Diepe crisis, maar toch lastenverlichting

Uitgelekte Miljoenennota In de laatste begroting voor de verkiezingen komt het kabinet met een lastenverlichting. Er is niet zoveel ruimte als vorig jaar, maar toch kiest het kabinet voor investeringen.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA) met zijn koffertje met de Miljoenennota, op Prinsjesdag in 2018. Foto David van Dam
Minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA) met zijn koffertje met de Miljoenennota, op Prinsjesdag in 2018.

Foto David van Dam

Ondanks de diepe economische recessie heeft het kabinet ruim een miljard euro extra uitgetrokken voor een algehele lastenverlichting.

Dat blijkt uit de Miljoenennota 2021, de Rijksbegroting voor komend jaar, die in handen is van NRC. Dinsdag, op Prinsjesdag, wordt de begroting officieel gepresenteerd.

Doorgaans wil een kabinet in de laatste begroting voor de verkiezingen in financiële zin veel cadeautjes aan de kiezer uitdelen. Maar door de coronacrisis is dat dit jaar beperkt. „We gaan door met de hervorming van de arbeidsmarkt, er komen extra middelen voor betaalbare woningen en de gaswinning wordt verder afgebouwd”, staat in de nota. Extra lastenverlichting „voor ons allemaal” blijft overeind. „We gaan nu door een diep dal, maar (…) we komen er uiteindelijk weer bovenop.

In 2021 wordt een economische groei van 3 procent verwacht, na een daling van 5 procent dit jaar. De verwachte groei kan alsnog veranderen in krimp tijdens een tweede besmettingsgolf. „Een tweede coronagolf en een nieuwe lockdown zouden economisch fors negatief uitpakken.” De werkloosheid zou er ook fors door stijgen, naar maar liefst 8,5 procent. Zonder tweede golf rekent het CPB in 2021 op 5,9 procent werkloosheid, zo’n 545.000 mensen, vergeleken met 395.000 mensen dit jaar.

Het begrotingstekort komt volgend jaar uit op 41,9 miljard, 5,1 procent van het bruto binnenlands product. Dat is veel, maar ruim de helft van wat minister Hoekstra in april nog verwachtte tijdens de presentatie van de voorjaarsnota. Toen werd rekening gehouden met een tekort van 92 miljard euro (11,8 procent van het bbp). De staatsschuld komt volgend jaar uit op 62 procent van het bbp, ruim 509 miljard euro.

Bonus voor zorgpersoneel

Een beladen kwestie is de beloning van het zorgpersoneel. Zorgmedewerkers krijgen volgend jaar opnieuw een bonus , dit keer van 500 euro. Over dit jaar is zorgverleners al een bonus van 1.000 euro beloofd, maar deze is nog niet uitgekeerd. Een structurele salarisverhoging, waar de oppositiepartijen om hebben gevraagd, zit er op dit moment niet in. Wel stijgen de lonen in de zorg volgens het CPB in 2021 nog vanwege eerdere cao-afspraken.

De zorguitgaven stijgen volgend jaar licht, van 81 naar bijna 85 miljard. Dat is opmerkelijk omdat door het coronavirus sprake was een een dalende zorgconsumptie: het virus verdrong andere ‘reguliere’ zorg uit het ziekenhuis. Maar doordat ziekenhuizen financieel gecompenseerd moeten worden en de overheid uitgaven moest doen aan zaken als IC-bedden, beschermingsmiddelen en vaccinontwikkeling stijgt de begroting van het ministerie van Volksgezondheid in 2021 toch in omvang.

De zorgpremie stijgt volgend jaar naar verwachting met ongeveer 65 euro, dat is zo’n 5 euro per maand. Dit een grove schatting, want de zorgverzekeraars maken pas vanaf eind deze maand hun werkelijke premies voor 2021 bekend.

