Opinie

Corona brengt EU-landen nader tot elkaar

Machtsverschuiving Europa trekt grenzen en lijkt zo geopolitiek te ontwaken. Met dank aan het virus, ziet .
Foto Martin Bernetti/AFP

In 1999 debatteerde een groep Europese wetenschappers, academici, ambtenaren en kunstenaars in het Portugese Coimbra over de vraag of er een Europese identiteit bestaat, en zo ja, wat die dan inhoudt. Alle deelnemers legden eigen accenten, maar over één ding leken ze het eens: zolang onduidelijk is waar de Europese Unie begint en eindigt, en wie er wel of niet bijhoort, blijven Europese politieke doelstellingen vaag en kun je je er als burger moeilijk mee identificeren. Een Britse antropologe schreef: „Je weet het best wie je bent als je ook weet wie je niet bent.”

Een van de redenen dat steeds meer mensen zeggen dat de coronacrisis Europa naast rampspoed ook „prestige en zelfvertrouwen” brengt (Foreign Affairs), is precies dat: door de pandemie begint Europa, duidelijker dan voorheen, grenzen te trekken. Grenzen tussen het mijn en het dijn.

De oefening in Coimbra, twintig jaar geleden, was één roep om afbakening: duidelijke markering van geografische grenzen, gemeenschappelijke waarden en politieke doelen. Tijdens de Koude Oorlog waren die grenzen door externe omstandigheden getrokken. In die tijd was redelijk helder wie we waren en waarvoor we stonden, omdat ook helder was wie we niet waren en waar onze opponenten voor stonden.

Geopolitieke turbulentie

Na 1989 verdween dat onderscheid. Grenzen werden uitgegumd, vijanden werden vrienden. Er was, om met schrijfster Carry van Bruggen te spreken, amper nog verschil met de ander. Daarbij kwamen er veel nieuwe landen bij de EU. De uitbreiding leek bijna een doel op zich. Daar waren goede redenen voor: door snel landen te verwelkomen die achter het IJzeren Gordijn hadden gezeten, gaven we hen perspectief. Zo belandden ze niet in een vacuüm en ontstond er geen (geo)politieke turbulentie langs onze buitengrenzen.

Gevolg was wel dat niemand meer wist waar de Europese grenzen lagen. Alles was flou, wazig. Kwam Oekraïne erbij? En Turkije, een moslimland? Hoe zou dit de besloten, christelijke club veranderen? Veel Europese burgers, ook diegenen die de Europese integratie steunden, zaten met dit soort vragen. Maar als ze die aan politici stelden, kregen ze geen antwoord. De politici wisten het ook niet.

Mede daardoor is de roep om grenzen afgelopen decennia steeds luider geworden. De antwoorden werden steeds vager. Dit heeft de euroscepsis gevoed: de uitbreidingsmoeheid, de klemmende eis tot migratiestops en andere eurosceptische agendapunten zijn hier deels op terug te voeren. Maar nu, in 2020, gebeurt iets opmerkelijks: er wordt gehoor aan gegeven. Het tijdperk van de vaagheden komt ten einde. Er worden in hoog tempo grenzen opgetrokken tussen ons en de rest van de wereld – mentale en fysieke grenzen. Dat gebeurt niet op verzoek van bezorgde of gefrustreerde burgers, maar vanwege de coronacrisis.

Aanvankelijk leidde de pandemie tot chaos in Europa. Elk land deed maar wat. Dat was onvermijdelijk: over gezondheid heeft Brussel niets te zeggen. Maar na een paar weken was het zo’n rotzooi, met landen die compleet op slot gingen en elkaars mondkapjes confisqueerden, dat veel regeringen begrepen dat de interne markt eraan zou gaan als dit veel langer ging duren. De interne markt is de basis van de naoorlogse vrede en welvaart, ons economische en politieke fundament. Niemand wilde dit opgeven. Meteen kwamen er versnelde procedures voor vrachtwagens aan de grens (het ‘green lanes’-systeem), ging medische hulp Europa door en werd er financiële assistentie voor getroffen regio’s geregeld. Tijdens de eurocrisis kostte het drie, vier jaar om een euronoodfonds op te trekken. Nu regelden we een immens herstelfonds met revolutionaire gemeenschappelijk schulduitgifte in drie, vier maanden.

Zo kreeg het woord ‘solidariteit’ betekenis. Duitsers zongen „bella ciao” voor Italianen in lockdown, Franse en Nederlandse coronapatiënten werden gratis in Duitsland verpleegd. Advocaten namen vrij om in ziekenhuizen te werken, ook in Nederland. Mensen deden boodschappen voor elkaar.

