Reportage

‘Zomaar wat goede stukken na elkaar spelen, vinden wij niet meer interessant’

Dudok Kwartet In de ‘Signature Sessions’ plaatst het Dudok Strijkkwartet bekend repertoire in een bredere muzikale context. „Brahms’ voorbeelden leefden drie eeuwen eerder.”

Het Dudok Quartet.
Het Dudok Quartet. Foto Andreas Terlaak

„Nee wacht, speel jij anders die F!”, suggereert cellist David Faber zijn collega rechts van hem, altvioliste Marie-Louise de Jong. Het Dudok Strijkkwartet zit te repeteren in de Uilenburgersjoel, een 18de-eeuwse synagoge in het centrum van Amsterdam. Ze oefenen het arrangement van een Hongaars volksliedje dat eerste violiste Judith van Driel net af heeft. Hoewel, ‘oefenen’ is misschien wat licht gezegd. Noeste arbeid dekt de lading beter. De kwartetleden zijn maar net tevreden over de nieuwe plek van de F of iemand legt de zaak alweer stil om een tempowisseling te bediscussiëren. Repeteren op de vierkante centimeter.

Cellist Faber begint er zelf over als we later tegen de buitenmuur van de Uilenburgersjoel in de zon zitten. „We repeteren gedetailleerd.” Violiste Van Driel: „Op het neurotische af.” Faber: „Ja… Maar uiteindelijk komt daar wel een vrij plan uit. Een frame waarbinnen we intuïtief kunnen zijn.”

De vrije ruimte is flink vergroot door het maken van eigen arrangementen van muziek die eigenlijk niet voor strijkkwartet is geschreven. Ze worden een belangrijk onderdeel van de ‘Signature Sessions’ die het kwartet zelf organiseerde; vier concerten in de Uilenburgersjoel waarin het kwartet bekende werken wil spelen in de context van hun ontstaan.

Faber: „De vorige generatie ensembles dacht over grote werken: ‘allemaal goede muziek, speel maar gewoon op één avond.’ Wij vinden dat niet interessant meer. Je kunt geen drie verschillende stukken achter elkaar spelen en verwachten dat iedereen dan snapt dat ze eigenlijk weinig met elkaar te maken hebben. Voor ons is het logischer één stuk aandacht te geven door daaromheen context te spelen.”

Brahms als pionier

Die context kan muziek uit dezelfde tijd zijn, of muziek die de componist inspireerde. De eerste twee concerten draaien om componist Johannes Brahms. Op 17 september klinkt Brahms’ Derde strijkkwartet in een bedje van Hongaarse volksmuziek; muziek waar Brahms erg van hield. Later, in oktober, komt Brahms als bewonderaar van drie eeuwen oudere componisten aan bod. „De meeste musici die tegenwoordig Brahms spelen zijn begonnen met Haydn, Mozart en Beethoven”, legt Faber uit. „Terwijl Brahms’ voedingsbodem veel ouder was.” Die avond zal zijn Eerste strijkkwartet dus klinken tussen arrangementen van muziek van 16de-eeuwers als Palestrina en Giovanni Gabrieli. „Brahms heeft veel gepionierd met musicologisch onderzoek naar hun werk.”

Van Driel: „In plaats van dat een concert een magische gebeurtenis op afstand is, moet het iets worden waar je iets van snapt.” Instemmend gemurmel van de andere drie leden. „De muziek behoudt haar magie wel hoor”, verzekert Faber, „maar het moet duidelijk zijn dat wij geen magiërs zijn, maar ambachtslui die goed weten hoe muziek werkt.”

Van Driel: „Tot en met de tijd van Brahms componeerden de allerbeste musici ook zelf. Het resultaat was zelden geweldig, maar ze begrepen wel hoe muziek in elkaar zit. Dat is heel leerzaam.”

Zo helpt focus op de context niet alleen het publiek, maar ook het kwartet zelf verder. „Als je Brahms benadert vanuit de oude muziek van Palestrina en Gabrieli, ga je automatisch anders spelen. Vibratogebruik, vingerzettingen, in alles maken we andere keuzes dan een aantal jaar geleden.”

In december en januari klinken nog twee ‘Signature Sessions’. In één programma zullen Richard Wagner en Olivier Messiaen elkaars context vormen, in een tweede wordt György Ligeti geplaatst naast jazzmusici John Coltrane en Charles Mingus.

Voor wie zelf ook van de arrangementen wil leren: de concerten worden alle in de Uilenburgersjoel opgenomen en komen na ieder concert samen met de bladmuziek online te staan.

Dudok Kwartet: ‘Signature Sessions’. 17/9, 29/10, 10/12 en 21/1. Info: dudokquartet.com