Het nieuwe pensioen kan goedkoper én zekerder, zeggen drie economen

Pensioenregeling Ook al is er jaren over overlegd, het nieuwe pensioenstelsel is echt nog wel beter in te richten. Dat vinden althans drie hoogleraren.

Schiedam Zuid. Een gepensioneerd echtpaar ontspant aan de Nieuwe Maas
Schiedam Zuid. Een gepensioneerd echtpaar ontspant aan de Nieuwe Maas Foto Hans van Rhoon/ANP

Het nieuwe pensioenstelsel wordt onnodig duur én onzeker. Die harde conclusie trekken economen Coen Teulings, Arnoud Boot en Paul de Beer deze vrijdag in economenblad ESB. De afspraken uit het pensioenakkoord moeten worden aangepast, vinden de hoogleraren.

Daarmee heropenen ze een moeizame discussie die begin deze zomer eindelijk beslecht leek. Toen presenteerden kabinet, werkgevers en vakbonden – na tien jaar onderhandelen – de uitwerking van hun vorig jaar bereikte pensioenakkoord. Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) stelt nu de benodigde wetswijzigingen op.

In het nieuwe stelsel, dat over zo’n vijf jaar moet ingaan, beloven pensioenfondsen geen toekomstige uitkering meer aan werknemers. De afgelopen jaren bleek dat de fondsen die beloftes moeilijk waar kunnen maken. Over enkele jaren zouden werknemers een ‘persoonlijke pensioenrekening’ moeten krijgen waarop ze vooral zien hoeveel vermogen ze tot dan toe hebben gespaard. Over de hoogte van de toekomstige uitkering worden alleen nog voorspellingen gedaan.

Dat is een prima afspraak, vindt Coen Teulings, oud-directeur van het Centraal Planbureau en nu hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. „Maar er zitten in het pensioenakkoord nog een aantal problemen die relatief makkelijk verholpen kunnen worden.”

In hun artikel doen Teulings, Boot en De Beer concrete voorstellen voor de twee problemen die zij zien.

Het eerste probleem: de pensioenpremies zullen hoog blijven. Lange tijd was het gebruikelijk dat werknemers één dag in de week voor hun oude dag werken, bij een voltijdse werkweek. Nu is dat in een aantal sectoren al anderhalve dag per week. Ofwel: ruim een kwart van hun loonkosten gaat naar premies voor AOW en pensioenfonds. Dat komt grotendeels doordat de veilige beleggingen van pensioenfondsen, in staatsobligaties, weinig rendement opleveren nu de rente zo laag is.

Lees ook: Wat is belangrijker: nu meer loon of later meer pensioen?

Het tweede probleem is de grote onzekerheid in het nieuwe stelsel, zoals die dit jaar al bleek uit doorrekeningen van geanonimiseerde pensioenfondsen. Zo berekende een fonds dat een 25-jarige die bruto 35.000 euro per jaar verdient, in een gunstig economisch scenario 72.900 euro aan pensioen kan verwachten (inclusief AOW-uitkering), en in een ongunstig scenario slechts 16.800 euro. Diezelfde kritiek uitte Frank Vandenbroucke, oud-pensioenminister van België en hoogleraar in Amsterdam, onlangs in NRC, nadat hij de Nederlandse pensioenplannen had bestudeerd in opdracht van minister Koolmees.

In hun artikel beschrijven Teulings, Boot en De Beer allereerst hoe ze het pensioenplan zekerder en stabieler willen maken.

Volgens het pensioenakkoord worden mee- en tegenvallers op de beurs alleen verhaald op de pensioenen: werknemers en gepensioneerden zien hun pensioenvermogen dan sterker stijgen en dalen. „Maar je kunt het risico veel breder spreiden”, zegt Teulings. De economen stellen voor om mee- en tegenvallers óók op te vangen via de premies: na elk verlies gaan werknemers meer premie betalen, na elke winst wordt hun pensioen goedkoper. Teulings: „Zo kun je iedere klap veel breder opvangen.”

De onzekerheid over de toekomstige pensioenuitkering wordt hierdoor veel kleiner, hebben de economen berekend. Het gunstige en ongunstige toekomstscenario komen dichter bij elkaar te liggen. Maar er is ook een risico: na een zware crisis zou de pensioenpremie erg hoog worden.

Meer risico móét

Daarom opperen de wetenschappers een tweede verandering. Pensioenfondsen zouden een veel groter deel van hun geld risicovol kunnen beleggen, vooral in aandelen. Het percentage risicovolle beleggingen kan bij een gemiddeld pensioenfonds verdubbeld worden, van 40 naar 80 procent, volgens de economen. En dan kan de pensioenpremie gehalveerd worden, omdat risicovolle beleggingen meer rendement opleveren.

Dat klinkt tegenstrijdig: risicovol beleggen maakt het pensioen toch onzekerder? En daar wilden deze hoogleraren toch iets aan veranderen? Ja, schrijven ze. Maar hun eerste plan – de variabele premie – geeft zóveel extra zekerheid, dat het negatieve effect van risicovoller beleggen daarbij in het niet valt.

Lees ook: Dit betekent het pensioenakkoord voor jou

Daar komt bij dat veilige staatsobligaties door de lage rente – rond de 0 procent – vrijwel niets meer opleveren. „Pensioenfondsen móéten wel meer risico nemen als we het huidige stelsel in stand willen houden”, zegt Teulings. „Op deze manier is dat mogelijk, omdat je tegelijk de risico’s breder deelt.”

Als het kabinet dit idee niet overneemt, zegt Teulings, dreigt het nutteloos te worden werknemers nog langer via pensioenfondsen voor hun eigen oude dag te laten sparen. Simpelweg omdat daar dan te weinig rendement mee te behalen valt. Het is dan voordeliger om de overheid alle pensioenen te laten betalen.

Teulings: „Wij denken dat het huidige stelsel allerlei voordelen heeft, maar dan moet er wel rendement gemaakt worden. Anders draag je water naar de zee.”