Nieuw imago

Er ontstaat een nieuwe stemming in de samenleving, zei de Duitse socioloog Heinz Bude: „Het idee van zelfredzame individuen die autonoom keuzes maken en hun eigen bonen moeten kunnen doppen, volstaat niet meer. […] De tijd waarin alles vooral om vrijheid draaide, is voorbij. Nu zie je dat bescherming, protectie, weer belangrijker wordt.”

Die bescherming moest collectief zijn: geen land kon dit alleen. In maart verbrandden Italianen Europese vlaggen. Ze voelden zich in de steek gelaten: waarom hielp Europa niet? Het waren Chinese en Russische vliegtuigen die, met flink vlagvertoon, de eerste mondkapjes in Lombardije afleverden – kapjes die achteraf onbruikbaar bleken. Zíj, cynische buitenstaanders, waren ineens de good guys.

Maar dat beeld kantelde snel. Na dit miserabele begin werd Europa alsnog gemobiliseerd – medisch, financieel, logistiek. Die inhaalslag, zei EU-buitenlandvertegenwoordiger Josep Borrell tegen El País, „gaf de EU een nieuw imago”.

In de achttiende eeuw, toen er besmettelijke ziektes van Ottomaanse kant kwamen, bouwden de Habsburgers hun eerste grensposten

Een belangrijke factor daarbij was dat andere landen ons tijdens de pandemie probeerden te verzwakken. In februari opende Turkije de grens met Griekenland. President Erdogan duwde vluchtelingen en migranten bijna Europa in. Nu dreigt hij in de Middellandse Zee met oorlog tegen Griekenland en Cyprus. De Russen verspreidden samenzweringstheorieën over de pandemie op internet. Ook knechtten ze Wit-Rusland. Terwijl Europa in lockdown zat, zadelden de Verenigde Staten, onze oude bondgenoot, Europese bedrijven met torenhoge tarieven op. Washington bedreigde bedrijven die de pijplijn Nord Stream 2 bouwden met sancties, en trok duizenden soldaten terug uit Duitsland. China bemoeilijkte de zoektocht van de Wereldgezondheidsorganisatie naar het ontstaan van het virus, lijfde Hongkong in en probeerde Europese regeringen contracten met Huawei door de strot te drukken.

Buitengrenzen

Door die tegenwerking van assertieve machten die van de Europese kwetsbaarheid wilden profiteren, knapte er in Europa iets. In wat voor onherbergzame, mercantiele wereld leven we ineens? Amerikaanse sancties tegen het Internationale Strafhof, de vergiftiging van Alexej Navalny, de Britse regering die de eigen exitafspraken met de EU aan haar laars lapt – die dingen doen misschien meer voor de Europese eenwording dan jarenlange subsidieprogramma’s vanuit Brussel.

Tijdens een Zoom-conferentie van een Europese denktank, eind juni, zei de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev dat Europese landen bij eerdere crises (de eurocrisis, de migratiecrisis) meteen in de „nationaal-soevereine reflex” schoten. „Nu niet. Europeanen voelen zich alleen in de wereld. Ditmaal gaat het meer om onze plek in de wereld. Om Europese soevereiniteit. We willen minder kwetsbaar zijn. Dit is nieuw.”

Een van de eerste uitingen daarvan was dat de EU alle buitengrenzen met derde landen sloot. Dat was nooit eerder gebeurd. Ook reisde Commissievoorzitter Von der Leyen met Europees president Charles Michel naar Griekenland en zei, op de grens met Turkije, dat Europa solidair was met de Grieken en zich niet liet bullyen. Met helikopters en gewapende grenswachten als decor was de boodschap impliciet maar duidelijk: hier houdt Europa op. Turkije, dat in 1964 al vooruitzicht kreeg op lidmaatschap en sinds 1999 kandidaat-land is, kreeg zo indirect te verstaan dat toetreding kansloos is. Maar Europeanen hoorden dat ook.

Foto Ina Fassbender/AFP

Het Habsburgse Rijk had lang geen grenzen met het Turkse Rijk. Maar in de 18de eeuw, toen er besmettelijke ziektes van Ottomaanse kant kwamen, bouwden de Habsburgers hun eerste grensposten. Met wachttorens en quarantaine-gebouwen voor reizigers, bagage en koopwaar. Er werden duizenden grenswachten aangesteld, uit alle hoeken van het rijk. Hetzelfde doen wij in Europa nu, met corona als concrete aanleiding.

Zo helpt het virus ons grenzen te trekken. In die zin is het een katalysator van allerlei dingen die niet iedereen wil, maar die er waarschijnlijk toch aankwamen.

