Haas

Amsterdamse beestjes

Stadsecoloog schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam.

Ineens zitten er overal hazen in het weiland pal ten noorden van de stad. Een paar minuten geleden was het nog een kale vlakte. Nu zien we overal oren boven het gras uitsteken. Even later gevolgd door grote hoofden met gele ogen. De hazen richten zich op. Sommigen gaan op hun achterpoten staan en torenen dan hoog boven het gras uit. Ze wachten ergens op. Ze wachten op het startschot. Dat volgt even later. Één haas gaat ineens uit de startblokken. Van nul naar vijftig kilometer in een paar tellen.

De andere hazen reageren onmiddellijk. Allemaal slaan ze op hol, met een paardachtige galop jakkeren ze door het weiland. Waarheen is wat onduidelijk, ze lijken door elkaar heen te rennen, sommige van hen staan ineens rechtop tegenover elkaar met hun voorpoten te boksen. De bedrijvigheid werkt aanstekelijk, van ver weg komt nog een haas aangerend, hij springt in de brede sloot die het weiland van het veld ernaast scheidt, zwemt de sloot over, schudt zich op de kant even uit en galoppeert mee.

Dan komt er meer duidelijkheid in de race. Één haas loopt steeds voorop, de rest zit er met bokkesprongen en rare bochten achteraan. Die voorste moet een vrouwtje zijn, de rest mannetjes, de vrouwtjes bepalen hoe de hazen lopen. Dit vrouwtje heeft zin in seks, maar niet met iedereen, niet met zomaar een haas, alleen met de snelste of slimste.

Dat blijkt de kletsnatte haas te zijn. Hij heeft zijn kansen afgewacht, zich wat in het middenveld opgehouden, maar ziet zijn kans schoon als twee voorgangers onderling slaags raken. Hij duikt erlangs en is opeens nummer één. Precies op dat moment besluit het vrouwtje dat het nu maar eens moet gebeuren. Ze stopt abrupt en steekt meteen haar kont omhoog. De natte haas knalt er zonder vaart te minderen in één keer bovenop, daarbij het wereldrecord penetreren op tienden van een seconde stellend. De hele paring duurt nauwelijks langer. Er is weleens een hazenparing van 30 seconden geregistreerd, maar dat halen deze bij lange na niet. Drie seconden komt meer in de buurt. Al die moeite voor een paar seconden plezier. De paring van hazen lijkt nergens op, maar het voorspel is geweldig.

Foto Remco Daalder

Na deze ontknoping is het meteen afgelopen ook. De kletsnatte haas zit dromerig voor zich uit te staren. De andere hazenmannetjes doen ineens of het ze allemaal niks interesseert en nooit geïnteresseerd heeft. Ze poetsen zich een beetje. Duiken weer het gras in. Gaan huns weegs. Het vrouwtje is er zelfs in geslaagd zich voor ons geheel onzichtbaar te maken. Wat haar betreft is het klaar, en als een hazenvrouwtje vindt dat het klaar is dan komt er geen mannetje meer aan te pas, wie is hier nou de baas.

De hazen die achter het net hebben gevist zullen een paar maanden geduld moeten hebben voor een nieuwe poging. Het seizoen om te paren loopt op zijn einde. Het spel begint alweer ergens in januari. Tot die tijd kunnen de mannetjes even uitblazen. En nieuwe tactieken bedenken om op het juiste moment op de juiste plek te zijn. Daar gaat het om, bij de survival of the fittest.

Stadsecoloog Remco Daalder schrijft voor NRC op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam.