Illustratie XF&M

Argwaan alom, maar hoe groot is de Chinese macht nou werkelijk?

De macht van China Het coronavirus zette andermaal de schijnwerpers op de rol van China in de wereld en de afhankelijkheid van Chinese producten. Het Westen is alert. Hoe vér is China al opgekomen? Een antwoord vanuit vijf fronten.

Begint de ommekeer in Helmond? Daar opent in oktober, acht maanden na de uitbraak van het coronavirus, de eerste fabriek die Nederland gaat voorzien van medische mondkapjes. De fabriek moet de afhankelijkheid van China terugdringen, die dit voorjaar pijnlijk aan het licht kwam.

Toen was er nauwelijks tijd om te constateren hoezeer de rollen op het wereldtoneel zijn veranderd. Dagelijks stierven duizenden Europeanen in wat al snel de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog is gaan heten. Europa was in nood en voor het eerst kwam de hulp uit het Oosten. Vroeger kwamen hulpgoederen van Uncle Sam, maar nu waren de Amerikanen zelf in paniek.

China daarentegen voerde de productie van mondkapjes en beschermende kleding in razend tempo op. Europese politici snelden naar het vliegveld om de kostbare lading in ontvangst te nemen, wetende dat zij dankbaarheid moesten tonen en dat China die in de media breed zou uitmeten.

De laatste jaren is de westerse houding jegens China omgeslagen van naïeve omhelzing in kritische alertheid. Het coronavirus zette andermaal de schijnwerpers op de rol van China in de wereld en op de afhankelijkheid van Chinese producten. Daarbij vraagt men zich af: heeft China wel genoeg gedaan om verspreiding van de ziekte te voorkomen? Argwaan jegens China is een belangrijk bijproduct van de pandemie.

Donald Trump laat in zijn verkiezingscampagne geen kans lopen om China aan te pakken. Europa vraagt zich af of het daarin mee moet gaan of dat er ruimte is voor een zelfstandige positie tussen de twee grootmachten. Aanstaande maandag staat de relatie met Beijing ter discussie op een virtuele EU-China-top, waaraan onder anderen president Xi Jinping en kanselier Merkel deelnemen.

VN-chef António Guterres vreest een „Grote Breuk”, een tweedeling in de wereld. Zijn statengemeenschap kan scheuren in een westers blok onder leiding van Washington en een blok dat luistert naar Beijing. Zelfs op het NAVO-hoofdkwartier staat China dit jaar bovenaan de agenda. Er wordt wel gesproken van een nieuwe Koude Oorlog.

China probeert in het Westen de publieke opinie naar zijn hand te zetten

Om te weten hoe je je tot China moet verhouden, helpt het te weten hoe machtig China is. Wordt die macht overdreven, omdat het Trump goed uitkomt? Wordt de westerse wereld meegezogen in een eenzijdig anti-Chinees narratief? Of waren de bestuurders in westerse hoofdsteden inderdaad jarenlang te goedgelovig, verblind door economische mogelijkheden?

Het is in elk geval naïef om nog te spreken over de ‘opkomst’ van China. China is er. Terwijl het Westen in de afgelopen twintig jaar druk was met de bestrijding van terreur en financiële crises, is er stilletjes een assertieve wereldmacht langszij geschoven met een niet-democratisch wereldbeeld. De echte vraag is: hoe vér is China inmiddels opgekomen?

Stel die vraag aan de Oeigoerse minderheid in Xinjiang, en zij zullen antwoorden: zó ver, dat China ongestraft een miljoen mensen op basis van hun religie en cultuur in detentiekampen kan opbergen, ze kan brainwashen, van hun kinderen kan scheiden. Er is geen aanklacht bij het Internationaal Strafhof, geen economische boycot. China ontkent domweg dat het gebeurt en krijgt amper weerwoord.


ASML zit knel

China’s opmars begon met een ontzagwekkende economische ontwikkeling, die lange tijd kameraadschappelijk werd onthaald. „Het opwindende verhaal van China’s opkomst als economische wereldmacht houdt de wereld in zijn greep”, zei premier Mark Rutte in 2013, voor een gehoor van Nederlandse en Chinese ondernemers tijdens een handelsmissie in Beijing. „Nederland is meer dan bereid om China op deze historische reis te vergezellen.” Erbij zijn, aanhaken, dat was de leidraad in het westerse Chinabeleid.