Dat migranten de laatste jaren vanuit Turkije naar Griekenland gingen en niet naar Bulgarije, bijvoorbeeld, had een reden: de Bulgaren mepten erop los en de rest van Europa keek de andere kant op. Griekenland daarentegen ving migranten op en probeerde ze door te sturen naar andere EU-landen. Ook dat is gestopt, omdat Turkije geen migranten meer tegenhoudt die naar Griekenland willen en bovendien is gaan boren op het Griekse continentale plat. De Griekse kustwacht zet die paar migranten die nog arriveren ’s nachts op bootjes richting Turkije. Dit is een schending van het internationale vluchtelingenrecht, maar heel Europa doet opnieuw alsof zijn neus bloedt. Kennelijk gaan grenzen nu even vóór mensenrechten.

Volgens een peiling van de denktank ECFR onder 11.000 Europese burgers is dat ook zo. De meesten willen dat de grenzen beter gecontroleerd worden. Niet de interne Schengengrenzen. Die willen ze openhouden. Nee, ze bedoelen de buitengrenzen. Opmerkelijk genoeg zeggen deze burgers ook dat ze, als dat geregeld is, meer aandacht willen voor mensenrechten, de rechtsstaat en democratie in Europa. Polen en Hongarije mogen de borst wel natmaken. Misschien kan Europa, als de buitengrenzen beter worden bewaakt, dan ook iets van de schande wegwissen van de miserabele vluchtelingenkampen op de Griekse eilanden door een goede asiel- en migratiepolitiek op te zetten.

Gemeenschap uit nood

Vóór corona leek Europa verdeeld in kosmopolieten en nationalisten. Nu lijkt iedereen, kosmopolieten incluis, te concluderen dat Europa niet meer op anderen kan rekenen en de eigen bonen moet doppen. Daarbij horen grenzen, meer afbakening – „l’Europe qui protège”, noemt de Franse president Macron dat. „Europa wordt steeds meer een gemeenschap die uit nood is geboren, niet een keus”, schreef ECFR-directeur Mark Leonard laatst.

Veel Europeanen, niet alleen meer de nationalisten, hebben „een diepe angst om controle te verliezen in een gevaarlijke wereld”. Mede daardoor „beginnen burgers de EU te zien als middel om hun nationale soevereiniteit te versterken, in plaats van te verzwakken.”

Vandaar dat het Europa steeds minder moeite lijkt te kosten om een iets assertievere buitenlandpolitiek te voeren. China kreeg een scherpe veroordeling vanwege zijn nieuwe ‘veiligheidswet’ in Hongkong. China, Rusland en Noord-Korea kregen cybersancties. Brussel veroordeelde de verkiezingsfraude in Wit-Rusland en de vergiftiging van Navalny in scherpe bewoordingen.

Koppel dit aan de renaissance van de Frans-Duitse betrekkingen en een bijna-verdubbeling van de Europese meerjarenbegroting die tien jaar budgettaire soberheid (austerity) beëindigde, en je moet concluderen dat sommige dingen momenteel in Europa beter lopen dan een paar jaar geleden. Ondanks corona – of wellicht mede dankzij corona.

De Duitse parlementsvoorzitter Wolfgang Schäuble, tien jaar geleden een hardliner in de eurocrisis, pleitte laatst in de Frankfurter Allgemeine Zeitung voor méér Europese soevereiniteit. De Finse oud-premier Alexander Stubb, nu directeur aan de Europese Universiteit in Florence, zei in een debat dat Europa zich „bloody well door deze crisis heeft geslagen”. In een Foreign Affairs-artikel getiteld ‘Het geopolitieke ontwaken van Europa’ voorspelt Max Bergmann dat Europa, „een politieke non-entiteit sinds de jaren negentig, […] als een sterkere, meer verenigde wereldmacht uit deze crisis gaat komen”.

Dit ‘ontwaken’ betekent niet dat er dan ineens een Europese identiteit zal ontstaan, dat de Europese politiek makkelijker zal worden, of dat er dan geen tegenslagen meer komen. Wie dat denkt, miskent de aard van de Europese integratie en is hopeloos naïef. Het betekent wel dat Europa (de EU, plus niet-leden als Noorwegen en Zwitserland) na jaren min of meer doelloos ronddobberen langzaam weer relevantie vindt. En cohesie. Bij komende eurocrises en het interne gevecht om Europese waarden en rechtsstaat, dat we onherroepelijk moeten voeren, zullen we dit nog hard nodig hebben.

Carry van Bruggen schreef in Prometheus (1919) dat de mens altijd eenheid zoekt. Maar als hij te veel één wordt met anderen, verliest hij zijn eigenheid. Daarom heeft hij ook onderscheid nodig, en wil hij altijd het verschil met de ander markeren. „Distinctie, anders dan anderen te zijn, is de voorwaarde van ons zelfbehoud, daarom streven we naar distinctie.” Om te weten wie je bent, moet je soms grenzen trekken. Een variant hiervan lijkt van toepassing op het huidige Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.