CDA-leider Hugo de Jonge wil af van het neo-liberalisme

In zijn eerste lezing als CDA-partijleider keerde coronaminister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA) zich tegen het neo-liberalisme en vóór solidariteit. „Ik vind dat we migratie een belangrijk onderwerp moeten maken.”

Minister Hugo de Jonge in de Tweede Kamer.
Minister Hugo de Jonge in de Tweede Kamer. Foto ANP / Phil Nijhuis

Hij werd aangekondigd als „bijzondere spreker” in een „zeer bijzondere editie” van de Abel Herzberglezing in een „wel heel bijzonder jaar”. Toen Hugo de Jonge aan het begin van dit jaar inging op de uitnodiging van dagblad Trouw en het Amsterdamse debatcentrum De Rode Hoed om de lezing te houden, was er van corona in Nederland nog geen sprake. Hij was ook nog geen partijleider en lijsttrekker van het CDA.

Deze zondag hield hij zijn lezing en alles was anders. Sinds maart is De Jonge verantwoordelijk voor de bestrijding van het coronavirus in Nederland, in juli werd hij gekozen als lijsttrekker.

Zijn verhaal was vooral een lang pleidooi voor meer solidariteit. Een concreet voorbeeld waar hij mee kwam ging over de arbeidsmarkt. Daar moeten hoogopgeleide, succesvolle zzp’ers iets van hun vrijheid inleveren om „mensen die vastzitten in flexcontracten en onvoldoende bescherming en bestaanszekerheid hebben” te steunen. Daarmee bedoelt De Jonge, zei hij achteraf, dat er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering moet komen.

Het was de eerste lezing van De Jonge als partijleider. Zijn voorganger Sybrand Buma, nu burgemeester van Leeuwarden, had drie jaar geleden in dezelfde zaal en op hetzelfde podium de HJ Schoo-lezing gegeven, waarin hij had gewaarschuwd voor „verwatering” van de Nederlandse cultuur. Over de multiculturele samenleving zei hij: „Verscheidenheid is nooit een doel op zich geweest.” Buma was opgekomen voor de boze burger, die volgens hem „de gewone Nederlander” is. Na die toespraak had een deel van de CDA-achterban zich geroerd: die toon over migratie, paste dat wel bij hún CDA?

Lees ook: Buma’s CDA voor bezorgde burgers, wie wil dat nog?

‘Geen grip op migratie’

In zijn lezing deze zondag was de toon van Hugo de Jonge anders. Hij sprak weliswaar over het „gebrek aan grip op migratie”. Dat is volgens hem „een belangrijke bron van onzekerheid en polarisatie waardoor onderlinge solidariteit in buurten en gemeenschappen onder druk is komen te staan”. Maar hij vroeg óók aandacht voor racisme in Nederland. De protesten na de dood van George Floyd, die door politiegeweld in de Verenigde Staten om het leven kwam, noemde De Jonge „een terechte roep om erkenning”. De Jonge sprak over mensen die dagelijks te maken krijgen met racisme, die „steeds weer het gevoel krijgen er niet helemaal bij te horen”.

Maar hij appelleerde óók aan het gevoel bij de Nederlanders die het gevoel hebben dat ze worden aangesproken op iets wat ze volgens henzelf niet zijn. „Het onvermogen om jezelf in een ander te verplaatsen overkomt ons allemaal wel eens. En we beseffen niet altijd voldoende dat een woord of een gebeurtenis voor de één een andere betekenis heeft dan voor de ander. In dit onvermogen schuilt niet het kwaad.”

De Jonge keerde zich in zijn lezing nadrukkelijk tegen het liberalisme. Hij voorspelde dat 2020 de geschiedenisboeken in zal gaan „als het einde van neo-liberalisme. De liberale agenda van grenzeloze vrijheid, van globalisering en doorgeschoten marktdenken heeft geleid tot een samenleving waar het recht van de sterkste te veel ruimte heeft gekregen.” Volgens de coronaminister heeft de pandemie „opnieuw de tekortkomingen van het liberalisme aan het licht gebracht. Het heilige geloof in de markt bleek niet zaligmakend.”

Vluchtelingen uit kamp Moria

In de vragenronde na afloop ging het óók over solidariteit: daar maakte de minister dus zo’n groot punt van, een paar dagen nadat de coalitie een fel bekritiseerd compromis had gesloten over de opvang van honderd vluchtelingen uit Griekenland? De Jonge vond die coalitiedeal „een stap vooruit”. Op de vraag of hij gezien de boodschap van zijn lezing niet méér vluchtelingen had willen opvangen, zei hij: „Was tweehonderd dan genoeg geweest, of driehonderd? Zit het in aantallen of zit het in: wat kun je doen voor die mensen die daar in de verdrukking zitten en wat is de hulp die we kunnen geven? Met getallen de barmhartigheidsmeter laten lopen, ik denk niet dat dat de manier is waarop we naar het migratievraagstuk moeten kijken.”

Eerder had De Jonge in een interview met NRC al gepleit voor een quotum op immigratie. Zondag zei hij: „Maar we moeten niet beloven dat we dat morgen geregeld hebben. Zo zit Europese samenwerking niet in elkaar.”

Maar als het kabinet niets doet, zei hij ook, „werken we aan een recept voor polarisatie”.

Lees ook dit profiel van Hugo de Jonge: breedsprakige man met een actieplan

Door het coronavirus zaten er zondag nog geen veertig mensen in de zaal, normaal zijn dat er zo’n vierhonderdvijftig. Op de livestream keken 37 mensen mee. De Abel Herzberglezing wordt sinds 1990 georganiseerd door Trouw en De Rode Hoed en gaat over maatschappelijke, ethische en politieke thema’s. Twee jaar geleden jaar sprak Sigrid Kaag (Binnenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, D66) de lezing uit, eerder kwamen ook Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib en de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb aan de beurt.