Matrassen en bouwmateriaal – hoe maak je die afvalbergen circulair?

Wegwerpmentaliteit Alles circulair in 2050? Hoe dan? Twee bergen afval onder de loep: matrassen en bouwmaterialen.

Wat te doen met geplastificeerd papier of karton? Lees er hieronder meer over.
Wat te doen met geplastificeerd papier of karton? Lees er hieronder meer over. Beeld Lynne Brouwer

We moeten af van onze „wegwerpmentaliteit”, zei Sharon Dijksma in 2016. „Nu zijn producten vaak niet opnieuw bruikbaar of worden ze zelfs ontworpen voor kortdurend gebruik.” Dat kon zo niet langer, zei ze.

Dijksma, toen staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, stond op het punt een Grondstoffenakkoord te sluiten met overheden, bedrijven en andere organisaties. Einddoel: 100 procent circulair in 2050.

Wat betekent dat in de praktijk? NRC sprak met twee Nederlandse bedrijven in heel verschillende sectoren, die allebei circulaire stappen zetten.

De bouw is verantwoordelijk voor het meeste afval in Nederland. Bij bouwbedrijf BAM werden de ogen geopend na de opdracht een volledig demontabel gemeentehuis in Brummen neer te zetten.

Matrassen hebben het grootste aandeel in ons huishoudelijk restafval. Een nieuw matras van fabrikant Auping moet daarin verandering brengen.

Matrassen

Als íéts lekker brandt, dan zijn het wel matrassen. Zo lekker zelfs, dat afvalverbranders ze liever niet hebben. Want afval kan ook te goed branden, en matrassen doen dat ruim drie keer harder dan die bedrijven prettig vinden, dat beschadigt hun ovens.

Jaarlijks worden in Nederland zo’n 1,2 tot 1,5 miljoen matrassen afgedankt. Dat is een berg die de hele Johan Cruijff Arena in Amsterdam tot aan het dak kan vullen, schrijft ABN Amro in een rapport over matrasrecycling uit 2019. Ruim een kwart wordt aan de straat gezet: een bekend beeld, zo’n treurig matras op een nat stoepje. Die gaat sowieso de verbrandingsoven in. Voor recycling moet een matras schoon en droog zijn.

Gaan ze naar de milieustraat, dan kunnen ze hergebruikt worden. Dat gebeurt jaarlijks met zo’n half miljoen stuks, weet ABN Amro. Die worden bijvoorbeeld verwerkt tot judomatten.

„Dat is natuurlijk prima”, zegt Mark Groot Wassink van bedden- en matrassenbedrijf Auping. „Een stuk beter dan verbranden. Maar zoiets wordt dan circulair genoemd, en dat ís het niet. Het is downcyling, laagwaardiger gebruik.” Het is pas circulair, zegt hij, wanneer materialen voor een oud matras na gebruik weer hoogwaardig gebruikt kunnen worden, bij voorkeur voor hetzelfde product.

Sinds vorig jaar heeft Auping, een Nederlands familiebedrijf dat sinds 1888 bestaat, een matras op de markt waarbij dat kan. Anders dan bij andere matrassen kunnen de grondstoffen relatief eenvoudig ‘teruggehaald’ worden om daarmee weer nieuwe matrassen te maken. Auping wil de afgedankte matrassen daarom straks ook graag weer terug. Voor zover Groot Wassink weet, was het bedrijf de eerste met een volledig circulair matras.

Hoe werkt dat precies?

„Wacht, ik pak het er even bij”, zegt hij. Hier beneden, in de fabriek van Auping in Deventer, worden matrassen grotendeels handmatig in elkaar gezet. Boven, in een vergaderzaaltje, komt Groot Wassink binnen met twee grote lappen kunststof onder zijn arm. Allebei polyester. Het ene stuk is stevig en compact, het andere is licht en heeft een honingraatstructuur.

Traditionele matrassen, zoals ook Auping ze nog in meerderheid maakt, bestaan grotendeels uit lastig te recyclen schuim en zijn bovendien „supergoed” verlijmd, zegt Groot Wassink. De verschillende materialen kun je niet goed scheiden wanneer een matras aan het einde van zijn leven is. Het nieuwe Auping-matras bestaat alleen uit polyester – het honingraatmateriaal vervangt het schuim – en stalen springveren.

Die lijm heeft natuurlijk wel een functie. Cruciaal in de ontwikkeling van het nieuwe matras, zegt Groot Wassink, was dan ook de bijdrage van DSM-dochter Niaga (again, maar dan omgekeerd). Dat bedrijf leverde een bindmiddel dat bij verhitting loslaat.

„Auping is al lang koploper op gebied van duurzaamheid”, zegt Antoine Heideveld, directeur van Het Groene Brein. Dat is een organisatie waaraan 150 wetenschappers zijn verbonden, die bedrijven helpt ‘groene’ stappen te zetten. „Ook al zijn ze zeker niet de grootste producent in de matrassenwereld.”

