Giftige kennis over novitsjok sijpelt al jarenlang naar buiten

Chemische wapens Wat weten we over novitsjoks, waarmee de Russische oppositieleider Navalny is vergiftigd? Een verhaal van Tsjetsjeense maffiosi en verbolgen Zweedse agenten.

Russische militairen inspecteren een opslagplaats van chemische wapens, in mei 2000 op de basis Gorni.
Russische militairen inspecteren een opslagplaats van chemische wapens, in mei 2000 op de basis Gorni. Foto AP

De Russische oppositieleider Navalny is vergiftigd met een zenuwstof uit de groep van de novitsjoks, misschien wel met een nog onbekende, heel geraffineerde novitsjok. Dat concludeert het instituut voor farmacologie en toxicologie van de Duitse Bundeswehr in München. Resten van de nog onbenoemde novitsjok zouden zijn aangetroffen in bloed en urine en op de huid van Navalny. En in of op een flesje water. Dat zijn de feiten waarmee we het, drie weken na de aanslag, moeten doen. Voor het overige zijn er voornamelijk speculaties.

Na de aanslag in Salisbury op de Russische spion Sergej Skripal (4 maart 2018), kwam er binnen korte tijd een schat aan informatie vrij. Over de aanslag zelf, maar vooral ook over de novitsjoks in het algemeen. We hoorden dat voor de aanslag ‘military grade’ novitsjok was gebruikt, het bleek novitsjok A-234 te zijn, en we vernamen dat het Britse centrum voor onderzoek aan chemische wapens in Porton Down de zenuwstof al lang in huis had. Dat laatste liet Boris Johnson zich ontvallen, toen minister van Buitenlandse Zaken.

Lees het andere deel van dit tweeluik: Een aanval met gifstof novitsjok is te overleven

Maar er kwam nog veel meer. Opeens was er aandacht voor het vuistdikke boek State Secrets dat de Russische chemicus Vil Mirzajanov eind 2008 had uitgebracht en waarin hij nauwgezet beschrijft hoe het geheime sovjet-instituut Gosniiocht (staatsinstituut voor organische chemie en technologie) de novitsjoks in de jaren zeventig ontwikkelde. Hij had er in 1992 samen met chemicus Lev Fjodorov al iets in Rusland over naar buiten gebracht, was er zelfs voor gevangen gezet maar mocht eind 1994 toch naar de VS emigreren. Het bijzondere van State Secrets is dat het de structuurformules van de novitsjoks vermeldt. Correct, naar achteraf is gebleken. Toch is het werk al die jaren totaal genegeerd. Uit de Wikileaks-telegrammen bleek dat de Amerikanen niet wilden dat erover gesproken werd binnen de OPCW. Dat is de organisatie die toeziet op naleving van het verdrag tegen chemische wapens.

Mirzajanov was zelf maar zijdelings betrokken geweest bij de ontwikkeling van de novitsjoks. Maar Russische media wisten ook Vladimir Oegljov te vinden, de man die wel zelf aan de zenuwstoffen had gewerkt, samen met de inmiddels overleden Pjotr Kirpitsjov. Oegljov kon vertellen dat er uiteindelijk maar vier novitsjoks bruikbaar waren gebleken: het vloeibare A-230, A-232 en A-234 en het vaste A-242. Oegljov trok in 1992 en 1993 kameraadschappelijk op met Mirzajanov in pogingen aandacht te krijgen voor de novitsjoks. Eind 1993 vertrok hij bij Gosniiocht.

Mislukt opzetje

De Russische autoriteiten houden tot op de dag van vandaag vol dat de novitsjoks een westerse vinding zijn en dat zijzelf het woord ‘novitsjok’ in de bewuste context niet eens kennen. In een verrassende tv-uitzending op 25 maart 2018 toonden ze aan dat novitsjok A-234 al in 1998 was opgenomen in de Amerikaanse databank NIST98. Dat is een verzameling van duizenden zogenoemde ‘massaspectrogrammen’ die als vingerafdruk voor een chemische stof zijn te beschouwen. Het spectrogram van A-234 was bepaald door Dennis Rohrbaugh van het Amerikaanse centrum voor onderzoek aan chemische wapens ERDEC, meestal ‘Edgewood’ genoemd.

