Rutte krijgt gewenste steun voor Europees herstelfonds in Kamerdebat

EU-herstelfonds Premier Mark Rutte (VVD) mag door – en Europa hoeft zich geen zorgen te maken dat Nederland opnieuw voor een moeizaam beklonken akkoord gaat liggen.
Premier Rutte tijdens het debat in de Tweede Kamer.
Premier Rutte tijdens het debat in de Tweede Kamer. Foto Phil Nijhuis / ANP

Echt ongerust hoefde Rutte zich woensdag niet te maken: tijdens het debat in de Tweede Kamer over het in juli tot stand gekomen Europese herstelfonds tekende zich al snel een duidelijke, tweederde meerderheid af. Behalve de coalitiepartijen schaarden ook PvdA en GroenLinks zich achter het steunpakket: maar liefst 750 miljard euro om de economische naschok van corona te dempen. Een door PVV-leider Geert Wilders ingediende motie van wantrouwen kreeg rond middernacht te weinig steun.

Toch moet het een opluchting zijn geweest. Eerder, in 2016, moest de premier al eens met hangende pootjes terug naar zijn Europese ambtgenoten, na de Nederlandse nee-stem tijdens het Oekraïne-referendum. Iets soortgelijks dreigt op dit moment met CETA, het handelsakkoord tussen de EU en Canada, dat nog steeds afgewezen kan worden door de Eerste Kamer, na een onverwachte draai van de PvdA. Maar het Europese herstelfonds, waarover de 27 EU-leiders het in juli na een vier dagen durende marathontop eens werden, lijkt na het Kamerdebat woensdag niet in gevaar.

Lees ook: Een nieuw krachtenveld na een top van 90 uur

Was er dan geen kritiek? Integendeel. Sterker nog: iedereen in de Kamer had die. Maar om zeer uiteenlopende redenen. Wilders en Renske Leijten (SP) hadden het over het gebrek aan „ruggengraat” van Rutte: hij had nationale soevereiniteit verspeeld door akkoord te gaan met vergaande financiële solidariteit op Europees niveau. Thierry Baudet (FVD) noemde de juli-top „een moment waar we nog vaak naar zullen terugverwijzen”, omdat de EU toen besloot om gezamenlijk schulden aan te gaan, een ogenschijnlijke breuk met het beleid tot dan toe.

D66, GroenLinks en PvdA vonden juist dat de premier te weinig Europese ambitie had getoond. Behalve over het ‘corona-pakket’ gingen de onderhandelingen ook over de Europese meerjarenbegroting. Daarover zei het kabinet de afgelopen jaren steevast: die moet veel moderner. Dus minder geld naar landbouw, meer naar innovatie en wetenschap. Maar tijdens de onderhandelingen in juli liet Rutte die eis deels varen, in ruil voor een trits financiële voordelen voor Nederland. „Het is een beetje de begroting van de oude economie geworden”, zei PvdA-Kamerlid Henk Nijboer.

De noodremprocedure

Coalitiepartij D66 had behalve kritiek ook lof voor Rutte. In het regeerakkoord van 2017 staat: „Het gemeenschappelijk financieren van schulden van EU-lidstaten is ongewenst.” Een toen gemaakte afspraak die volgens D66 verdere Europese samenwerking in de weg zit en door de coronacrisis is achterhaald. Dat Rutte nu heeft ingestemd met verdergaande Europese solidariteit werd door Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma dan ook geprezen. „We hebben taboes durven doorbreken. We hebben een beetje door het regeerakkoord heen gekeken.”

De ogen waren vooral gericht op het CDA. Kamerlid Pieter Omtzigt had in de aanloop naar het debat al Kamervragen gesteld over het herstelfonds, en dan met name over de belangrijkste toezegging die Rutte in juli claimde te hebben gekregen: dat EU-landen in ruil voor al die miljarden structurele hervormingen gaan doorvoeren. Inclusief een ‘noodremprocedure’ waarmee betalingen aan landen die onvoldoende hun best hebben gedaan kunnen worden geblokkeerd. Een procedure waarvan de Europese Commissie later weer zei dat die niet in marmer is gebeiteld. Omtzigt wilde woensdag van Rutte weten hoe dit nu precies zit.

Volgens Rutte is de noodremprocedure in essentie „een politiek afspraak”, dus niet keihard juridisch vastgelegd. In theorie kan de Commissie een Nederlandse klacht over gebrekkige hervormingen elders inderdaad negeren, ook als die heel goed is onderbouwd, en besluiten om de desbetreffende subsidies toch uit te keren. Alleen: „Dan krijg je een politieke crisis in de EU. Dan gaat Nederland in staking.” En dat is, zo legde Rutte uit, ook weer niet in het belang van de Commissie, die juist gezag ontleedt aan haar rol als objectieve en onpartijdige ‘scheidsrechter’. Een kwestie van vertrouwen, kortom. Omtzigt nam er vooralsnog genoegen mee.

‘Ieder land garant voor eigen aandeel’

Het CDA-Kamerlid was ook kritisch over de rechtstaat. Het idee om landen waar deze onder druk staat - zoals Polen en Hongarije - te korten op EU-subsidies strandde in juli deels in het onderhandelingsgeweld. Maar Omtzigt wilde ook daar woensdag geen halszaak van maken. Hij rekent, zei hij, op het Europees Parlement, waar een meerderheid wel bereid lijkt om dat te doen. Baudet haalde uit naar Omtzigt. De CDA’er is niet „de luis in de pels die hij pretendeert te zijn”, zei de FVD-leider.

Rutte bestreed fel dat hij ingestemd zou hebben met ‘schuldmutualisering’ of ‘eurobonds’, waarbij EU-lidstaten zich gezamenlijk garant stellen voor Europees schuldpapier. In het Nederlandse Europa-debat zijn zulke Europese obligaties al jaren taboe, en Rutte bezwoer dat ze nog steeds niet aan de orde zijn. Volgens de premier staat elk land zelf garant voor „het eigen aandeel” in het herstelfonds en zijn Europese landen „niet gezamenlijk aansprakelijk voor de hele som”, ook al lijkt dat misschien wel zo. Daarmee spoort het fonds volgens hem ook nog steeds met het regeerakkoord, zei Rutte geruststellend richting coalitiepartners ChristenUnie en CDA, maar ook zijn eigen VVD.

Hij benadrukte ook het tijdelijke karakter van het herstelfonds: lidstaten kunnen er zes jaar lang van gebruik maken. Daarna is het afgelopen. Wat Rutte betreft is dit dus nadrukkelijk niet de aftrap voor verdere Europese integratie. Dat iemand als Emmanuel Macron dat wel zo lijkt te zien, komt voort uit „een verschil in politieke cultuur”, zei Rutte nadat hem uitspraken van de Franse president onder de neus waren gewreven. „Als een Franse president iets doet is het altijd historisch. Bij een Nederlandse premier hebben we het over kleine stapjes.”