Eurokoers en Fed maken het Lagarde behoorlijk lastig

Europese Centrale Bank ECB-president Christine Lagarde liet donderdag het monetair beleid ongewijzigd. Maar door de gestegen waarde van de euro, en door de koerswijziging van de Amerikaanse Fed, staat de ECB onder druk om het beleid verder te verruimen.

Het hoofdkwartier van de ECB in Frankfurt. ECB-president Christine Lagarde liet donderdag het monetair beleid ongewijzigd.
Het hoofdkwartier van de ECB in Frankfurt. ECB-president Christine Lagarde liet donderdag het monetair beleid ongewijzigd. Foto Ralph Orlowski/REUTERS

Wil je weten of de hypotheekrente laag blijft, of de spaarrente? Hier volgen twee tips.

Tip één: volg de persconferenties van de chef van de Amerikaanse centrale bank, Jerome Powell, of lees erover. Maar is het niet veel belangrijker wat Christine Lagarde, de president van de Europese Centrale Bank, over de rente zegt? Uiteindelijk wel, maar wat de ECB met de rente gaat doen, kun je goed voorspellen door eerst naar de Amerikaanse Fed te luisteren. Verlaagt de Fed de rente, dan kun je ervan uit gaan dat de ECB volgt.

Tip twee: typ in je zoekscherm ‘EURUSD’ in. Dat is de koers van de euro, uitgedrukt in dollars. Stijgt de koers van de euro een lange periode aaneen, dan komt de ECB onder druk om de rente te gaan verlagen.

De relatie tussen het beleid van de ECB, dat van de Fed en de euro-dollarkoers werd donderdag nog eens goed duidelijk bij de persconferentie van Lagarde na afloop van de ECB-bestuursvergadering. Door een koerswijziging die de Fed onlangs aankondigde, en vooral door de steeds duurdere euro, staat de ECB onder druk om het toch al extreem ruime monetair beleid nog verder te verruimen.

Niet dat de ECB passief is gebleven in de coronacrisis. Voor 1.350 miljard euro koopt de centrale bank aan staats-en bedrijfsleningen op binnen het ‘pandemie-noodopkoopprogramma’. Door massaal schuld op te kopen drukt de ECB de kapitaalmarktrentes. Ook verlaagde de ECB de rente voor banken. Banken kunnen onder voorwaarden lenen tegen een rentetarief tot minus 1 procent.

Dat beleid, dat donderdag ongewijzigd bleef, is bedoeld om de economie in coronatijd draaiende te houden, maar ook om de inflatie een beetje op peil te houden. Centraal in het mandaat van de ECB staat ‘prijsstabiliteit’, gedefinieerd als inflatie van vlak onder de 2 procent. Dat doel dient als buffer tegen deflatie: een negatieve prijsspiraal. Donderdag bleven de inflatieverwachtingen van de ECB van juni goeddeels intact: dit jaar wordt de inflatie 0,3 procent, volgend jaar 1 procent en in 2022 1,3 procent. Het inflatiedoel ligt dus ver weg – en nu dreigt het verder buiten bereik te raken door de duurdere euro. De Europese munt is sinds het begin van de pandemie in Europa in maart zo’n 10 procent in waarde gestegen ten opzichte van de dollar.

Dat drukt op twee manieren de inflatie. Europese exportproducten worden voor buitenlandse klanten duurder en dat hindert het economisch herstel van de eurozone. Import wordt juist goedkoper en dat verlaagt de prijzen in de winkels. De neerwaartse druk op de inflatie is „goeddeels toe te schrijven” aan de hogere eurokoers, zei Lagarde.

Het vergde nogal wat verbale evenwichtskunst van de ECB-president om hier conclusies uit te trekken. Want de wisselkoers is voor centrale bankiers uiterst gevoelig terrein. Internationaal is afgesproken dat centrale banken niet de valutakoersen mogen beïnvloeden. Anders dreigt een valutaoorlog, waarbij de ene centrale bank de munt devalueert ten koste van de andere (‘competitieve devaluatie’).

Euro verder omhoog

De ECB kán op zich zeker iets doen aan de hogere eurokoers: verdere monetaire verruiming (meer opkopen bijvoorbeeld) drukt de rentes verder. Dan wordt de euro als belegging minder aantrekkelijk, waardoor de munt minder waard wordt. Maar net als haar voorganger Mario Draghi altijd deed, wilde Lagarde elke indruk vermijden dat de ECB de eurokoers wil gaan drukken. „Wij sturen niet op de wisselkoers”, herhaalde ze steeds. Wel, zo zei ze, zal het bestuur de wisselkoers „nauwlettend in de gaten houden”.

Die laatste woorden leken bedoeld om de eurokoers wat naar beneden te praten. Draghi – die naar verluidt voortdurend de euro-dollarkoers in de gaten hield – gebruikte vaak soortgelijke woorden. Beleggers waren niet onder de indruk: de eurokoers steeg tijdens de persconferentie van Lagarde van 1,183 naar ruim 1,19 dollar, om daarna weer te zakken naar 1,186.

De ECB kan weinig doen aan de belangrijkste reden van de duurdere euro. Dat is het monetaire beleid van de Fed, die ongelimiteerd de geldkraan open heeft gezet. Sinds het begin van de coronacrisis is het balanstotaal van de Fed het meeste gestegen vergeleken met dat van de ECB en andere centrale banken. Eind vorige maand deed de Fed daar nog een schepje bovenop door haar monetaire strategie aan te passen na een beleidevaluatie. De Fed zal minder snel de rente verhogen als de inflatie boven het doel van 2 procent ligt. Ook zal zij minder snel de rente verhogen als de arbeidsmarkt krap is. De consequentie: de rente in de VS blijft langere tijd laag.

Maatregelen in december?

De ECB voert nu, in navolging van de Fed, ook een evaluatie uit. De druk is groter geworden op Lagarde en haar collega’s om na deze evaluatie ook uitzicht te geven op (nog) langer (nog) lagere rentes.

En gezien de eurokoers is de druk op verdere monetaire verruiming op korte termijn eveneens groot. Na de vergadering van donderdag voorspelden marktanalisten, van onder meer ABN Amro en van obligatiebelegger Pimco dat de ECB in december al met nieuwe maatregelen komt.