Recensie

Recensie Boeken

De zwarte klok brengt onbehagen in het dorpje

Paulus Hochgatterer Een man valt van een steiger, een kind verdwijnt uit de klas. Door de ‘zwarte klok’ – maar wat is dat? Hochgatterer schreef een soort thriller over groot onbehagen, gevoed met zijn ervaringen als psychiater.

Op de cover van De zwarte klok van de Oostenrijkse schrijver Paulus Hochgatterer staan witte kleine huisjes tegen een groene achtergrond, identiek, huisjes zoals een kind ze tekent, met een deur, wat ramen en een rood puntdak. Uit slechts één raam schijnt licht, één deur staat open. De andere blijven potdicht, wat zich daar afspeelt blijft verborgen. Veel goeds is het in ieder geval niet.

Paulus Hochgatterer (1961) is schrijver én kinder- en jeugdpsychiater. Net als bij zijn Franse collega Lydie Salvayre en de Waalse Jacqueline Harpman komt zijn professionele ervaring direct binnen in zijn roman. Zijn dorp lijkt bevolkt te worden door psychiaters, onderwijzers en psychologen enerzijds en ontspoorde geesten anderzijds. Daartussenin bevinden zich de slachtoffers, kinderen en volwassenen die de kwetsbaarheid van hun prille jeugd hebben behouden.

In het dorp gebeuren verontrustende dingen: een man valt van een steiger, het lijkt zelfmoord, maar zijn naasten twijfelen daaraan. Een kind verdwijnt uit de klas. Een kind vertelt dat het geslagen is door ‘iets zwarts’. Er volgen meer kinderen die hetzelfde verhaal vertellen. Ze mogen niets zeggen, anders gebeurt nog een keer ‘dat erge’. Allemaal hebben ze het over ‘de zwarte klok’ die hen belaagt.

Wat of wie daarachter schuilt laat Hochgatterer vanuit vier verschillende gezichtspunten onderzoeken. Een van de vier, psychiater Raffael Horn, is een prettig tegendraadse geest die de strijd aangaat met de financieel directeur van het ziekenhuis waar hij werkt. Als die hem zegt dat psychiatrische patiënten voor het hospitaal ‘geen verdienmodel’ zijn, antwoordt hij dat ‘de mens in zijn totaliteit geen verdienmodel is’.

Horn is gespecialiseerd in zelfmutilatie op jonge leeftijd, zijn vrouw is celliste, die ‘in zalen met mooi stucwerk met haar ogen dicht melancholische solo’s speelt’. De man die dagelijks de harde werkelijkheid voor zijn kiezen krijgt en de vrouw die opgaat in de muziek leven onder een dak met een puberende zoon. Via het werk van Horn passeert een groot aantal personages en dito stoornissen de revue, van verlamming tot schizofrenie, van epilepsie tot kindermisbruik en automutilatie – een panorama van menselijke ontsporing.

Een tweede vergezicht presenteert Hochgatterer via rechercheur Ludwig Kovacs. Ook hij bijt zich vast in die angstaanjagende ‘zwarte klok’. Tegelijkertijd denkt hij veel aan zijn boot, zijn vrouw en zijn dochter, die na twee jaar weer opduikt, nu met hanenkam.

Door het zoeken en het tasten van Horn en Kovacs heeft De zwarte klok veel weg van een thriller. Maar er is geen duidelijke moord en het lijk ontbreekt. Het gaat hier meer om een algeheel onbehagen, om raadselachtige gebeurtenissen die met elkaar verbonden lijken, zonder dat de onderzoekers erachter komen wat er aan de hand is.

Hochgatterer suggereert en opent af en toe een raampje in zo’n klein huis. Wat we zien blijft in nevelen gehuld, net als de ochtendlijke bergtoppen die het dorp omringen. Psychiater Horn voelt dat alles hem ontglipt, er strijkt ‘iets onaangenaams langs de buitenste rand van zijn bewustzijn’. Dat is precies wat je als lezer van dit verontrustende boek voelt: alles is unheimisch, onduidelijk, ongemakkelijk zonder dat je er de vinger op kunt leggen.