Reportage

De Tour is een secondenspel tussen twee Sloveense renners geworden

Bergetappe Mede door de Belg Wout van Aert deed Jumbo-Visma goede zaken in de rit naar de Grand Colombier. Geletruidrager Primoz Roglic won tijd op zijn rivalen, uitgezonderd Tadej Pogacar.

De Sloveen Tadej Pogacar (rechts) wint de etappe naar de Grand Colombier, vóór zijn landgenoot Primoz Roglic, de geletruidrager.
De Sloveen Tadej Pogacar (rechts) wint de etappe naar de Grand Colombier, vóór zijn landgenoot Primoz Roglic, de geletruidrager. Foto Christophe Petit-Tesson/AP

Op een dag die inspanningsfysiologen rood omcirkeld hadden omdat er met minuten zou worden gesmeten op een slotklim waarbij een maximale inspanning vereist was die langer dan drie kwartier ging duren, en er mannen zouden opstaan die het niet van een explosie van kracht moeten hebben maar juist van de lange adem, was het een veldrijder annex sprinter die zich op kop van het peloton zette en opnieuw zo hard op zijn pedalen duwde dat lichaamsgewicht in kilo’s geen rol meer leek te spelen.

Aan de voet van de Grand Colombier, een klim van 17 kilometer in de Jura, liet hij, de volgende man in de pikorde van Jumbo-Visma toen Robert Gesink met open mond naar adem zocht, zien de indrukwekkendste atleet van het moment te zijn. Zo allround, zo ijzersterk. Of hij drinkbussen moet halen of de opdracht krijgt een groep van 170 renners te decimeren; hij doet het, uiterlijk onbewogen, de sportbril fier op de neus, alsof het zweet dat over zijn gezicht gutst hem ook al niet deert.

Longen in brand

De groten der aarde moeten opgeven, een tandje lichter schakelen als longen en ledematen in brand staan, omdat wat Wout van Aert bergop uitspookt ze te gortig is. De Fransen willen weten of ‘Woet’ ooit de Tour kan winnen.

Thomas Voeckler, de oud-renner die op een motor om de koplopers heen zwermt, zet eerst een halve minuut superlatieven op een rij – hij is de enige die van dichtbij ziet wat vleesgeworden overmacht betekent – maar als hij daarmee klaar is kan hij slechts instemmend antwoorden. Wout van Aert spot met wielerwetten. Er zijn jongens die twee denkbeeldige zakken aardappelen minder omhoog hoeven te zeulen en er niet eens aan willen denken zijn tempo nog een kilometer langer te moeten volgen.

Het grootste slachtoffer van het beulswerk van Wout van Aert is Egan Bernal, die de pijn in zijn lichaam niet langer verdragen kan. Op de top van de vulkaan Puy Mary lag hij al over zijn stuur gevouwen. Daar moet hij hebben geweten dat het geweld van Jumbo-Visma niet te counteren valt. Als zijn fietscomputer meldt dat het nog 13 kilometer naar de top is, heeft Bernal zijn grens bereikt. Eraf gereden door een jonge Vlaming. Bernal, de Tourwinnaar van vorig jaar, schudt het hoofd. Een verlammende vermoeidheid heeft zich in zijn lichaam vastgebeten. Hij verliest zeven minuten.

Ondertussen heeft Van Aert nog adem over om een bidonnetje te pakken, en George Bennett te vragen of hij misschien een slokje wil. Als er nog vijftien renners over zijn en een derde daarvan uit ploegmaten bestaat, kan hij zich met een gerust hart laten uitzakken. Hij fietst met Bernal mee omhoog, bij wie hij constateert dat de ogen diep in de kassen zijn gezakt.

Jumbo-Visma dendert door. Ze rijden twee minuten harder tegen de Grand Colombier op dan een maand geleden tijden de Tour de l’Ain, toen hun dominantie zich openbaarde. Adam Yates wil van ze wegrijden, maar daar steekt Tom Dumoulin een stokje voor. En dan heb je nog Sepp Kuss, die aangeeft zich met de dag beter te voelen. Primoz Roglic wordt als een blinde aan de arm genomen en naar de finish begeleid. Hij hoeft alleen nog maar te sprinten om voor de tweede keer etappewinnaar te worden, en bonusseconden te pakken.

Sprintje

Dus daar gaat hij voor, 600 meter voor het einde. Maar zijn sprintje wordt gecounterd. Door het manneke van 21 dat hem als enige deze Tour bergop kan volgen, en misschien zelfs de baas is. Tadej Pogacar wint de etappe, en pakt vier seconden terug. Hij nadert Roglic tot op veertig tellen. Dat is geen weelde, met nog vijf moeilijke etappes voor de boeg, waarvan eentje van ongekende vuiligheid, die op woensdag, naar de nieuwe Col de la Loze. En dan is er nog een klimtijdrit op zaterdag. Bij de nationale kampioenschappen was Pogacar in die discipline beter. Acht tellen.

Wat lonkt is een secondenspel tussen twee Slovenen. De gele trui heeft de sterkste ploeg. De jongeling de meeste durf.