Niet besmet, toch positief getest

Coronatests Een zesde tot een derde van de mensen die positief worden getest op het coronavirus, krijgt deze uitslag mogelijk onterecht.

Het aantal fout-positieve uitslagen was in Nederland de laatste weken waarschijnlijk relatief hoog.
Het aantal fout-positieve uitslagen was in Nederland de laatste weken waarschijnlijk relatief hoog. Foto Ilvy Njiokiktjien

Honderden mensen die de afgelopen week een positieve testuitslag kregen en in quarantaine zitten, dragen mogelijk het coronavirus helemaal niet bij zich. Bij een zesde tot een derde van de positief geteste personen zou het om een fout-positieve uitslag kunnen gaan, blijkt uit informatie van het RIVM over de nauwkeurigheid van de gebruikte PCR-test en de mate waarin het virus voorkomt onder mensen met verkoudheidsklachten. Daarmee zou ook tot een derde van het bron- en contactonderzoek dat de GGD’s de laatste maanden uitvoerden, onnodig kunnen zijn.

Het aantal fout-positieve uitslagen was in Nederland de laatste weken waarschijnlijk relatief hoog. Dat komt doordat het coronavirus nu weinig voorkomt én doordat veel mensen zonder klachten zich laten testen. Dat levert een bijzondere statistische situatie op.

Volgens de Leidse hoogleraar biostatistiek Jelle Goeman is het een bekend probleem dat bij alle diagnostische tests speelt. „Als een ziekte weinig voorkomt, en er dus veel niet-zieke mensen zijn, kan een klein percentage van de niet-zieke mensen in absolute aantallen groter zijn dan een groot percentage van de wél-zieke mensen.”

Overbelast

De GGD’s testen nu dagelijks bijna 25.000 mensen, maar kunnen de toestroom al bijna niet meer aan. Bij de GGD’s zijn testafspraken te maken voor de aankomende 72 uur. Mensen met klachten moeten „helaas soms meerdere keren een testaanvraag doen”, wat voor „begrijpelijke frustraties zorgt” en de telefoonlijnen en website verder belast, aldus de koepelorganisatie.

Volgens de woordvoerder is het opschalen van de testcapaciteit het probleem niet. Dat er te weinig tests beschikbaar zijn, komt vooral doordat er te weinig labcapaciteit is. Die capaciteit wordt ingekocht door het ministerie van Volksgezondheid. „Pas zodra er meer labcapaciteit beschikbaar komt, kunnen GGD’s verder opschalen en aan de vraag voldoen.”

Viroloog Chantal Reusken van het RIVM benadrukt dat mensen zich alleen moeten laten testen als ze klachten hebben, en dan liefst ook direct op de eerste of tweede dag. Onnodig testen leidt niet alleen tot vertragingen bij teststraten en problemen met labcapaciteit, het kan ook leiden tot een toename van het percentage fout-positieven. Het risico bestaat dat maatregelen als thuisisolatie en bron- en contactonderzoek dan vaker ten onrechte worden uitgevoerd. Voor het RIVM is dat al maanden een van de belangrijkste redenen om niet grootschalig mensen zonder klachten te gaan testen.

‘Beter dan heel land op slot’

Reusken onderstreept dat de test in de teststraten gebruikt wordt als screening, niet voor een individuele diagnose door een dokter. Ook daardoor geeft de uitslag wat minder zekerheid. „Om een diagnose te stellen weegt een arts naast de professionele interpretatie van een test, ook het verhaal van de patiënt mee, de klachten, wanneer ze ontstaan zijn, het aantal contacten, de reisgeschiedenis. Als die niet passen bij een positieve uitslag, kan een arts dat meenemen in zijn conclusie. Bij een screening krijg je alleen de testuitslag.”

De Leidse biostatisticus Goeman relativeert het feit dat er mensen in quarantaine zitten die wellicht geen coronabesmetting hebben. „In het licht van de hele Covid-19-epidemievind ik dat een relatief klein probleem. Het is nog steeds een minder draconische maatregel dan een hele stad of een heel land op slot zetten.”

Lees ook: Geen corona, toch in quarantaine. Welkom in de tegenintuïtieve werkelijkheid van statistiek en testuitslagen.