Foto Jelle Krings

‘Mensen werden in Moria tot gekte gedreven’

Vluchtelingenkamp Lesbos Sinds de verwoestende brand bivakkeren vluchtelingen langs een weg. „Moeten we bang zijn voor een virus?”

Mitra ging donderdagavond krabbend slapen en wordt vrijdagochtend krabbend wakker. De vijfjarige ligt in een natte broek op een dekentje tegen een vangrail aan. Ze wrijft haar vieze linkervoet over haar vieze rechtervoet. Krabt haar vingers over haar haren, dan haar gezicht, dan haar benen. Op veel plekken zitten rode plekjes, mogelijk schurft. Mitra’s medicijnen zijn dinsdagavond tijdens de brand die vluchtelingenkamp Moria bijna volledig heeft verwoest, verloren gegaan met alle tenten en spullen van duizenden bewoners. Dit is de derde dag waarop ze samen met zo’n twaalfduizend lotgenoten aan een autoweg haar dag begint.

„Er zat net bloed in haar wc”, fluistert haar 21-jarige moeder Fereshte, die wc zegt omdat ze het woord poep onbeleefd vindt – wc’s zijn hier niet. „Ik denk dat mijn meisje ziek is. U zag zelf hoe ze gisteravond al die koekjes naar boven haalde. Ze heeft al drie dagen geen normaal eten gehad!”

Sinds woensdag is de weg die naar het voormalige vluchtelingenkamp Moria leidt op het Griekse eiland Lesbos, afgesloten door politiebussen en patrouillerende militairen. Die moeten voorkomen dat de vluchtelingen naar Mytilini lopen, de hoofdstad van het eiland, drie kwartier verderop. Ze weten niet wie er corona heeft. Ook hebben de Griekse eilandbewoners de afgelopen maanden tijdens protesten bij Moria en aanvallen op ngo-medewerkers de wereld laten weten niet langer het tolerante vluchtelingeneiland te willen zijn.

Sinds 2015 is Lesbos, dat dicht tegen Turkije aan ligt, een aankomstplek voor honderdduizenden migranten en vluchtelingen. De mensen die er nu zijn willen het liefst doorreizen naar het Europese vasteland.

Maar vrijdagmiddag moet er als eerst gegeten worden, mensen hebben honger. „Kom, we gaan kijken of de Lidl eindelijk open is”, zegt de 17-jarige Congolees Rossi, die sinds donderdagmiddag niets heeft gegeten. Tijdens de wandeling bergopwaarts in de warme zon zien we mensen met stokken hutten bouwen langs de vangrail. Op de achtergrond breken de golven van de Egeïsche Zee op rotsen. Overal liggen lege waterflessen. „Weet jij al iets over eten”, vragen vrienden die Rossi onderweg tegenkomt. „Nog niks gehoord”, antwoordt Rossi. „Misschien weten ze verderop meer.”

Dichte Lidl

Rossi woont anders dan veel anderen pas drie maanden op het eiland. Zijn ouders denken dat hij nog in Congo is. Vandaar dat zijn achternaam, die wel bekend is bij NRC, niet is vermeld. Naar eigen zeggen is hij voor zijn leven gevlucht, als slachtoffer van hekserij. In Congo wilden ze hem opofferen, dat komt onder sommige christenen voor. „Dat lot stond mij te wachten”, zegt hij.

Na tien minuten lopen over de weg staan we voor een dichte Lidl. Rossi zucht. „Hoe moet ik nu aan eten komen?” Hij dacht dat hij het na Moria niet slechter kon treffen, toch gebeurt dat nu. Hij loopt de heuvel af, terug naar zijn vrienden.

Een paar uur later breekt er op de weg een protest uit waar de vluchtelingen aandacht vragen voor hun situatie. Het is onduidelijk hoe lang ze op straat moeten blijven. Op bordjes staat: ‘We don’t want a new Moria’ en ‘We want freedom.’ De Griekse premier Kyriakos Mitsotakis zei dat er een nieuw kamp moet komen. Maar daar zitten de vluchtelingen niet op te wachten.

Op donderdag vertelde Rossi dat hij weet wie de brand dinsdag heeft aangestoken. „Vijf Grieken zijn het kamp binnengedrongen. Ze waarschuwden ons eerst dat we weg moesten rennen omdat ze de boel in brand zouden steken. Toen ben ik snel naar mijn tent gegaan, heb mijn vrienden gewaarschuwd, mijn rugzak gepakt en ben gaan rennen.” We kunnen zijn verhaal niet bevestigen.

Foto Jelle Krings
Foto Jelle Krings
Foto Jelle Krings
Foto’s Jelle Krings

Griekse functionarissen zeggen juist dat de kampbewoners het hebben gedaan. Nadat 35 mensen besmet zouden zijn geraakt met het coronavirus, zou het hele kamp in quarantaine moeten. Op slot dus. Daar demonstreerde een groep bewoners dinsdag tegen. Maar de Griekse autoriteiten hebben ook geen bewijs voor hun conclusie, schrijft persbureau Reuters.

Als het verhaal van de autoriteiten wel klopt zou het niet de eerste keer zijn dat de bewoners een brand aansteken om aandacht te vragen. September vorig jaar vond er ook een grote brand plaats na een uit de hand gelopen protest tegen de erbarmelijke leefomstandigheden in Moria. Een keer stak een vluchteling zichzelf in brand, maar werd gered. In de winter ontstonden er vaak branden als mensen hun tenten probeerden warm te houden.