Die tijd is voorbij. Trump voert een handelsoorlog met China die het staatskapitalisme aan banden moet leggen. De Europese Commissie besloot deze zomer tot regels die Europese bedrijven moeten beschermen tegen oneerlijke Chinese concurrentie bij overnames. Brussel noemt China sinds een jaar een „systeemrivaal”.

Sinds het aantreden van president Xi Jinping in 2012 is duidelijk dat China’s ambities verder reiken dan economische voorspoed. In zijn achtertuin bijvoorbeeld haalt Beijing de teugels aan. Met militair machtsvertoon onderstreept China zijn territoriale claims in de Oost- en Zuid-Chinese Zee, wat voor spanningen zorgt met de Filippijnen, Vietnam, Zuid-Korea en Japan.

De zich ontwikkelende wereld probeert China aan zich te binden met economische samenwerking. De Nieuwe Zijderoute (Belt & Road Initiative of BRI) is daarvan het belangrijkste voorbeeld. De tweejaarlijkse Belt & Road-conferentie in Beijing heeft trekken van een alternatieve VN-jaarvergadering, met veel ruimte voor autocratische regimes en een bijrol voor het Westen.

Het is naïef om nog te spreken over de ‘opkomst’ van China. China is er

Voor zichzelf heeft China in strakke plannen een technologische transformatie uitgestippeld. Die moet het land verheffen van een lagelonenland dat de ontwerpen van anderen produceert tot een dominante speler die de wereld naar zijn hand zet. Niet meer de werkplaats van de wereld, maar het mondiale R&D-lab.

Sinds twee jaar voert de regering-Trump een agressieve tegencampagne, onder andere door bevriende naties met sancties te dreigen als ze de Chinese telecomfabrikant Huawei toelaten in hun 5G-netwerk. Er zijn strenge restricties van kracht geworden voor Amerikaanse technologiebedrijven die zakendoen met China.

Een bedrijf als de Nederlandse chipmachinefabrikant ASML zit knel in deze strijd. Dat wacht al ongeveer een jaar op een vergunning om EUV-chipproductiemachines naar China te exporteren, maar de VS zetten Nederland onder druk om die niet te verlenen. Zo leidt de gevreesde ontkoppeling van de Amerikaanse en Chinese invloedssferen nu al tot gemiste kansen.

Dit artikel onderzoekt de Chinese macht. Hoe groot is die nu werkelijk? Dat vraagt om een brede blik. Economie, technologie, diplomatie, militaire slagkracht, digitale spionage: China laat geen machtsinstrument onbenut. Neem het megaproject Nieuwe Zijderoute, waarbij een kleine zeventig landen zijn aangesloten. Dat draait primair om de bevordering van handel en welvaart, maar het draagt ook bij aan China’s militaire belangen, het verandert de verhoudingen binnen de Verenigde Naties en het faciliteert de controle van overheden op burgers.

Soms ook blijkt China aan de knoppen te zitten zonder dat iemand het zag aankomen: wie had gedacht dat mondkapjes een machtsmiddel zouden worden?

Soft Power: de officiële kanalen

Een groot diplomatiek netwerk is een indicatie van macht én van verlangen naar macht. Je onderhoudt alleen een groot netwerk als je iets wilt in de wereld. Met 276 diplomatieke missies heeft Beijing sinds een jaar het grootste postennetwerk ter wereld – net iets groter dan de VS (273) en Rusland (242).

China’s diplomatieke ambities zijn het beste zichtbaar bij de Verenigde Naties. De VN zijn de kern van de naoorlogse wereldorde die werd ontworpen, gebouwd én gefinancierd door de VS. Maar de Amerikaanse liefde is bekoeld, terwijl China stelselmatig in de VN investeert. Het slooft zich uit om belangrijke posten te bemachtigen en betaalt met 12 procent van het totaal na de VS de meeste contributie. Daarnaast is het royaal met vrijwillige bijdragen. China is de vetomacht die de meeste blauwhelmen levert (2.500) en stuurt de meeste stagiairs naar de VN (in 2018 waren dat er 612, de VS kwamen op 460). De gaten die de VS onder Trump in de VN laten vallen, vult China dolgraag op.