Het Russische opzetje mislukte. Plotseling kwam er ook weer aandacht voor de moordaanslag in 1995 op de Russische zakenman Kivelidi. Zijn telefoon was ingesmeerd met een gifstof die Gosniiocht-chemicus Leonid Rink onder bedreiging had geleverd aan de Tsjetsjeense maffia. Ineens werd duidelijk dat het novitsjok A-234 was geweest. Tussen de oude processtukken bevond zich nog een massaspectrogram – het bleek identiek aan het spectrogram dat op de tv was getoond.

Een officier toont gifgasgranaten tijdens een bezoek van westerse diplomaten in 1997 aan een sovjetbasis. Foto John Thor Dahlburg/AP

In mei schoot het Duitse media te binnen dat er in 1997 vage berichten waren geweest over een Russische overloper (‘een officier van de Russische geheime dienst’) die in februari 1997 met monsters van een onbekende zenuwstof naar Zweden (‘een Noord-Europees land’) was gereisd. De Duitse inlichtingendienst BND had er een rol bij gehad. De Duitse media voegden eraan toe dat het ging om twee ampullen en dat die waren geanalyseerd door het Zweedse defensielaboratorium FOI in Umeå. Dat had de resultaten gedeeld met westerse staten, waaronder de VS en Nederland. Achteraf blijkt dat de BND zelf de bron was van het nieuws. En bij nader inzien blijken de Duitse media zich, zonder verwijzing, grotendeels te hebben gebaseerd op een artikel dat op 25 augustus 2001 in het Zweedse blad Expressen had gestaan. Expressen had gesproken met een chemicus van het FOI en met agenten van de Zweedse veiligheidsdienst Säpo (Säkerhetspolisen). De Säpo had destijds het transport per nachttrein van Göteborg naar Umeå begeleid en was alsnog in woede ontstoken toen het vernam welke dodelijke ampullen er in de koffer hadden gezeten.

Hausse aan informatie

Van belang is dat de auteurs van het Spaanse blog cbrn.es ontdekten dat er in de Amerikaanse databank NIST98 nóg een novitsjok was opgenomen: novitsjok A-230. Ook geanalyseerd door Rohrbaugh van het Edgewood-centrum. De NIST98 werd in januari 1998 uitgebracht.

De hausse aan informatie culmineerde aan het eind van 2018 in de officiële bevestiging van de structuren van de verschillende novitsjoks. Ze werden chemisch accuraat, maar razend ingewikkeld, beschreven in een westers voorstel aan de OPCW om ze voortaan als verboden stoffen op te nemen in het verdrag tegen chemische wapens. Het voorstel werd in januari 2019 openbaar. Tijdens een persconferentie op 26 februari 2019 in de Russische ambassade in Den Haag, waar een Russisch tegenvoorstel werd gelanceerd, kwamen de structuren van de novitsjoks A-232 en A-234 veel helderder in beeld, overigens zonder dat ze met name genoemd werden. De Russen verklaarden de structuren in Tsjechische, dus westerse, publicaties te hebben ontdekt. Het leek er even op dat de Russen opname van de novitsjoks in het wapenverdrag zouden blokkeren, maar in de loop van 2019 is een compromis gevonden. Ze staan er nu in, inclusief een paar andere gifstoffen (carbamaten), maar het woord ‘novitsjok’ is nergens te vinden.Sinds juni van dit jaar is de nieuwe lijst van kracht.

De persconferentie op de Russische ambassade in Den Haag. Boven novitsjok A-232 en daaronder A-234 en daaronder (in het groen) weer A-232. (Karakteristiek is de P-N binding.) Er wordt verwezen naar Tsjechische literatuur om de indruk te wekken dat de novitsjoks in het Westen zijn ontwikkeld. Want de Tsjechen werken nauw samen met Amerikanen. Links op de foto de chemischwapenexpert Viktor Cholstov, rechts ambassadeur Aleksandr Sjoelgin, tevens de Russische vertegenwoordiger bij de OPCW in Den Haag. Foto Bart Maat/ANP

De buitenstaander blijft zich het hoofd breken over de vraag hoe en wanneer het Westen geïnformeerd raakte over de zenuwstoffen. Vast staat dat het Russisch chemisch onderzoek altijd nauwgezet is gevolgd. In publiek toegankelijke databanken die onder beheer staan van het Amerikaanse ministerie van Defensie zijn veel vertaalde Russische artikelen terug te vinden. Maar cruciale informatie brachten de onderzoekers van Gosniiocht natuurlijk nooit naar buiten. Er is een bijna hysterische geheimhouding.

