Dirk Bezemer, hoogleraar aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijkuniversiteit Groningen.

Foto: Kees van de Veen

Interview

‘Het besteedbaar inkomen van mensen met lage en middeninkomens is de afgelopen 20 jaar nauwelijks vooruitgegaan’

Dirk Bezemer Volgens de Groningse econoom is Nederland in de greep van het ‘kleine-bufferkapitalisme’. Dit staat hoognodige investeringen in duurzaamheid in de weg. „We moeten kiezen voor een andere economie.”

Vlak voordat we elkaar treffen op de burelen van uitgeverij Pluim in Amsterdam om te praten over zijn onlangs verschenen boek Een land van kleine buffers, is Dirk Bezemer langs geweest bij De Nederlandsche Bank.

„We hebben het gehad over de financiële stabiliteit van Nederland”, zegt de hoogleraar Economie van de internationale financiële ontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen over het gesprek op de centrale bank. „Als de overheidssteun aan de bedrijven wegens de coronacrisis straks wordt afgebouwd, zijn de gevolgen voor de economie groot. Waarschijnlijk zijn veel bedrijven nu al technisch failliet en groeien de private schulden nog sneller dan voor de coronacrisis. En al vóór de coronacrisis had Nederland te grote banken en te omvangrijke vermogensmarkten. Door de toename van slechte leningen op de balansen van de banken, is een bankencrisis in de nabije toekomst een reëel gevaar. Steun aan financiële instellingen en banken is dan weer onontkoombaar. Maar we moeten nu echt eens de vraag stellen bij de maatregelen die dan moeten genomen worden en die de toon zetten voor de komende decennia: is de voortdurende subsidie aan de financiële sector en markten wel wenselijk? Is het ook steun aan de reële economie?

„Iets ander is dat er eindelijk eens iets aan de achterblijvende loongroei gedaan moet worden. Ons belastingsysteem is bovendien dringend aan hervorming toe. De belasting op arbeid moet omlaag en die op vermogens juist omhoog. Zo gaat ons belastingstelsel investeringen stimuleren in de reële economie. Nu faciliteert het te veel belastingontwijking, en de opbouw van financieel vermogen en vastgoedwaardes – en zo gaat het nu al decennia.”

Kort na het begin van de coronacrisis begon Bezemer, die ook tegendraadse columns over economie voor De Groene schrijft, aan Een land van kleine buffers. Hierin betoogt hij dat de economische structuur van Nederland sinds de ‘Grote Lockdown’ radicaal is veranderd. Dit biedt kansen de hoognodige veranderingen te bevorderen die in landbouw, mobiliteit, financiering, woningbouw, energievoorziening, enzovoorts noodzakelijk zijn om de klimaatdoelen te halen. Maar deze kansen worden niet benut als Nederland in de greep blijft van wat Bezemer het ‘kleine-bufferkapitalisme’ heeft gedoopt, waarin het vooral draait om de vergroting van de financiële vermogens. Dit gaat niet alleen ten koste van investeringen in de reële economie en dus van innovatie en groei, maar ook van de lonen en financiële buffers van de huishoudens waarvan vele nu niet kunnen rondkomen en hoge schulden hebben. Ook de sterke verlaging van de staatsschuld, waardoor te weinig is geïnvesteerd in de publieke sector, past in de ongezonde gerichtheid op de groei van vermogens en financiële markten.

Foto: Kees van de Veen

Uit uw boek krijg de lezer de indruk dat de financiële wereld een parasitaire sector in de economie is geworden.

„Ja, daar lijkt het vaak wel op. Idealiter vormen banken en bedrijven een symbiose en ondersteunen vermogens – aandelen, obligaties, enzovoorts – de economie: bedrijven geven aandelen uit en kopen daar bijvoorbeeld machines van. Maar zo is het allang niet meer. De financiële markten zijn losgezongen van de reële economie. Aandelenmarkten zijn nu de plekken waar bedrijven vaak geld kwijtraken. Hun hoge winsten keren ze uit aan de aandeelhouders in plaats van te investeren, ze kopen zelfs hun eigen aandelen op om de koers te verhogen.

„De financialisering van de economie begon in de jaren tachtig in Groot-Brittannië en de VS, en iets later ook in Nederland. Sindsdien is het overheidsbeleid om de financiële sector te stimuleren. De schulden en risico’s groeiden enorm. Zo veranderde de conservatieve, ondersteunende financiële sector in een kolossaal blok aan het been van de economie. Het bedrijfsleven én de publieke sector is ermee vervlochten geraakt via belastingconstructies en financiële producten als derivaten. Huishoudens zijn ermee verbonden via hypotheken en pensioenen.”

Lees ook: Hoe de ‘hogepriester van de economie’ het neoliberalisme in Nederland introduceerde

De financialisering van de economie valt samen met de opkomst en verbreiding van het neoliberalisme. Er zijn economen die neoliberalisme een onzinnig begrip vinden. U ook?

„Nee, maar ‘neoliberaal’ is wel te vaak gebruikt als kwalificatie voor alles wat je niet bevalt. Je moet wel eerst bepalen wat je er precies mee bedoelt. In het klassieke liberalisme ging het om individuele vrijheid in het algemeen, politiek, sociaal en economisch. In het neoliberalisme is de vrijheid verengd tot die van de markt, en is de rol van de staat beperkt tot de bevordering van marktwerking op alle terreinen: onderwijs, gezondheidszorg, soms zelfs het gevangeniswezen. Maar marktwerking heeft zijn grenzen, en de economie kent ook andere ordeningsmechanismen dan de markt: de gemeenschap en de staat. Nu, in de coronacrisis, ondervinden we dat overheidsingrijpen hard nodig is. De publieke sector is uitgehold in Nederland. Zelfs rechtspraak en politie, die klassieke liberalen toch tot de kerntaken van de staat rekenen, zijn in het ongerede geraakt. Dat geldt ook voor zorg, onderwijs, welzijnswerk, kunst en wetenschap.”