Als gevolg spreken Amerikaanse diplomaten van de ‘Peoples Republic of United Nations’. Onder Trump stelden de VS een speciale functionaris aan die als taak heeft de invloed van China in het VN-systeem terug te dringen. Dat is niet eenvoudig. China probeert zich systematisch te verzekeren van de steun van landen met lage- en middeninkomens, de G77. Bij de G77 zijn nu 134 van alle 193 landen aangesloten. In de Algemene Vergadering, waar elk land één stem heeft, is de G77 dus een machtsfactor van eminent belang.

China leidt als vetomacht vier van de vijftien gespecialiseerde VN-organisaties: FAO (landbouw), ITU (telecom), ICAO (luchtvaart) en UNIDP (industriële ontwikkeling). Soms lukt het de Chinese opmars binnen de VN even te stuiten. Een Amerikaanse lobby wist in het voorjaar te voorkomen dat er ook een Chinees aan het hoofd kwam van de organisatie voor intellectueel eigendom.

Het is billijk dat wie betaalt ook invloed wil. Vraag is wat China met zijn invloed doet. Samen met Rusland probeert China het werkterrein van de Veiligheidsraad zo veel mogelijk te beperken. Het Westen wil nog wel eens de grondoorzaken van conflicten, mensenrechten of het gebrek aan democratie agenderen. Beijing en Moskou zien daar niets in.

China doet ook zijn best om zo veel mogelijk officiële VN-documenten naar zijn smaak aan te passen. Verwijzingen naar de Nieuwe Zijderoute worden zeer op prijs gesteld: ze geven internationale legitimiteit aan het initiatief. Verwijzingen naar het belang van mensenrechten – in China en elders – stuiten vaak op verzet.

Chinese diplomaten worden doorgaans als competent en kosmopolitisch gezien, maar sinds het hoogtepunt van de pandemie worden ze ook Wolf Warriorsgenoemd, naar een Rambo-achtige Chinese actiefilm waarin elitetroepen van het Volksbevrijdingsleger het opnemen tegen een verdorven Amerikaanse ex-militair.

Als China onder druk wordt gezet, worden de diplomaten assertiever. Toen China dit voorjaar de schuld kreeg van de pandemie, opende Beijing een veelzijdig tegenoffensief. China dreigde met een handelsboycot als een land kritiek had op China’s omgang met het virus, zoals Australië. De Chinese ambassade in Parijs veroorzaakte een rel door te stellen dat de Franse bejaarden omkwamen door slecht coronabeleid. Beijing censureerde een open brief van de EU-ambassadeurs in China die 45 jaar diplomatieke betrekkingen wilden memoreren – en de EU liet dat gebeuren. Een gemankeerde publicatie leek de EU-missie in China beter dan geen publicatie.

Sharp Power: duister handwerk

Zoals alle wereldmachten bedient ook China zich van methoden die niet zo goedmoedig zijn als de term soft power doet vermoeden. Politieke beïnvloeding door autoritaire staten wordt ook wel sharp power genoemd. Landen als China en Rusland stellen niet alleen zichzelf in een zo gunstig mogelijk daglicht, maar ze proberen ook de consensus in de liberale, democratische samenleving te ontwrichten. De middelen die voor sharp power worden ingezet komen soms overeen met soft powertechnieken – het verschil zit ‘m in de intentie.

Via een waaier aan organisaties probeert China in het Westen de publieke opinie naar zijn hand te zetten. De beïnvloeding loopt via Chinese studentenorganisaties, via pro-Chinese lobbyisten in Brussel, via wetenschappelijke uitwisseling in Oost-Europa en samenwerkingsprojecten in West-Europa, zoals tussen Huawei en de Universiteit van Amsterdam.

En China verkoopt zichzelf via oude en nieuwe media. Chinese opvattingen worden verkondigd in Engelstalige Chinese kranten en China-katernen die verspreid worden met grote westerse kranten. Soms verkondigt China zijn boodschap via gekochte advertentieruimte, zoals ook in NRC gebeurde. Bloggers dragen de boodschap van de partij uit. Soms worden westerse mediabedrijven onder druk gezet om onthullingen over China niet te brengen, hun correspondenten en hun medewerkers lastig gevallen of het land uitgezet.

Dichter bij huis steunt China ook heel direct buitenlandse politici. In Australië bleek een parlementariër die China’s houding in de Zuid-Chinese Zee verdedigde geld te krijgen van Beijing. In Nieuw-Zeeland werkte een parlementariër, tevens lid van de Commissie Buitenland, mee aan de opleiding van medewerkers van de Chinese inlichtingendienst.

