Ratten-alarm uit de Rotterdamse Afrikaanderwijk

Ongedierte Er zijn al jaren ratten in de wijk, maar de laatste maanden loopt het de spuigaten uit. De wijkraad schreef een brandbrief.

Foto’s Marjolein Kooyman

„Kijk daar loopt er een!” Wijkraadslid Margreet Rolink wijst naar de rand van het terrein van de Kocatepe moskee in de Afrikaanderwijk. Een flinke bruine rat rent langs het groen en duikt vervolgens tussen de spijlen van het hek. „Ze zitten door de hele wijk’’, bevestigt bewoner Salih Koçoglu. Hij gebaart naar het clubhuis voor de moskee. „Hieronder hebben ze allemaal tunnels gegraven.” Maar ook bij zijn huis aan de De La Reystraat ziet hij de knaagdieren regelmatig door zijn tuin schieten. Hij houdt zijn handen bijna veertig centimeter uit elkaar. „Laatst zag ik zo’n grote. Of ik bang ben? Nee, maar ik heb kinderen. Dat is toch smerig.”

Al jarenlang kampt de Rotterdamse Afrikaanderwijk met rattenoverlast. De laatste maanden neemt het probleem een „ongekende vlucht”, schreef de wijkraad deze zomer in een noodkreet aan het stadsbestuur. „De situatie in de wijk is zeer ernstig” en „wij vinden dat er nu acuut ingegrepen moet worden.” Tijdens vrijwel iedere vergadering van de wijkraad hebben insprekers het over de ratten, zegt wijkraadslid Rolink. Bewoners zijn bang om hun tuin in te gaan en kinderen durven niet meer naar de speeltuin door de vele ratten. In de brief aan het stadhuis maakt de wijkraad zelfs de vergelijking tussen de huidige pandemie en de pestpandemie – verspreid door ratten – in 1350.

Dat is wellicht overtrokken, maar inderdaad; vrijwel alle bewoners die we zaterdagmiddag aanspreken zien regelmatig ratten op straat, in hun tuin of zelfs in hun huis. „Ik heb gegild”, zegt Maria Barros die aan de Transvaalstraat woont. „Het was een monster van wel 30 centimeter en hij zat in mijn keuken.” Sindsdien bewaart ze haar eten in kisten in de woonkamer en houdt ze de deur naar de keuken zoveel mogelijk gesloten. „Maar af en toe hoor ik geluiden.” Buren hebben ook last van ratten, zegt Barros. De gemeente kwam en strooide iets in de kelder. „Maar dat heeft niet geholpen. De stoep is verzakt en daardoor zitten er gaten onder het huis waar ze door naar binnen komen.”

Het wemelt van de ratten in Amsterdam – met dank aan uw eten

De leden van de wijkraad hielden onlangs, met een expert, een schouw om de oorzaken van de rattenoverlast op te sporen. „Voeden, voeden, voeden”, vat Rolink de belangrijkste conclusie samen. „Mensen gooien teveel eten op straat. Zelfs hele broden of pannen rijst. Een buurtbewoner zei laatst; die ratten krijgen beter te eten dan mijn eigen kinderen.”

In de wijk is een voederverbod van kracht, toch belandt er nog heel veel op straat. Bijvoorbeeld bij het groen langs de Brede Hilledijk. „Dit is een bekende voederplek. Hier dumpen bewoners iedere dag wel broden of andere troep”, zegt Rolink. Dat gebeurt overigens niet altijd uit luiheid of kwade wil. Sommige bewoners willen om religieuze redenen geen voedsel weggooien en voeren het daarom aan de vogels of straatkatten. En daar profiteren de ratten ook van.

Naar aanleiding van de noodkreet van de wijkraad stelde politieke partij Denk vragen aan het stadsbestuur. De fractie pleitte voor strengere handhaving op het dumpen van eten én het plaatsen van meer vuilnisbakken. De gemeente antwoordde eerder deze maand dat gewerkt wordt aan een „integraal plan van aanpak” tegen de rattenoverlast dat nog dit jaar klaar moet zijn. Een belangrijk onderdeel daarvan is de communicatie. Handhaving kan een bijdrage leveren, maar bewoners moeten zelf in gaan zien dat hun „motivatie om dieren te voederen of geen voedsel te verspillen het rattenprobleem erger maakt”, schrijft het college. Dus etensresten moeten in de brood- of groenbak zegt ook Stadsbeheer. „Ook dan komt het goed terecht als compost of biogas”, zegt een woordvoerder.

Een andere oorzaak van de rattenoverlast is de vervuiling rondom de markt op het Afrikaanderplein. „Na de marktdagen dumpten bezoekers en verkopers ladingen vuil in het park”, zegt Rolink. Nu zijn de toegangsdeuren tot het park achter de marktkramen gesloten om dat te voorkomen. Langs de randen van het park staan tientallen vallen. Ook het gras is kort gemaaid. En dat lijkt te helpen. „Vorig jaar was het heel erg”, zegt uitbater Remziye Sarica van het theehuis in het park. „Ratten zo groot als katten scharrelden hier rond in de struiken. Dit jaar zie ik ze eigenlijk niet zoveel meer.” Dat komt ook omdat het park dit voorjaar was afgesloten als onderdeel van de coronamaatregelen. „Daardoor was er minder voedsel te vinden”, verklaart een woordvoerder van Stadsbeheer. „Keerzijde was wel dat de ratten de wijk introkken.”

De wijkraad wil dat de gemeente het groen beter bijhoudt om het ongedierte hun schuilplek te ontnemen. Bijvoorbeeld op de Hilledijk. De gemeente heeft al toegezegd daar vaker te gaan maaien. Ook het Afrikaanderpark wordt al beter bijgehouden. Maar ook hier kan de gemeente het probleem niet alleen oplossen. De twee overwoekerde tuinen aan de Martinus Steijnstraat vormen bijvoorbeeld evengoed een rattenonderkomen. Een buurman die pal naast deze tuinen onkruid tussen de stenen trekt, ziet ze dan ook regelmatig. „Daar zaten laatst zes kleintjes”, wijst hij naar een hoek. „Maar grote zie ik ook, heel veel. Ik ben er niet bang van, maar mijn vrouw wel.” Ook de tuinen van de leegstaande huizen in de voor de sloop bestemde Tweebosbuurt zijn goede schuilplekken.

Beter groenbeheer dus én voorlichting aan de bewoners moet helpen. En sinds kort zet de gemeente zelfs warmtebeeldcamera’s in om de ratten te bestrijden. De wijkraad wil daarnaast nieuwe borden. „Bijvoorbeeld hier op de Pretorialaan”, zegt Rolink. „Als je dan de markt op loopt, moet meteen duidelijk worden dat je afval niet op straat moet gooien.” Woningcorporaties en bewoners worden opgeroepen hun huizen te controleren op kieren waar ratten doorheen kunnen komen. „We willen zoveel mogelijk verschillende partijen bij de aanpak in de Afrikaanderwijk betrekken, dus ook de moskee, ondernemers en actieve bewoners”, zegt een woordvoerder van Stadsbeheer.