Matras leasen

Heideveld is ook enthousiast over de lease-optie die Auping biedt voor de circulaire matrassen, zowel voor particulieren als bedrijven, zoals vakantieparken. Bij leasen betaalt de klant per maand een vast bedrag, maar blijft de maker eigenaar. Heideveld verwacht dat leasen het bedrijfsleven duurzame prikkels geeft. „Dan zórg je wel dat het product lang mee gaat, dat het te repareren is en dat je grondstoffen weer kunt gebruiken.”

Over drie tot vijf jaar wil Auping helemaal geen traditionele schuimmatrassen meer maken. Nu is dat nog het overgrote deel. „Daar steken we onze nek mee uit”, zegt Groot Wassink. Natuurlijk is ook nog veel onzeker. De matrassen zijn nog maar kort op de markt, voor particulieren pas sinds mei dit jaar. Hoe gaat het bijvoorbeeld straks als een geleast matras aan het eind van zijn levensduur is? Groot Wassink zou graag zien dat niet het hele matras, maar alleen het versleten deel wordt vervangen. „Dat kunnen we bij mensen thuis doen. Maar hebben ze daar zin in? Pikken ze het überhaupt dat ze geen volledig nieuw matras krijgen? Heel interessant hoe dat gaat lopen.”

Hoe overtuig je klanten eigenlijk voor zo’n nieuw matras te kiezen? Auping kiest ervoor het in ook de markt te zetten als z’n best ventilerende exemplaar. Die goede ventilatie is bijvangst van het gebruik van andere materialen. Het honingraatpolyester lucht beter dan schuim.

Veel mensen denken: leuk verhaal, maar hij moet ook gewoon minstens zo lekker slapen

Mark Groot Wassink Auping

Dat komt goed uit, want het is niet genoeg om een circulair matras alleen als circulair aan te prijzen, zegt Groot Wassink. „Dat spreekt de hardcore duurzame klanten aan, maar veel mensen denken: leuk verhaal, maar hij moet ook gewoon minstens zo lekker slapen.”

Het stempel circulair zorgt soms juist voor wantrouwen, ziet Groot Wassink. Bijvoorbeeld over hygiëne. Slaap ik dan op een tweedehands matras?, is één van de meest gestelde vragen op de website. (Antwoord: Zeker niet. Je slaapt gegarandeerd op een nieuwe matras.)

En dan is er de angst voor greenwashing, wanneer een bedrijf zich duurzamer voordoet dan het is. Maar daarop zegt Groot Wassink dat het matras een ‘paspoort’ heeft, waarop precies staat welke materialen het bevat en waar ze vandaan komen. Een onafhankelijk instituut berekent nu de precieze CO2-winst.

Ook denken klanten dat zo’n circulair exemplaar duurder is. Dat is ook wel zo – althans, in vergelijking met Aupings ‘instapmodellen’, die beginnen rond de 500 euro voor een eenpersoons. Maar het is met z’n kleine 1.100 euro even duur als een schuimmatras van vergelijkbare kwaliteit. Auping zelf verdient er per stuk wel wat minder op. „De kostprijs is nu nog een fractie meer dan bij een gewoon matras.”

Op den duur zullen de matrassen voor Auping juist voordeliger worden, is de verwachting, omdat grondstoffen steeds efficiënter hergebruikt kunnen worden. Belangrijk, zegt Groot Wassink. Er moet tenslotte ook gewoon geld worden verdiend. „We hebben het niet voor niets over een circulaire economie.”

Bouwmaterialen

Een bijzondere eis, dat vonden ze het bij bouwbedrijf BAM zelf ook wel. De gemeente Brummen had een nieuw gemeentehuis nodig en schreef in 2011 een aanbesteding uit. Ze wilde een gebouw dat over een jaar of twintig af te breken was en op een andere plaats weer volledig in elkaar te zetten. Als kleinste gemeente van Nederland was een zelfstandig bestaan immers niet zeker. Het monumentale pand waar de nieuwbouw aan vast zou komen te zitten, kon dan in oorspronkelijke staat worden teruggebracht.

Voor BAM was het een complexe puzzel. Volledig hergebruik van materialen? Dat was nogal een opgave. Tegelijkertijd sprak het ook tot de verbeelding: als grootste bouwer van Nederland moest je toch een heel eind kunnen komen?

Uiteindelijk ontwierp architect Thomas Rau in samenspraak met BAM een gebouw waarvan de materialen voor 90 procent te hergebruiken zijn. Met veel hout en glas.

„De opgave zat in het aanpassen van materialen aan de levensduur van een gebouw”, zegt Tom Blankendaal, projectmanager circulaire economie bij BAM. „Dus moet je materialen inzetten die je opnieuw kunt gebruiken. Je gebruikt bijvoorbeeld geen betonnen draagconstructies, maar een houten. En er zit een kartonnen welkomstbalie in.”

Als er één bedrijfstak is waarbij veel materiaal vrijkomt als het geproduceerde aan z’n eind is, dan is het wel de bouw

Net als de rest van Nederland moet ook de bouw in 2050 volledig circulair werken. Dat wil zeggen: er moet zo gebouwd worden dat alle componenten uit een pand later opnieuw zijn te gebruiken.