China is ook zeer bedreven in bedrijfsspionage. „De grootste bedreiging op het vlak van economische spionage vormt China, waarbij specifiek de cyberactiviteiten in het oog springen”, schreef de Nederlandse inlichtingendienst AIVD in het jaarverslag 2019. Verscheidene Nederlandse topsectoren zijn doelwit geweest van digitale spionage die erop gericht was hoogwaardige kennis te bemachtigen, bleek uit onderzoek.

Chinese spionage strekt zich uiteraard ook uit tot andere ontwikkelde economieën. In de VS probeerde China informatie over de ontwikkeling van vaccins te stelen.

Ook economische investeringen werken als een drukmiddel. De G77-landen in de VN hebben een goede reden China niet voor het hoofd te stoten: ze zijn partners of potentiële partners in de Nieuwe Zijderoute. Ook een aantal Europese landen dat Chinese investeringen ontvangt, voelde zich genoodzaakt terug te betalen met politieke steun. In 2017 weigerde Hongarije een Europese veroordeling van martelingen in China te ondertekenen. Athene hield een veroordeling van China in de VN-Mensenrechtenraad tegen. Tsjechië en Griekenland probeerden plannen van de EU om Chinese investeringen te screenen, af te zwakken.

De betrekkingen met landen die zich ‘misdragen’ gaan even op een laag pitje, zoals met Noorwegen na de toekenning van de Nobelprijs aan de Chinese schrijver en dissident Liu Xiaobo. Slowakije kreeg frictie met China nadat de president de Dalai Lama had ontmoet.

Hard Power: dreiging en dwang

Macht kan ook gestoeld worden op de botte broertjes dreiging en dwang. Het klassieke instrument van hard power is militaire slagkracht. China wil binnen enkele decennia beschikken over een moderne krijgsmacht van wereldklasse. Daar wordt hard aan gewerkt.

China is, naar uitgaven, de tweede defensiemacht ter wereld. De afstand met koploper VS is groot. De VS gaven vorig jaar 732 miljard dollar uit, China 261 miljard, aldus de databank van onderzoeksinstituut SIPRI in Stockholm. De Chinese uitgaven verraden wel ambitie. De VS gaven vorig jaar 10 procent minder uit dan in 2010. China besteedde juist 85 procent méér dan tien jaar geleden.

De modernisering raakt alle krijgsmachtonderdelen en vrijwel alle facetten, van commandostructuren tot opleidingsniveau en wapenarsenaal. Wie op grote afstand van China woont, vallen meteen de investeringen op in de marine, het belang van raketten en de opening, in 2017, van een militaire basis in Djibouti, aan de strategisch zo cruciale zee-engte tussen de Rode Zee en de Golf van Aden.

De Chinese vloot is sinds 2005 met 55 procent gegroeid tot 335 schepen. In de afgelopen vier jaar heeft China schepen toegevoegd met een gezamenlijk tonnage dat ongeveer zo groot is als dat van de Britse marine. De Amerikaanse marine heeft 293 schepen operationeel.

Als het gaat om vliegdekschepen, uitermate geschikt om macht te laten zien ver van huis, blijft China nog ver achter, zowel in aantal als in mogelijkheden. China bezit er twee, heeft een derde in aanbouw en wil naar een vloot van zes. De VS hebben er elf en nemen in het komende decennium vier nieuwe schepen in de vaart.

De raketafweer, sinds 2015 een zelfstandig krijgsmachtonderdeel, beschikt over twee typen lange-afstandsraketten die nucleaire lading naar Europa en de VS kunnen dragen. De VS maken zich echter meer zorgen over de snelle productie van raketten voor de middellange afstand die Amerikaanse schepen in Aziatische wateren kwetsbaar maken. China kan de VS op zee niet verslaan, maar zo wel schepen tegenhouden die zijn territoriale wateren naderen.

Volgens de VS is China op drie terreinen gelijkwaardig of beter: marine, conventionele ballistische raketten en geavanceerde luchtafweer.

Afgaande op de officiële Chinese defensiestrategie, vorige zomer gepubliceerd, zal China „nooit hegemonie, expansie of invloedssferen nastreven”. De krijgsmacht is er in de eerste plaats om China te verdedigen en de eenheid van China te bewaren. Dat betekent, aldus het strategiedocument, verdediging van de territoriale belangen in wateren rond China, het inperken van het onafhankelijkheidsstreven van Taiwan en het „onderdrukken” van separatisme in Tibet en Xinjiang.

