Opinie

Grapperhaus kreeg een rode kaart, alweer

De Rechtsstaat

Soms is het niet alleen wát er gezegd wordt, maar ook door wie. Zondag had Buitenhof-tv Geert Corstens aan tafel, oud-president van de Hoge Raad, die alle redenen opsomde waarom Ferdinand Grapperhaus niet meer als minister houdbaar is. Zijn advies aan hem luidde „de eer aan zichzelf te houden”. Hoe kun je nou nog regels handhaven die ons „tot vervelens toe” per persconferentie waren opgelegd, als je daarin zelf het foute voorbeeld geeft, luidde de samenvatting. De oud-raadsheer las nog voor hoe Grapperhaus destijds zelf de anderhalvemeterregel had gekwalificeerd. Als zó belangrijk dat de minister er ‘geen concessie aan doet’. Waarna hij zelf lichtvaardig een familiefeest organiseerde waar het tegenovergestelde bleek. En er vervolgens niemand optrad, boa, politie noch Tweede Kamer. Dat alles in een tijd, volgens Corstens, „waarin mensen twijfelen aan de democratische rechtsstaat. Die zullen zeggen, zie je wel, het is de elite die zichzelf in stand houdt”.

Goed, ik schoot overeind. Ook oud-presidenten van de Hoge Raad houden zich meestal op discrete afstand van de politiek. Tenzij het de rechtspraak zélf betreft en er behoefte is om het ‘even duidelijk te zeggen’. Maar ministers ontslaan, dat hoor je nooit uit dat echelon. Maar nu moet het dus, kennelijk omwille van de geloofwaardigheid van de democratische rechtsstaat zelf. Dat lijkt me méér dan een rode kaart.

Het kabinet moet tot de verkiezingen nog ruim een half jaar, als er niks tussen komt. En zit dus al die tijd met een aangeschoten minister van Justitie. Iemand die zich aan zijn ambt vastklampte omdat hij denkt zichzelf de komende weken te kunnen „uitdeuken”. Namelijk door te blijven uitleggen dat hij zich op zijn huwelijksfeest had laten meeslepen. En overigens vierkant achter het beleid staat dat hij zelf zo flagrant overtrad. En dan maar hopen dat de moderne ‘WTF’-burger dat niet met opgeheven middelvinger zal begroeten.

Uit onderzoek door het RIVM blijkt intussen dat de naleving van de coronaregels sterk achteruitgaat. Hoewel 84 procent vindt dat mensen met klachten thuis moeten blijven, doet in de praktijk vrijwel niemand dat. 43 procent gaat naar z’n werk, 64 procent bezoekt familie en vrienden als vanouds en 90 procent doet gewoon boodschappen. Klassiek: regels gelden voor de ander, mij komt het nu even niet uit. De minister is trendvolger.

Lees ook: Minister is nu juist geloofwaardiger

Dat het aantal besmettingen weer stijgt, hoeft dan ook niet te verbazen. Ongetwijfeld allemaal burgers die, net als Rosanne Hertzberger vorige week in haar column, „schoon genoeg hebben” van de regels die normaal menselijk gedrag „criminaliseren”. Wij zijn allemaal tot overtreders gemaakt, schreef ze. „Ik vind dat je je naasten mag aanraken.” Ja, ik ook, maar dan toch alleen die onder mijn eigen dak wonen. Niet de halve extended family op bruiloften of partijen. Die kun je namelijk aldus zwaar ziek maken, zo heb ik dan weer van het RIVM geleerd. Veel besmettingen gebeuren juist in familiekring. Dit is een geniepige en gevaarlijke rotziekte waar je elkaar alleen voor kunt behoeden door afstand te houden. Ook mensen zónder symptomen kunnen het virus overbrengen.

In deze crisis geldt een aangepast sociaal contract – overheidsregels zijn het sluitstuk. Bedoeld om je te beschermen tegen mensen die ‘schoon genoeg’ van de regels hebben of in corona ‘een zomergriepje’ zien. Ik kom liever geen verkouden, niezende en snotterende mensen tegen in de tram, supermarkt of op het werk. Maar Grapperhaus heeft die kans nu vergroot en niet verkleind.

Dat de minister de Kamer toezegde „tot het uiterste” te onderzoeken of de regels niet konden versoepeld, de boetes verlaagd en het ‘strafblad’ uitgesteld, versterkt de indruk dat zijn gedrag de maatstaf is. Behalve de handhaving ondermijnde hij ook de afstandsregel zelf. De noodwet die mede door hem door het parlement moet worden geloodst, is al een dode letter voordat die het Staatsblad heeft gehaald. Ik kan niet begrijpen waarom er geen nieuwe minister zónder deuk gevonden wordt om dit klusje te klaren. Niet omdat ik zo dol ben op het criminaliseren van tot voor kort inderdaad gangbaar menselijk gedrag. Maar omdat de overheid geen beschadigde minister kan gebruiken voor het geval handhaven écht moet.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.