Vil Mirzajanov heeft ook tegenover deze krant volgehouden dat hij bij zijn entrée in de VS geen geheimen heeft verraden. Oegljov voegt daar, tegenover NRC, aan toe dat Mirzajanov het ook niet had gekund. Hij mocht in 1994 naar de VS vertrekken juist omdat hij maar weinig details kende.

Bij de geweldige uittocht van Russische joden die begin jaren negentig op gang kwam zijn ook een paar belangrijke chemici uit het wapenprogramma geëmigreerd. Boris Libman (zie kader) vertrok naar de VS, Yefim Galperin van Gosniiocht kwam in 1992 in Haifa aan. Over zijn bereidheid om Russische staatsgeheimen te verraden weten we niets. Hij overleed in 2002.

Het lijkt erop dat de Amerikanen in 1994 nog steeds weinig van het novitsjok-programma wisten. Oegljov heeft daar aanwijzingen voor. Hoe vreemd het ook klinkt: op instigatie van toenmalig veiligheidsadviseur Joeri Batoerin was hij, schrijft hij, in 1994 in dienst getreden van de Amerikanen. Russische en Amerikaanse chemischewapenexperts werkten in 1994 nauw samen in het Instituut voor Bio-organische Chemie om tot goede technische oplossingen te komen voor de vernietiging van voorraden gifstoffen. Oegljov: „De Amerikanen bleven maar vissen naar de structuur van de novitsjoks, maar ik heb categorisch geweigerd te antwoorden.”

Tientallen tonnen

Oegljov bracht in 2006 een bezoek aan Mirzajanov in Princeton. Wonderlijk detail: Mirzajanov bleek, althans volgens Oegljov, nog steeds niet te weten hoe het precies zat met de verschillende novitsjoks. „Hij bleef mij maar naar details vragen.” Er is een ruzie uit ontstaan die nooit meer is goed gekomen. Kennelijk heeft Mirzajanov de beweerde kennisachterstand snel ingelopen want het staat inmiddels vast dat de informatie in State Secrets, twee jaar later, grotendeels klopt.

In praktisch opzicht verschillen de twee chemici vooral over de vraag hoeveel novitsjoks er uiteindelijk zijn geproduceerd. Mirzajanov denkt in termen van tientallen tonnen, Oegljov eerder aan honderden kilogrammen.

Sinds de Skripal-affaire is een stortvloed aan wetenschappelijke artikelen over de novitsjoks verschenen. Het is een verademing te kunnen noteren dat daarin overwegend correcte formules voor de stoffen worden gebruikt. Vóór 2018 domineerden de verkeerde formules. Ten dele is dat toe te schrijven aan Amerikaanse desinformatie. In een Amerikaans militair patent uit 2008, het eerste patent dat novitsjok noemt, wordt opzettelijk een verkeerde formule gehanteerd. Overigens maakten ook de diverse handboeken (zoals die van Steven L. Hoenig en D. Hank Ellison) in dit opzicht een slechte beurt. Hoenig liet weten dat zijn onjuiste formules maar een ‘educated guess’ waren geweest en Ellison bericht dat hij door een Russische bron verkeerd was geïnformeerd.

De Russen blijven volhouden nooit iets met novitsjoks van doen te hebben gehad. Volgens Milton Leitenberg, expert op het gebied van Russische biologische wapens en verbonden aan de University of Maryland, hebben de Russen maar één keer, in 1994, in diplomatiek overleg toegegeven dat ze novitsjoks hadden ontwikkeld.

Ook de Amerikanen blijven doen alsof hun neus bloedt. Een zeer recent artikel in het tijdschrift Heliyon beschrijft de afbraak van de novitsjoks A-230, A-232 en A-234. De inleiding van het stuk suggereert dat de onderzoekers (verbonden aan Edgewood) pas in 2018 informatie over de novitsjoks in handen kregen. Aardig is dan weer om te zien hoe makkelijk ze in staat bleken de stoffen te synthetiseren.