Maar China heeft ook steeds meer belangen buiten de eigen regio: op zee, in de ruimte, in cyberspace én overzee.

Toen China een basis stichtte in het Afrikaanse Djibouti, was dat volgens Beijing niet primair bedoeld om te laten zien hoe ver China’s macht reikt. Het zou gaan om een praktische uitvalsbasis voor bescherming van de koopvaardij, of om Chinese burgers te evacueren uit oorlogszones of rampgebieden. Analisten vinden die lezing ongeloofwaardig. Volgens het Pentagon zou China in twaalf landen in Afrika, Azië en het Midden-Oosten de mogelijkheden voor nieuwe bases onderzoeken.

Sinds dit jaar speelt China ook een prominente rol in de discussie over de toekomst van de NAVO. Het is niet de bedoeling dat de NAVO meteen actief wordt in de Zuid-Chinese Zee, aldus secretaris-generaal Jens Stoltenberg deze zomer. Maar, zei hij, we komen China overal tegen: in Afrika, op de Noordpool, tijdens militaire oefeningen met Rusland in de Middellandse Zee, in cyberspace. Het NAVO-debat moet komend jaar leiden tot een China-strategie. Het ligt voor de hand dat het bondgenootschap zich in elk geval op de Chinese hybride oorlogsvoering zal richten: cyberspionage en beïnvloeding spelen zich immers af op NAVO-grondgebied.

Buying Power: openstaande rekeningen

Economische kracht is minder in your face dan een vliegdekschip, maar kan minstens zo effectief zijn. Dat weet China ook, de strategie is: economische diplomatie waar het kan, militaire kracht bewaren voor als het moet. Volgens Beijing is het een kwestie van tijd voordat China de VS van de troon stoot als grootste economie ter wereld. Tot die tijd moet China genoegen nemen met plek 2. Gecorrigeerd voor koopkracht passeerde China de VS volgens het IMF al in 2014.

Wat concurrentiekracht betreft heeft China nog een lange weg te gaan. In het jaarlijkse World Competitiveness Report eindigen de VS vaak op een podiumplaats. China eindigde in 2018 en 2019 op plaats 28 in de ranglijst van 141 landen. Maar ook hierin zie je de opmars. In 2008 waren de VS ook al nummer één, China kwam toen niet verder dan een 34ste plaats.

De snelle Chinese groei heeft in de wereld zijn sporen achtergelaten. In de VS zijn tussen 2001 en 2018 naar schatting een kleine 4 miljoen banen in de industrie verloren gegaan door de concurrentie van China. Europese telecomgrootheden Ericsson en Nokia leggen het af tegen de prijzen en het technisch vernuft van Huawei. De waarde van Chinese investeringen en bouwcontracten in het buitenland is de afgelopen vijftien jaar tot boven de 2.000 miljard dollar gegroeid.

Chinese bedrijven, al dan niet door de staat geleid, hebben over de hele wereld vaste grond onder de voet gekregen, meestal niet door zelf iets op te bouwen, maar door overnames. Van kolencentrales in Bangladesh tot banken in Brazilië en hotels in Nederland, Chinese bedrijven hebben er een belang in.

Maar Chinese groei is geen natuurwet. Sinds 2017 is het bedrag aan nieuwe Chinese buitenlandse investeringen ruimschoots gehalveerd, concludeert het American Enterprise Institute, en sinds Covid-19 zit de klad er helemaal in. Deels komt dat vermoedelijk door het negatieve sentiment in ontvangende landen, deels door een terugval in de eigen reserves en doordat lang niet alle buitenlandse investeringen winstgevend bleken. 2010 was het laatste jaar dat de Chinese economie met 10 procent of meer groeide, in 2019 was de groei volgens officiële Chinese cijfers 6 procent.

China is niet langer het land met oneindig diepe zakken, maar is nu ook zelf een grote schuldenaar: de totale uitstaande schuld van overheid, bedrijven en huishoudens is nu ruim drie keer zo groot als het bruto binnenlands product. Van alle schuld die sinds de financiële crisis in de wereld is opgebouwd, komt 40 procent voor rekening van China.

