Een medewerker van de Chinese ngo Shanghai Roots and Shoots pleegt in de regio Binnen-Mongolië onderhoud aan een veld met jonge populieren, die daar met overheidssteun door boeren zijn geplant.

Foto How Whee Young

Interview

Annah Zhu: ‘China plant bos zoals het gebouwen neerzet: snel, efficiënt en groot’

Mileubeleidspecialist Nu China meedoet met het debat over milieu en klimaat, zal de aandacht verschuiven van pure natuurbescherming naar het creëren van duurzame ecosystemen waarin ook de mens een rol heeft. „Ongerepte natuur heeft voor China geen meerwaarde.”

Toen president Donald Trump kort na zijn aantreden in 2017 besloot de Verenigde Staten terug te trekken uit het klimaatakkoord van Parijs, sprong zijn Chinese ambtgenoot Xi Jinping direct in het gat. Xi liet geen kans onbenut om zijn zorgen over klimaat en milieu te uiten.

Uitgerekend in de week dat Trump werd beëdigd bezocht Xi als eerste Chinese leider het World Economic Forum in Davos. Voor de economische elite van de wereld deed hij een oproep aan alle landen om zich te houden aan het klimaatakkoord. „Dat is onze verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties”, zei Xi.

Een dag later, op bezoek bij de Verenigde Naties in Genève, noemde hij datzelfde akkoord „een mijlpaal in de geschiedenis van het klimaatbeleid”. Volgens Xi moeten we beseffen „dat er in dit universum slechts één aarde bestaat, dat de mensheid maar één thuis heeft.”

Het klonk Europa als muziek in de oren. Maar Annah Zhu, die aan de Wageningen Universiteit de globalisering van milieubeleid onderzoekt waarschuwt: de Europese Unie kan op het gebied van klimaat en milieu gretig zaken willen doen met China, maar dat is niet hetzelfde als met de VS.

„De komst van China als wereldspeler in milieu-onderhandelingen zal niet zonder gevolgen blijven”, zegt Zhu in een gesprek via Skype. „Begrippen als milieu en natuur betekenen in China namelijk iets heel anders dan in het Westen.”

Zhu raakte geïntrigeerd door het Chinese milieubeleid toen ze een jaar of tien geleden als vrijwilliger van het Amerikaanse Peace Corps in Madagaskar werkte. Daar zag ze hoe palissanderbomen in grote hoeveelheden werden gekapt. Het meeste hout werd naar China verscheept. Waar kwam die belangstelling voor dit dure sierhout vandaan? En waarom maakte China zich kennelijk niet druk om de schadelijke gevolgen voor de natuur in Madagaskar? Het werden vragen in haar promotieonderzoek.

‘Ecologische beschaving’

Volgens Zhu, die zich vooral richt op de toenemende rol van China in het mondiale milieubeleid, is het typisch westers om de natuur te zien als iets wat buiten mensen om bestaat, met een inherente waarde. Niet dat China geen belangstelling heeft voor natuur en milieu. „Groene bergen zijn in wezen gouden bergen”, zegt Xi graag en vaak.

Terwijl de Chinese regering een paar jaar geleden vervuiling nog beschouwde als iets wat nou eenmaal hoort bij de economische ontwikkeling die de bevolking uit de armoede moest bevrijden, definieert het land zichzelf sinds 2018 in de grondwet als een ‘ecologische beschaving’. Daarbij hoort ook de zorg voor het milieu.

Zhu schetst hoe in Europa en de VS de kijk op natuur veranderde onder invloed van de romantiek. Van iets beangstigends, een wildernis, werd natuur iets moois, iets kwetsbaars. En daarmee ook iets wat de moeite waard was om te beschermen, in al zijn ongereptheid.

„Zo’n omslag is er in China, net als trouwens in de meeste andere landen in de wereld, nooit geweest”, zegt Zhu. „Ongerepte natuur heeft geen meerwaarde. In China gaat het altijd over de mens in zijn omgeving, over balans en harmonie. In de traditionele schilderkunst vind je prachtige natuurlandschappen, met bergen en watervallen. Maar altijd is er ergens ook wel een dorpje of een groep mensen.”

Wat betekent dat voor de rol van China in het mondiale milieubeleid?

„Milieu en klimaat zijn voor China strategische thema’s. In eigen land is het milieu een van de weinige onderwerpen waar de Communistische Partij een zekere mate van protest accepteert. Ze willen milieuproblemen echt oplossen. Dan helpt het om burgers ruimte te geven hun zorgen te uiten. Niet al te openlijk, niet in de vorm van demonstraties. Maar er moet wel een gelegenheid zijn om milieuproblemen aan te kaarten.

„Hier onderdrukt de partij zijn burgers minder dan op veel andere terreinen. En mede daarom kan China zichzelf ook internationaal als een leider presenteren. Dat leiderschap zal een verschuiving meebrengen naar duurzame ecosystemen met meer menselijke aanwezigheid.”

Westerse landen verzuchten dat China profiteert van het feit dat het geen democratie is.

„Ja, er wordt wel gesproken van authoritarian environmentalism, autoritair milieubeleid. Ik hou niet zo van die omschrijving. Het laat geen genuanceerde beoordeling toe van het beleid. En het verdoezelt het feit dat er grote druk wordt uitgeoefend op de Chinese overheid door haar burgers. Wel laat die term heel goed de spanning zien tussen democratie en individuele vrijheid enerzijds en de wil van de staat om zaken voor elkaar te krijgen anderzijds.