Niet alleen extra uitgaven corona

De uitgaven van het kabinet stijgen komend jaar met 11,4 procent oftewel 34,5 miljard euro. Dat komt niet alleen door uitgaven die coronagerelateerd zijn, er is ook geld gereserveerd voor andere posten. Zo stijgt het budget van Justitie en Veiligheid met 6,8 procent tot 12,6 miljard. Daarvan gaat bijvoorbeeld volgend jaar ruim 300 miljoen euro naar onder meer gevangenissen, tbs-klinieken en justitiële jeugdinrichtingen. Defensie kan rekenen op een stijging van 5,7 procent tot 11,2 miljard.

De stijging in uitgaven is het kleinst bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Van de 40 miljoen euro extra die naar dat departement gaat, dat is een stijging van 2,3 procent ten opzichte van 2020. Voor de aanpak van het lerarenkort wordt structureel 32 miljoen euro vrijgemaakt.

De grootste stijging in uitgaven wordt verwacht voor de sociale zekerheid en arbeidsmarkt, daar gaat 14 procent meer naar toe – 97,8 miljard euro. In de miljoenennota wordt wel gewaarschuwd voor die oplopende kosten. „De stijgende uitgaven aan zorg en sociale zekerheid verdringen andere uitgaven, of leiden op termijn tot de noodzaak om de lasten te verhogen.’’ Als er geen maatregelen worden genomen, zo schrijft het ministerie van Financiën, ,,dan wordt er een rekening doorgeschoven naar toekomstige generaties”.

Andere uitgaven dalen juist, bijvoorbeeld het budget voor migratie in de miljoenennota staat dat die daling een gevolg is van de lagere verwachte asielstroom in 2021

Fiscale veranderingen

Het belastingvoordeel voor de anderhalf miljoen zelfstandig ondernemers in Nederland, de zelfstandigenaftrek, wordt de komende jaren verder en sneller afgebouwd dan gepland: van 7.030 euro nu naar 3.240 euro in 2036. Het kabinet wil hiermee het verschil in belastingdruk tussen werknemers en zzp’ers verkleinen.

Komend jaar zal het tarief in de laagste schijf van de inkomstenbelasting omlaag gaan tot 37,1 procent. Dat betekent dat iedereen met een jaarinkomen tot circa 70.000 euro minder belasting gaat betalen. Overigens was de inkomstenbelasting voor de laagste inkomens vorig jaar licht verhoogd.

Daarnaast krijgen mensen die werken een extra meevaller: de fiscale korting op arbeid stijgt nog meer dan eerder al door het kabinet was afgesproken

Onzekere koopkrachtvoorspelling

Onder meer op basis van deze laatste twee belastingmaatregelen schat het Centraal Planbureau in dat de mediane koopkracht voor alle huishoudens – dat wil zeggen de middelste waarde – komend jaar een klein beetje zal stijgen: 0,8 procent. Vorige maand, toen het kabinet nog over het fiscale beleid moest beslissen, raamde het CPB die mediane koopkracht nog op 0,4 procent.

In de huidige recessie zeggen de koopkrachtvoorspellingen van het planbureau nog minder dan normaal. Die gaan uit van een statische situatie, terwijl een relatief grote groep (vooral zelfstandigen) door de coronacrisis plotseling zonder werk komt te zitten. De koopkrachtontwikkeling geldt alleen voor dat gedeelte van de bevolking dat niet getroffen is door de coronacrisis, aldus het CPB.

Onder de huidige, uiterst onzekere economische omstandigheden is het voor de meeste burgers komend jaar vooral spannend of zij hun baan wel behouden of, als ze die al verloren hebben, nieuw werk kunnen vinden. De werkloosheid zal volgens de nieuwe ramingen van het CPB stijgen tot 5,9 procent, ofwel 545.000 mensen. Dat is een stijging van bijna 75 procent ten opzichte van vorig jaar.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Prinsjesdag 2020: begroting, steunpakket en groeifonds

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.