Niemand is bij de brand omgekomen, maar veel mensen hebben wel hun bezittingen verloren. Door de harde wind grepen de vlammen snel om zich heen. „Mijn pop is verbrand”, zegt Mitra, donderdagavond, voordat ze in slaap valt. Zij lag dinsdagavond met haar ouders te slapen toen de brand uitbrak. „Ik rook als eerste iets”, zegt haar moeder Fereshte. „Ik tikte mijn man wakker. Hij zei dat het vast weer werd gedoofd.” Zo regelmatig kwamen brandjes hier voor. Dit keer werd de brand na een half uur erger. Ze pakten een tas met luiers, schoven een paar slippers om hun tenen en renden het kamp uit. Nu zijn ze hier. Moesten ze eerst urenlang in de rij staan voor een douche, nu is er zelfs geen douche meer. Het is onmogelijk hygiënisch te blijven langs de weg.

Veel vluchtelingen die we spreken vinden alle heisa rondom corona onbegrijpelijk. De meeste mensen die we zien dragen geen mondkapje. Griekse ambtenaren lieten weten dat er 200.000 snelle Covid-19-tests naar Lesbos zijn gebracht om een ​​mogelijke toename van gevallen te onderzoeken. „Mensen komen Moria binnen met gebroken botten, ernstige ziektes en doen uit wanhoop aan zelfverminking. Daar is amper hulp voor”, zegt Fereshte. „Maar ineens moeten we bang zijn voor een virus waar sommigen niet eens iets van merken?”

Helse plek bestaat niet meer

Fereshte en haar man Naser waren vroeger buren en wisten als kind al dat ze later samen zouden zijn (ze wilden niet met hun achtnamen in de krant; hun volledige namen zijn bekend bij NRC). Toen haar broers van plan waren haar uit te huwelijken aan een veel oudere man, zijn ze samen naar Iran gevlucht. Maar ook daar zijn veel Afghanen niet veilig. Ze voelden zich genoodzaakt naar Europa te komen. „We verwachtten een moeilijk tijd, maar wisten niet dat het psychisch zo zwaar zou zijn”, zegt Naser. „Net kroop Mitra bij mij op schoot en mijn eerste reactie was: ‘Ga weg!’ Een half uur later begreep ik pas dat ze even mijn aandacht wilde. Ik herken mijzelf soms niet meer.”

Lees ook: ‘Wáár is jullie menselijkheid?

Fereshte geeft toe dat ze uit wanhoop soms haar haren uit haar hoofd trekt. Ondanks dat ze nu op straat slapen voelt het stiekem goed dat die helse plek niet meer bestaat, zegt ze. „Mensen werden in Moria tot gekte gedreven. Mijn dochter heeft een keer gezien dat een vrouw een andere vrouw doodstak. Daarna dacht Mitra maandenlang dat er bloed op haar eigen voorhoofd zat. Maar er zat niks. De psycholoog zei dat ik een pop voor haar moest kopen.” Die is nu verbrand.

Foto Jelle Krings
Foto Jelle Krings
Foto’s Jelle Krings

Dát er ooit een ramp zou plaatsvinden in Moria, was te voorzien. Het kamp was overbevolkt, onveilig en onhygiënisch. Al jarenlang luidden ngo’s de noodklok over de mensonterende situatie waarin migranten waren opgevangen: als mieren opgehoopt, zonder warm water. Mensen stonden uren in de rij voor eten, dat soms beschimmeld was. De situatie zorgde voor stress, opstandjes, drugs- en alcoholmisbruik. Een Afghaanse man van 21 laat zien dat iemand tijdens een ruzie een hap uit zijn oor heeft genomen.

Moria was gebouwd op een stukje Europa zonder beschaving. Het leek erop dat het kamp een signaalfunctie had voor mensen die van plan waren naar Europa te komen. Moria schreeuwde: denk niet dat Europa fantastisch is. Zo zei Amin, een toen 25-jarige Algerijn in 2016 op Lesbos tegen NRC dat het geweldige Europa een illusie bleek. „Ze behandelen je hier als dieren. Er is geen eten, geen onderdak en geen respect.” Als afgestudeerde accountant kon hij in Algerije geen werk vinden, hij hoopte dat dat in Europa wel zou lukken. Amin ging terug naar huis.

Foto Jelle Krings

Maar de afgelopen jaren werden ook de mensen voor wie Moria wel bedoeld was slachtoffer van het afschrikbeleid. De Britse arts Liz Clark, die er tijdelijk voor MSF zat, schreef twee jaar geleden al over de geestelijke gezondheidscrisis onder vluchtelingen in Moria. „Een voordeel van het feit dat Moria zo overvol is, is dat er altijd iemand in de buurt is om het touw of mes uit de hand te halen van iemand wiens hopeloosheid ondraaglijk is geworden en die een einde aan zijn leven wil maken.”

Hopeloosheid voelt Fereshte ook. „Pas nu ik hier ben weet ik hoe graag Europa ons niet wil”, zegt ze. „Waarom bewaken jullie de grenzen dan niet wat beter?”