Recensie

Recensie Muziek

Nederlands Kamerkoor omzeilt eenduidige kommerkitsch

Klassiek Met ‘Lux in tenebris’ brengt het Nederlands Kamerkoor een programma rondom verlichting en troost. IJzersterke zang schept ook ruimte voor verbazing.

Nederlands Kamerkoor o.l.v. chef-dirigent Peter Dijkstra
Nederlands Kamerkoor o.l.v. chef-dirigent Peter Dijkstra Foto Foppe Schut

Eigenlijk had het Nederlands Kamerkoor (NKK) deze maand door het land moeten toeren met ‘Vergeten’, een theatrale voorstelling over dementie waarmee het gezelschap vorig jaar hoge ogen gooide. Corona stak een stokje voor de geplande herneming, maar er kwam wel een vervangende concertreeks: Lux in tenebris, licht in de duisternis.

In bizarre tijden als deze smachten we massaal naar hoop, zo luidde de achterliggende gedachte. En dus vormden a-cappellastukken van Francis Poulenc en delen uit het requiem van de Spaanse renaissance-reus Tomás Luis de Victoria de hoofdmoot in een programma rondom verlichting en troost.

Troost. Het werd soms een wat huilerig cliché in coronatijd. Waar muziek voorheen nog wel eens ontregelde, ontroerde, jubelde of confronteerde, daar bood de muze sinds medio maart vooral een zachte schouder bij betraande ogen en een vertwijfeld gemoed.

Mag allemaal. Wel kun je je afvragen of troost niet eenduidig maakt wat meerduidig wil zijn, plat slaat wat gelaagd was. Met andere woorden: wat er eigenlijk overblijft wanneer muziek gereduceerd wordt tot louter een opbeurende functie. Kommerkitsch.

Gelukkig maar: in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam bleek een achtkoppig NKK die valkuil smaakvol te omzeilen. Allereerst door, na zes maanden noodgedwongen pauze, ijzersterk te zingen. Mooi hoe dirigent Peter Dijkstra de lange lijnen in De Victoria’s renaissancecontrapunt breed liet welven, en telkens afbond met spatgelijke slotmedeklinkers. De hymne Bring us, O Lord God van de Brit William Harris kende een fraaie dynamische opbouw. Knipoog van de technicus: de opflakkerende led-verlichting op de woorden ‘one equal light’.

En passant was er ruimte voor verbazing. Een intieme lezing van Poulencs Salve regina wierp een verrassend licht op de wonderlijke chromatiek in de slotmaten. In diens Quatre petites prières beleefden de NKK-heren zichtbaar plezier aan de verrassende harmonische wendingen en klierende middenstemmen.

Trouwens, zou Victoria echt hebben willen troosten toen hij in zijn requiem de woorden „poenis inferni” (hellestraffen) onderstreepte met schurende dissonanten? Plotseling opgepookte dynamiek en nasale scherpte in de alten deden vermoeden van niet.