En als er één bedrijfstak is waarbij veel materiaal vrijkomt als het geproduceerde aan z’n eind is, dan is het wel de bouw. Volgens de jongste cijfers van het CBS uit 2016 werd 38 procent van de materialen in deze sector opnieuw gebruikt, al was dat veelal laagwaardig hergebruik – voor de productie van bermpaaltjes, bijvoorbeeld, of aanleg van wegen.

Een grotere uitdaging is het zogeheten upcyclen, materialen verwerken in een kwalitatief beter product. „We moeten vaak meerdere gebouwen bekijken op zoek naar materialen die aan onze kwaliteitseisen voldoen”, zegt Blankendaal. „En dan moet het ook nog in de bouwperiode beschikbaar komen. Terwijl je van nieuw materiaal zeker weet dat het er altijd is.”

Bovendien is energie nodig om de elementen opnieuw geschikt te maken voor het bouwen. Blankendaal: „En in hoeverre ben je dan nog klimaatneutraal bezig als je de ene kringloop sluit, maar op een andere plek weer opent? Daar zullen we een antwoord op moeten vinden.”

Tegelijkertijd speelt een andere trend: het aantal complexe installaties in gebouwen neemt toe. Neem een systeem dat het klimaat op kantoren in de zomer aangenaam houdt. „Als ik een luchtbehandelingskast uit elkaar haal, zitten daar printplaten in. Die bestaat uit samengesmolten componenten. Het is complex om daar alle materialen uit terug te winnen. Je kunt die uitdaging als bedrijf niet alleen aan, de hele industrie zal mee moeten willen.”

Materialenpaspoort

Denken over hergebruik binnen de bouw is relatief nieuw. Gebouwen als kantoren en ziekenhuizen werden doorgaans gesloopt, ze waren niet geconstrueerd om ze weer stukje voor stukje uit elkaar te halen. Blankendaal: „We vinden een montagehandleiding normaal, maar aanwijzingen hoe je iets weer uit elkaar haalt, zijn er vaak niet. Je zou daar ook een handleiding voor willen zien.”

BAM werkt daarom al met wat de volgende stap in het circulair werken in de bouw moet stimuleren: materialenpaspoorten. Daarin is alle informatie opgeslagen over een bepaald materiaal. „Wat is de kwaliteit van een bepaald materiaal, wat de levensduur? Handig voor als het later gedemonteerd moet worden. Dan weet je meteen uit welke elementen het bestaat en wat herbruikbaar is.”

Niet alle partijen staan positief tegenover zulke paspoorten, die het kabinet mogelijk verplicht wil stellen. Kleinere bouwondernemingen vrezen de kosten.

„Het is lastig, want met verplichtstelling creëer je ook veel weerstand”, zegt Anke van Hal, hoogleraar Sustainable Building bij Nyenrode Business Universiteit. „Begin deze eeuw was er in de bouw al veel enthousiasme voor hergebruik, maar dat nam snel af toen er allerlei technische regels en verplichtingen kwamen.”

Bij BAM heeft de ervaring in Brummen de ogen geopend, ook voor de enorme opgave waarvoor de sector nu staat. Blankendaal: „Volledig circulair in 2050 is een heel zware opgave. Wil je naar een 100 procent circulaire samenleving, dan zul je allereerst helderheid over de definitie ‘circulair’ moeten krijgen.” Die is nu niet eenduidig. „Dan wordt bij een tender gevraagd om een circulair ontwerp. Maar wanneer ben je circulair bezig? De creativiteit van de inschrijver bepaalt mede hoe hergebruik vorm krijgt.”

Hoogleraar Van Hal ziet dat „nog een lange weg te gaan” is. „Ik merk dat die doelstelling voor 2050 nog niet echt leeft. Het is heel erg ‘iets op papier’. Als ik dit aan studenten vertel, weet bijna niemand ervan. Vooral ook omdat het zo moeilijk is je een wereld zonder afval voor te stellen. Een aardgasvrij bestaan leeft bijvoorbeeld al veel meer. “

Volgens haar is het belangrijk dat bedrijven met „aansprekende, inspirerende” voorbeelden de rest van de sector meetrekken in circulair bouwen. „Verandering kun je wel opleggen, maar die zal toch ook van binnenuit moeten komen.”

Op zijn beurt legt Blankendaal de bal weer deels bij de klanten. „Die moeten warmlopen voor circulaire ontwerpen, anders is het voor bedrijven financieel niet aantrekkelijk.”

Volgens de projectmanager zijn prikkels nodig. „Denk aan het zwaarder laten meewegen van circulariteit bij het beoordelen van een ontwerp. De overheid kan bij een aanbesteding bepalen dat 50 procent van die beoordeling draait om het hergebruik.”

Blankendaal pleit bovendien voor een andere manier van belasting heffen. Hij zou graag een zwaardere belasting zien op materialen, en minder op arbeid. „Nu is inpassen van gebruikte materialen vaak duurder dan aanschaffen van nieuwe producten. Als je die belasting verschuift, krijg je een situatie zoals vroeger, waarbij je de schoenmaker je schoenen liet oplappen om weer goede bruikbare schoenen te hebben. Dat zou al een enorme prikkel zijn.”