„Tot in het begin van deze eeuw dachten velen in het Westen nog dat China vanzelf democratischer zou worden toen het zijn deuren opende naar het Westen. Democratie werd beschouwd als een natuurlijk eindpunt van een ontwikkeling. Maar zo blijkt het niet te werken. China was gretig om van het Westen te leren, om kennis en welvaart over te nemen. Maar altijd vanuit het idee dat China de dingen op een eigen manier deed. Het westerse idee van een universeel humanisme staat niet toe dat er een andere manier van denken mogelijk is. Dat was behoorlijk naïef.”

Wie met Chinezen onderhandelt over klimaat en milieu, moet dus volgens Zhu eerst accepteren dat ze anders denken. China zal de westerse agenda over deze thema’s niet zomaar overnemen. Ze zullen die agenda weliswaar niet meteen afwijzen, maar wel willen aanpassen.

De aandacht zal verschuiven van bescherming van natuur als zodanig naar het creëren van duurzame ecosystemen. Neem bijvoorbeeld het aanplanten van bomen – algemeen beschouwd als een van de efficiëntste manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Geen land ter wereld heeft dat zo grootschalig gedaan als China.

„Satellietbeelden bewijzen dat China de afgelopen twee decennia veruit de grootste bijdrage heeft geleverd aan vergroening van het landschap”, zegt Zhu. „In het begin ging er van alles mis, veel bomen gingen dood. Maar de Chinese kennis op dit gebied is enorm gegroeid.

Tegelijkertijd is de manier waarop China bossen aanlegt omstreden. Ze doen het zoals ze gebouwen neerzetten: snel, efficiënt en groot. Het gaat om het opvangen van CO2 en in het noorden om het bestrijden van woestijnvorming. Ze proberen niet om natuur terug te brengen in zijn oorspronkelijke, ongerepte staat. Critici noemen deze kunstmatige Chinese bossen ook wel groene woestijnen.”

Zal deze vorm van milieubeheer ook buiten China een rol gaan spelen?

„Via de Nieuwe Zijderoute exporteert China zijn kennis en zijn enorme ontwikkelingscapaciteit. Wat begon als een infrastructuurproject voor landen die eraan mee wilden doen, is uitgegroeid tot een gigantisch cultureel en geopolitiek project. Dat betekent dat de wereld geconfronteerd zal worden met grootschalige vernietiging van natuur en milieu, maar ook met grootschalige nieuwe praktijken om het milieu te beschermen. Bossen zullen verdwijnen om ruimte te maken voor nieuwe infrastructuur, en nieuwe bossen zullen worden aangeplant om de gevolgen te verzachten.”

China sluit kolencentrales en beschermt zijn eigen visgronden, terwijl het land elders centrales bouwt en zeeën leegvist. Hoe kan dat?

„China zegt dat ze die keuze overlaten aan de landen waarmee ze afspraken maken. Willen die een kolencentrale? Best, dan kunnen ze die krijgen. Willen ze een goedkope in plaats van een schone? Ook goed. Het is hulp zonder eisen te stellen. De nationale soevereiniteit staat voorop.”

Is het echt zo simpel?

„Nee, natuurlijk niet. Vaak gaat het om landen met een zwak bewind. En China is een machtige speler, die ook iets terug wil ontvangen. Bijvoorbeeld grondstoffen. Maar de Chinese aanpak zal wel altijd anders zijn dan de westerse, met minder morele oordelen. Beide hebben voordelen en bezwaren. Die moet je in ogenschouw nemen, zowel van de Chinese als van de westerse benadering, zonder meteen een kant te kiezen.”

Hoe kan het dat de eerste grote internationale milieuconferentie in China gaat over biodiversiteit, een thema waar ze zo weinig belangstelling voor hebben?

„Biodiversiteit gaat voor China vooral over het gebruik van natuur, ook van ongerepte natuur. En dat dan op een duurzame manier. Biodiversiteit is daarmee een bouwsteen op weg naar een ‘ecologische beschaving’. In het Westen gaat duurzaamheid vooral over de verhouding tussen milieu, economie en sociale verantwoordelijkheid. Door duurzaamheid te benoemen als ecologische beschaving maakt China het politieker en cultureler – vooral met betrekking tot de rol van de staat.

„Door het in te brengen in internationale onderhandelingen en zeker ook te gebruiken in de [door corona uitgestelde, red.] biodiversiteitsconferentie wordt geprobeerd om het debat meer in Chinese termen te voeren. Zo krijgt China dus ook zeggenschap over de discussie.”

Kan er dan wel iets goeds uit die conferentie komen?

„Ja, maar daarvoor moet je biodiversiteit en natuurbehoud meer zien als het creëren van een landschap dat goed is voor mensen, dat werkt voor het geheel. Er zit wel iets in het idee dat we mensen niet tegenover de natuur moeten plaatsen, maar moeten kijken naar de mens in harmonie met zijn omgeving.

„We moeten nadenken over natuur waarin zandstormen niet hele oogsten wegvagen. Daarvoor helpt het als er allerlei vormen van leven in die natuur mogelijk zijn, als de natuur divers is. Dat kan ons verwijderen van het romantische idee van een ongerepte natuur. Maar misschien ontdekken we wel een vorm van natuurbehoud die niet alleen voor de westerse wereld aantrekkelijk is.”