Premier Rutte heeft wel eens van zichzelf gezegd dat hij geen visie heeft omdat die het zicht belemmert. Maar uit het beleid van zijn kabinetten blijkt iets anders: hij is een aanhanger van het neoliberalisme.

„Ik zou het geen visie noemen, maar een ideologie. En bij ideologieën staan ideeën zozeer op de voorgrond, dat ze het zicht op de feiten belemmeren. Als aanhanger van het neoliberalisme blijf je dan bijvoorbeeld geloven dat privatisering altijd goed is, ook al laat de praktijk iets anders zien. Dan wantrouw je ook de staat en geloof je dat staatsuitgaven altijd kosten zijn en geen investeringen. En dan vind je zelfs een staatsschuld die historisch laag is, zoals in Nederland, nog een probleem dat tot verdere bezuinigingen noopt. Intussen laat je de private schulden, die vier keer zo hoog zijn als de staatsschuld, ongemoeid.

Het besteedbaar inkomen van mensen met lage en middeninkomens is de afgelopen twintig jaar vrijwel niet vooruitgegaan. Dit vormt een vruchtbare bodem voor populisme

„Dan zie je ook niet in dat de Nederlandse economie te veel is gericht op het ophopen van geld, waarvan maar een heel klein deel van de bevolking profiteert. En dat de loongroei, mede door de uit de hand gelopen flexibilisering van arbeid, ver is achtergebleven, blijft ook onopgemerkt. Het besteedbaar inkomen van mensen met lage en middeninkomens is de afgelopen twintig jaar vrijwel niet vooruitgegaan. Veel mensen hebben moeite om rond te komen, er zijn veel probleemschulden. Dit vormt een vruchtbare bodem voor populisme.”

Na de vorige economische crisis was duidelijk dat de financiële sector hard toe was aan ‘hervormingen’. Daar is weinig tot niets van terechtgekomen. Hoe komt dat?

„Omdat de financiële sector zo enorm groot is, en schulden overal in de samenleving zijn doorgedrongen. Dit brengt electorale druk en een grote politieke invloed met zich mee: de financiële sector heeft de allerbeste lobby, niet alleen in Nederland, maar ook bij de EU. Ook zijn de politiek en het bedrijfsleven nauw met elkaar verweven.

„De coronacrisis zette de schijnwerpers op de wijdverbreide belastingontwijking bij bedrijven, en het doorgeven van winsten aan aandeelhouders in plaats van ze te investeren. Het zou kunnen dat de verontwaardiging hierover nu zo groot wordt, dat er eindelijk verandering komt. Dat hebben we ook gezien bij de strijd tegen Zwarte Piet. Eerst vond Rutte dit onzin, maar als de publieke opinie kantelt, verandert ook hij van mening.

„We kunnen in ieder geval nu al vaststellen dat de regering niet dezelfde fout maakt als in de vorige economische crisis. Er wordt niet bezuinigd, maar ‘we gaan ons uit de crisis investeren’. Blijft natuurlijk wel de vraag waarin er gaat worden geïnvesteerd. Ik vind dat de rampzalige gevolgen van de langdurige roofbouw op de publieke sector moeten worden hersteld. Dat is onontbeerlijk voor het creëren van draagvlak voor het hoognodige duurzaamheidsbeleid, dat ook offers gaat vragen. De gele hesjes in Frankrijk hebben laten zien hoe belangrijk dat is.”

Lees ook: Ook het gepensioneerde midden is klaar met het kapitalisme

U eindigt ‘Een land met kleine buffers’ met een opmerkelijk optimistisch toekomstscenario waarin Nederland bijvoorbeeld een eind op streek is met duurzaamheid. Hierin loopt Nederland nu juist ver achter bij bijna alle Europese landen. Vanwaar dan dit optimisme?

„Mijn scenario kan echt de toekomst worden. Maar dan moeten we wel kiezen voor een andere structuur van de economie. En dat kan, want het gaat hier niet om een revolutie. Geen van mijn voorstellen zijn radicaal of zelfs nieuw. Er zijn tal van rapporten die soortgelijke maatregelen bepleiten – bijvoorbeeld van de WRR en de commissie-Borstlap. De plannen liggen klaar, maar daarna is het stil geworden, terwijl het juist zo urgent is.

„Bij die structurele verandering kan de coronacrisis op twee manieren helpen. De economie heeft nu al grote veranderingen ondergaan, al zijn die door de deken van steun nog niet zo zichtbaar. Maar neem de fossiele-brandstofsector. Die is in het nauw gekomen, de olieprijzen zijn fors gedaald. Bij dit soort ontwikkelingen kan worden aangehaakt. De overheid hoeft de fossiele sector nu niet met dure uitkoopregelingen te saneren. Dat gebeurt bijna vanzelf. En dan moet de acht miljard euro subsidie per jaar die de fossiele sector nog altijd krijgt, naar investeringen gaan in de productie van duurzame energie. Zo krijg je een grote transitie met weinig kosten voor de overheid. Er liggen echt enorme kansen!

„Toen ik in april begon te schrijven, brak bovendien eindelijk het besef door dat grote veranderingen urgent zijn. Al moet ik wel zeggen dat dit bewustzijn alweer lijkt te verdwijnen. Daar maak ik me grote zorgen over. Want de feiten zijn niet veranderd.”

Op 14 sept. is Bezemer een van de gasten in talkshow Reset Aarde in de Balie in Amsterdam. Aanvang 20u. www.debalie.nl