Opinie

Koppel filmprijzen aan diversiteit

Twistgesprek Als filmmaker moet je niet door regeltjes een kant op gestuurd worden, vindt Martin Koolhoven. Blijkbaar wel, betoogt Reguillo Wijngaarde, zonder regels blijft de verandering uit. Een twistgesprek onder leiding van .
Twistgesprek

Al vijf jaar op rij zorgen de Oscars voor controverse, vaak onder de hashtag #OscarsSoWhite. Daarom presenteerde de Academy deze week nieuwe diversiteitsrichtlijnen. Vanaf 2024 moeten inzendingen voor de titel ‘Beste Film’ voldoen aan twee van vier categorieën. De eerste categorie gaat over representatie op het scherm. Deze categorie valt weer uiteen in drie eisen; films moeten aan minimaal één eis voldoen. Zo moet ten minste één hoofdrolspeler of een belangrijke bijrol-acteur uit een gemarginaliseerde groep komen (etniciteit, handicap of geaardheid), moet 30 procent van alle overige acteurs divers zijn of moet het onderwerp van de film gericht zijn op een gemarginaliseerde groep.

Gaan deze voorwaarden helpen diversiteit in films te bevorderen? Reguillo Wijngaarde denkt van wel, het is noodzakelijk om verandering te bewerkstelligen. Nee, zegt Martin Koolhoven, makers moeten niet zo worden gestuurd. Ze twisten over de stelling: koppel filmprijzen aan diversiteit.

RW is Reguillo Wijngaarde, MK is Martin Koolhoven.

RW: „Uit ervaring kan ik zeggen dat diversiteit binnen de film- en culturele sector niet als vanzelfsprekend wordt gezien. Met en door middel van platform Da Bounce, waar diversiteit en inclusie in het dna zit, vechten wij er sinds 2000 elke dag voor om deze twee waarden meer naar voren te laten komen in deze verder mooie industrie. Je kunt je voorstellen wat voor een gevecht dat is. Ik zie het koppelen van filmprijzen aan diversiteit dan ook als lichtpuntje en sta hier positief tegenover.”

MK: „De frustratie die mensen voelen omdat ze worden ondergerepresenteerd, begrijp ik heel goed. Ik heb acht speelfilms gemaakt en daar zitten hoofdrollen bij voor zowel bejaarden als kinderen, vrouwen als mannen, mensen met en zonder handicap, neurotypisch en -atypisch, van kleur en wit. Allemaal zonder dwang of stimulatie. Als filmmaker ben ik altijd een beetje huiverig voor ieder regeltje dat mij een kant probeert op te duwen, dus ik sta er negatief tegenover.”

RW: „In deze context zou jij je als filmmaker dus niet bezig hoeven houden met ‘regeltjes’. Want, zoals je zelf zegt, jij waarborgt diversiteit in je films. Echter, als een gerenommeerd instituut als de Oscars of het publieke debat aantoont dat diversiteit en de representatie van gemarginaliseerde groepen een probleem is, dan biedt het invoeren van een ‘regel’ een welkome verandering. Waar iedereen bij gebaat is.”

MK: „Okay, laten we het even praktisch bekijken.Tot welke gemarginaliseerde groepen behoor jij?”

RW: „Ik behoor tot de zwart-etnische groep, maar ik denk dat het met betrekking tot deze stelling niet relevant is tot welke groep ik behoor. Zelfs al behoorde ik niet tot een minority-groep, dan nog zou ik het eens zijn met deze stelling omdat het een positieve dynamiek teweegbrengt. Als het zonder regels zou kunnen, was het honderd jaar geleden al gebeurd. ”

MK: „Sorry, ik vond mijn vraag ook wat impertinent, maar ik stelde hem omdat, als ik mee wil doen aan de Oscars, van mij verwacht wordt dat ik die vraag aan iedere acteur en crewlid stel – relevant of niet. Zou je het goed vinden als ik je zo registreer: Reguillo Wijngaarde: Zwart, Man, Hetero, Cisgender?”

RW: „Je draait de zaken een beetje om. Dit is geen keuze van minority-groepen, deze regel is blijkbaar nodig om juist de majority, (lees: witte mannelijke filmmakers) te laten inzien dat zij het probleem in stand houden. Daarnaast ben je nu eenmaal wie je bent. Het gaat er dus niet om ‘of’ ik zo geregistreerd wil staan, het gaat er in deze context om dat ik geen ‘risico’ vorm.”

MK: „Ik had het over de praktische uitvoering van de regels. Om te kunnen controleren of een film het beoogde percentage gemarginaliseerde mensen voor én achter de camera heeft, zal er geregistreerd moeten worden. Anders kan iedereen van alles beweren.”

RW: „Om dit probleem te doorbreken, móét je je wel focussen op diversiteit. Daarbij, elk castingbureau registreert acteurs. De term typecasting is er niet voor niks, daar gaat een bepaalde registratie aan vooraf. Feit blijft, dat een ‘regel’ als die van de Oscars gevestigde filmmakers breder laat kijken naar hoe zij hun film maken. Hoeveel Nederlandse films zijn er de afgelopen vijf jaar uitgekomen? Hoeveel daarvan spelen zich af in een grote stad? En hoeveel hoofdrollen zijn er weggelegd voor mensen van kleur?”

MK: „De afgelopen vijf jaar waren er hoofdrollen voor Marwan Kenzari, Jandino Asporaat, Nora El Koussour, Georgina Verbaan, Bilal Wahib, Shahine el Hamus en vele anderen. Of dat verhoudingsgewijs een goede representatie is weet ik niet, omdat niemand precies weet hoeveel mensen van kleur er in Nederland zijn: dat registreren we namelijk niet. En bij castingbureaus staat welke talen iemand spreekt, maar natuurlijk niet welke geaardheid iemand heeft. Zelf heb ik trouwens het idee dat bejaarde mensen er qua hoofdrollen nog slechter van afkomen. Je zegt dat de Oscarregels filmmakers breder laat kijken, maar is dat echt zo? Als je een film als The Irishman maakt met een witte crew, kun je toch punten halen met een transgender -stagiaire. Willen we echt in dit soort logica terecht komen?”

RW: „Uit eigen onderzoek blijkt dat de afgelopen vijf jaar 1 tot 3 procent van het totale aanbod films een zwarte hoofdrolspeler heeft gehad. Diversiteit in films ís problematisch. Niet alleen in Amerika, ook in Nederland. Dit geldt voor minder valide mensen, transgenders en ja, ook voor bejaarden. Deze richtlijnen kunnen filmmakers breder laten kijken. Dat is nodig, want op eigen initiatief gebeurt het niet. Producenten en filmmakers zien het nog steeds als een risico om hoofdrollen aan etnisch diverse acteurs te geven. Als een regel of richtlijn daar wat aan kan veranderen, dan is dat voor de gehele sector een aanwinst.”

MK: „Ik ken alleen het onderzoek van het Filmfonds. Daaruit bleek dat de afgelopen 20 jaar het aandeel niet-witte acteurs in Nederlandse films flink is gestegen: van 6 naar 20 procent. Maar natuurlijk hoop ik ook dat filmmakers wat breder rondkijken. Sterker, de club makers zélf mogen wat diverser. Daarom gaf ik onlangs filmles aan een groep jongeren van kleur en haalde ik in 2015 al het nieuws door te roepen dat er enkel witte mensen bij het filmfonds werkten. Fuck de prijzen. Een probleem met het milieu verander je ook niet door de barometers anders af te stellen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.