’ dat ministers Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) en Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) vorige week presenteerden. Het stelt voor de komende vijf jaar twintig miljard euro beschikbaar voor kennisontwikkeling, fysieke infrastructuur en onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Maar zonder goede opzet wordt zo’n ‘Wopke-Wiebes-fonds’ een politiek-ambtelijke grabbelton, waar de usual suspects hun business-as-usual projecten met overheidsgeld gaan financieren.

Bij het adviseren van de Duitse overheid over de ontwikkeling van het Green Climate Fund (GCF) heb ik gezien dat de bestuursleden van dit multilaterale fonds een systeem van regels hebben afgedwongen van maximale transparantie, professionaliteit en ambitie. Terecht: belastinggeld moet immers goed besteed worden. Het GCF investeert miljarden in ontwikkelingslanden om ze te ondersteunen bij het omgaan met klimaatverandering. Het bestuur wordt gevormd door industrielanden, waaronder Nederland en Duitsland.

Haast

Het tegengaan van klimaatverandering heeft haast. Toch konden pas projectvoorstellen ingediend worden bij het Green Climate Fund toen de belangrijkste beslissingen over het functioneren van het fonds waren genomen.

Lees ook: Groeifonds in nieuwe wijn in oude zakken. Maar hoe erg is dat?

Dat staat in schril contrast met het Nederlandse Groeifonds dat kiest voor een systeem waarbij investeringsvoorstellen kunnen worden ingediend „waarvoor al goed uitgewerkte plannen liggen”.

Dat wekt de indruk dat het fonds is gecreëerd om bestaande plannen uit te voeren. Of erger: het Groeifonds lijkt vergeleken met soortgelijke, nieuwe fondsen in Duitsland en Frankrijk weinig ambitieus op bijvoorbeeld klimaatgebied, omdat de uitgewerkte plannen er anders niet inpassen.

Vage criteria

Het Groeifonds heeft weliswaar een onafhankelijke commissie die projecten moet toetsen. Maar het is nog niet vastgelegd hoe de commissie beslissingen moet nemen en er is slechts een handvol vage criteria waar projecten aan moeten voldoen. Zo mogen projectvoorstellen niet strijdig zijn met de ambities van het kabinet op het gebied van het vestigingsklimaat, de ruimtelijke ordening en het klimaat.

Omdat deze criteria niet nader zijn gedefinieerd, kunnen business-as-usual projecten met een snufje duurzaamheid aanspraak maken op geld.

Eén van de plannen die rondzoemt, is het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol. Aanjager Schiphol verkoopt dit als duurzaam: wie met het OV naar de luchthaven komt, stoot minder CO2 uit dan met de auto. Een kromme redenering, want de uitstoot van een vlucht naar de Rome zit hem echt niet in de rit naar Schiphol.

Klimaatambities

De financieringscriteria van het GCF zijn voorzien van allerlei toetsingsvragen en beoordelingsfactoren en dat zou bij het Groeifonds ook moeten. Als een project ‘niet strijdig’ mag zijn met klimaatambities van het kabinet betekent dat volgens mij dat een project past in de kabinetsdoelstelling om 49 procent minder CO2 uit te stoten in 2030 ten opzichte van 1990. Dan valt het doortrekken van de Noord-Zuidlijn al snel af, omdat het project de groei van luchtvaart stimuleert.

De vraag is echter of de beoordelingscommissie van het fonds het lef zou hebben om zo’n project af te wijzen. Want de commissie kan weliswaar ‘naar eigen inzicht’ de beoordelingscriteria ‘nader verfijnen’, maar, zoals expliciet vermeld staat: „over de tijd”. Oftewel: nu even niet. Maar zonder zulke criteria is het fonds een politiek-ambtelijke grabbelton.

Geen revolverend karakter

De GCF-bestuursleden uit industrielanden willen projecten waar mogelijk met leningen financieren in plaats van met subsidies. Uit ervaring met ontwikkelingssamenwerking blijkt dat je daarmee meer ‘ownership’ creëert: de ontvanger voelt meer verantwoordelijkheid. Bovendien kun je leningen die worden terugbetaald opnieuw uitgeven. Het Groeifonds heeft echter geen revolverend karakter. Waarom niet? Er worden straks marktverstorende subsidies ingezet voor projecten die ook met leningen gefinancierd kunnen worden.

Het Groeifonds kan nog meer leren van het GCF. Het Groeifonds wil dat het MKB en start-ups ook voorstellen indienen, maar de voorbereiding en uitvoering van projecten van dertig miljoen euro – het gestelde minimum – is wellicht teveel gevraagd. Kleinere aanvragers moeten daarom worden begeleid, zoals het GCF ook doet. Anders dienen alleen de usual suspects voorstellen in.

Zo zijn er nog wel meer verbeterpunten. De commissie is momenteel niet representatief, want vakbonden en non-gouvernementele organisaties ontbreken. Besluitvorming kan veel transparanter om vriendjespolitiek te voorkomen. En een verdeelsleutel moet voorkomen dat al het geld in de Randstad wordt uitgegeven.

Het groeifonds is een geweldig idee, maar als het te haastig wordt opgezet, werkt het niet.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.