Opinie

De ondraaglijke traagheid van Europa

De EU wil graag een belangrijke speler zijn in de internationale politiek. Maar haar slagvaardigheid is niet meer van deze tijd, ziet Michel Kerres.

Michel Kerres

EU-buitenlandchef Josep Borrell verzuchtte eind augustus dat het eigenlijk tijd was voor vakantie. Zomer 2020 was een aaneenschakeling van internationale crises geweest. De snel oplopende spanningen tussen Griekenland en Turkije in de Middellandse Zee, de verkiezingsoverwinning van de autoritaire leider Loekasjenko in Wit-Rusland en de vergiftiging van de Russische oppositieleider Navalny dwongen tot actie. Deze week herinnerde de brand in vluchtelingenkamp Moria eraan dat het migratievraagstuk – op het snijvlak van intern en extern beleid – nog steeds om een oplossing schreeuwt.

De crises hebben twee dingen gemeen. Ze spelen zich af aan de randen van Europa – sommige in de EU, andere net daarbuiten. En Europa weet zich er niet goed raad mee.

Het afgebrande vluchtelingenkamp op Lesbos, schamel onderkomen voor 13.000 mensen, confronteerde Europa op schrijnende wijze met zijn traagheid. Waarom zijn die mensen daar nog steeds?

Commissievoorzitter Von der Leyen vroeg vorig najaar twee Eurocommissarissen een nieuw migratiepact te ontwikkelen dat een structurele oplossing moet bieden. Het zou er al met Pasen zijn. Het is er nog steeds niet. En of het dit jaar nog komt, is onzeker. Eerst ging alle aandacht naar de pandemie. Toen doorkruisten de spanningen tussen Griekenland en Turkije gesprekken. Deze week heette het dat Hongarije eerst moest slikken dat uitbetaling uit het Covid-Herstelfonds gekoppeld wordt aan de rechtsstaat. Pas daarna kan Hongarije bewerkt worden om toch migranten op te nemen. Tactische spelletjes helpen niet, maar het échte probleem is onenigheid en onwil. Zuidelijke lidstaten willen een verplichte verdeling van migranten over de EU. Oostelijke lidstaten willen niet verder gaan dan vrijwillige opname.

Ook bij eenvoudiger zaken treuzelt de Unie. De EU maakte snel duidelijk dat het de verkiezingsoverwinning van Loekasjenko niet erkent. Er zouden sancties komen, heette het midden-augustus. Eind augustus drongen elf landen aan op spoed. De sancties zijn er nog steeds niet. Moet Loekasjenko zelf wel of niet op de lijst? Cyprus probeert het gesprek over Wit-Rusland te gebruiken om steun voor sancties tegen Turkije te werven. Intussen houdt in Minsk de repressie aan, worden demonstranten mishandeld, activisten opgepakt. En eigenlijk is het zo simpel: het gaat om Europeanen, naast de deur, die opkomen voor democratie.

Ook na de aanslag op Navalny maakte Europa een goede start. De zwaar zieke Poetin-opponent werd overgebracht naar Berlijn en kanselier Merkel liep voorop in de veroordeling van de aanslag. Maar hoe nu verder?

In Duitsland wordt gediscussieerd over de vraag of Nordstream-2, de pijplijn die gas uit Rusland moet aanvoeren, stopgezet moet worden. Dat zou een ongekende manoeuvre zijn. Politiek zou dan zwaarder wegen dan economie. Of Merkel die drieste stap durft te zetten? Anderzijds: met woorden alleen dwing je internationaal geen veranderingen af.

In een groep van 27 staten zijn er bijna altijd botsende belangen. Er heerst welhaast per definitie onenigheid, die zich vertaalt in stroperigheid en waterige oplossingen. In buitenlands beleid is bovendien consensus plicht, hiërarchie ontbreekt.

De Europese traagheid is verklaarbaar, maar niet verdraagbaar. En eigenlijk is ze ook niet meer van deze tijd: een haperende consensusmachine kan niet op tegen de brutale capriolen van geslepen autoritaire leiders en heeft geen antwoord op een kwestie zo weerbarstig als migratie.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.