Tegelijkertijd is China de grootste bilaterale schuldeiser van armere landen, zeker sinds president Xi in 2013 de Nieuwe Zijderoute lanceerde. Vorig jaar was het bedrag dat China had uitstaan bij landen die de energiecentrales, spoorlijnen en haventerminals mogen ontvangen, opgelopen tot 730 miljard dollar. Het totaal dat China nog van de wereld krijgt bedraagt ongeveer 5.500 miljard dollar.

Tech Power: op naar de sterren

Technologische innovatie is een belangrijke bron van macht. China draait mee in de top, maar is nog niet numero uno. In het World Competitiviness Report komt China op plaats 10 als het gaat om onderzoek en ontwikkeling. China heeft toonaangevende onderzoeksinstituten (2e plaats), geeft veel uit aan R&D (15e plaats), maar er zijn 31 landen die meer patenten aanvragen.

China heeft ook hier, uiteraard, een meerjarenplan voor. Premier Li Keqiang lanceerde vijf jaar geleden ‘Made In China 2025’, dat tien Chinese sectoren tot de wereldtop moet verheffen. Van informatietechnologie en luchtvaart tot elektrische auto’s en medische hulpmiddelen.

Made in China voegde een digitale tak toe aan de Nieuwe Zijderoute. De ongeveer zestig deelnemende landen worden niet alleen aan infrastructuur geholpen; China biedt hen ook smart cities, toegang tot e-commerceplatforms, 5G-internet en surveillancetechnologie, waaronder gezichtsherkenningssoftware. De Chinese bedrijven die dit allemaal moeten waarmaken, kunnen subsidies krijgen en goedkope leningen. In ruil verlangt de overheid dat ze vaart maken: met investeringen in onderzoek en ontwikkeling, met patenten, een hogere arbeidsproductiviteit en een efficiëntere productie.

In 2045 moet China ook een wereldleider in de ruimte zijn, op gelijke voet met de VS. Vorig jaar baarde het opzien toen het als eerste land een sonde op de ‘achterkant’ van de maan liet landen. Ooit moet er een bemande Chinese missie naar de maan. Afgelopen juni voltooide China, geheel volgens plan, zijn eigen satellietnavigatienetwerk Beidou, als alternatief voor het Amerikaanse GPS.

Beidou, dat meer satellieten telt dan GPS of de Russische en Europese netwerken, maakt China onafhankelijk van de VS, mocht het ooit zover komen dat Washington China wil weren. En dat geldt ook voor de landen die gebruik maken van Beidou-diensten. Kernmacht Pakistan kreeg in 2014 als eerste volledige toegang tot Beidou, ook voor militair gebruik. Daarnaast levert Beidou tal van civiele mogelijkheden voor bijvoorbeeld transport, landbouw en rampenbestrijding. Er zijn ook al minder vriendelijke toepassingen: In Xinjiang, waar de Oeigoerse minderheid woont, moet elke auto verbonden zijn aan Beidou, om gevolgd te kunnen worden.

Even ingrijpend voor de rest van de wereld kan China’s nieuwste, later dit jaar te lanceren plan worden: ‘China Standards 2035’. Volgens de eerste berichten wil China nieuwe technische standaarden bepalen voor alle Chinese technologie – denk aan 5G, kunstmatige intelligentie – en die via Zijderoute-landen verspreiden, waardoor bedrijven uit andere landen zich op den duur genoodzaakt zien om die standaarden dan ook maar te gebruiken.

Ook wat betreft grondstoffen heeft China vooruit gedacht. Nu de elektrische auto doorbreekt, wordt duidelijk dat Chinese bedrijven sleutelposities hebben ingenomen in de productieketen van kobalt, het schaarse metaal dat nodig is voor de lithium-ion-accu’s in elektrische auto’s. De Europese Unie denkt over tien jaar vijf keer zoveel kobalt nodig te hebben als nu. Chinese bedrijven bezitten het merendeel van de kobaltmijnen in Congo, waar tweederde van de kobalt vandaan komt.

Toen China zich twintig jaar geleden op de wereldmarkt profileerde, werd het met open armen ontvangen. China bloeide en niemand vond dat een probleem. Maar die probleemloze fase is voorbij. De afgelopen jaren dringen ook de nadelen van de Chinese macht door. In Washington, Brussel en Den Haag zoekt men dan ook naar een nieuwe verhouding tot de nieuwe grootmacht. Maar opvallend is dat de snelheid waarmee het Westen een antwoord weet te formuleren, in geen verhouding lijkt te staan tot de snelheid waarmee China zich ontwikkelt.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Wat wil China met de wereld?