Profiel

De drie gezichten van het crisisbeleid

Coronacrisis Hoe opereren de ministers Wopke Hoekstra, Eric Wiebes en Wouter Koolmees, de drie architecten van alle economische steunpakketten?

Eric Wiebes, Wopke Hoekstra en Wouter Koolmees. Foto Getty images, bewerking NRC
Eric Wiebes, Wopke Hoekstra en Wouter Koolmees.

Foto Getty images, bewerking NRC

We laten u niet in de steek. Maar het is wel: stoelriemen vast. Met die woorden kondigden ministers Wopke Hoekstra (CDA), Wouter Koolmees (D66) en Eric Wiebes (VVD) op 17 maart het eerste ‘noodpakket banen en economie’ aan. De lockdown was net begonnen: cafés en restaurants moesten de deuren sluiten.

Vanaf die eerste persconferentie staan de drie ministers aan het hoofd van een van de grootste steunoperaties ooit voor de Nederlandse economie. Met drie noodpakketten – ter waarde van 20 miljard euro in maart, 17 miljard in mei en in augustus nog eens 11 miljard euro – hebben de drie bewindslieden in de woorden van Hoekstra „de economie aan de hart-longmachine gelegd”.

Hoekstra, Koolmees en Wiebes betaalden mee aan lonen om banen te beschermen, voorzagen zzp’ers van een noodinkomen en subsidieerden vaste lasten van bedrijven om faillissementen te voorkomen. Ze tuigden daarvoor regelingen op die niet bestonden, op een ongekende schaal: bijna een derde van alle bedrijven kreeg subsidie, 3 miljoen werkenden kregen inkomenssteun.

Lang getwijfeld over de noodsteun hebben de drie ministers niet. Het was nodig; de overheid gooide immers zelf delen van de economie op slot. Economen adviseerden het, omringende landen deden hetzelfde.

Ogenschijnlijk snel en voortvarend zijn alle steunmaatregelen tot stand gekomen. Maar achter de schermen – van het kabinet, van het parlement en van de ‘polder’ – vindt voortdurend intensief en bij vlagen verhit overleg plaats. Tussen de drie ministers zelf, tussen de ministers en de fractievoorzitters van de coalitiepartijen en met vakbonden en belangenbehartigers van bedrijven. Dat overleg staat onder leiding van wat premier Rutte inmiddels „de trojka” noemt: Hoekstra (44) van Financiën, Koolmees (43) van Sociale Zaken en Wiebes (57) van Economische Zaken – alias de drie W’s.

Drie karakters

Hoe opereren de drie architecten van het sociaal-economisch crisisbeleid?

Ze bellen elkaar bijna elke dag, appen doen ze nog meer. De naam van hun appgroep: it’s the economy, stupid. Wiebes noemt de andere twee licht spottend ‘mijn vrienden’. Ze hebben er alle drie ook plezier in. Natuurlijk, het is een zware tijd voor veel mensen en bedrijven, maar wat ze doen is nieuw en daarmee interessant.

Het zijn drie ministers met totaal verschillende karakters. Zo worden ze althans door betrokkenen getypeerd. Koolmees is de econoom, die de maatregelen technisch volledig doorgrondt en voortdurend bezig is met draagvlak zoeken, in de Kamer en in de polder – het superinhoudelijke oliemannetje. Wiebes is de creatieveling, de ingenieur die zelf een indeling schetst voor bioscoopzalen in de anderhalvemetereconomie. Hoekstra, jurist en voormalig consultant van McKinsey, is in deze crisis vooral de strenge schatkistbewaarder op de achtergrond. Van de drie wordt Hoekstra gezien als degene die het meest bezig is met zijn politieke profiel – vooral in de maanden dat hij nog kandidaat leek voor het CDA-lijsttrekkerschap. Koolmees en Wiebes vinden dat minder belangrijk, denken Kamerleden en andere betrokkenen.

Ondanks de uiteenlopende achtergronden verloopt de samenwerking tussen de drie opvallend soepel, klinkt het. Tweede Kamerlid Joost Sneller, financieel woordvoerder voor D66, ziet een „team of rivals ”. „Juist omdat ze het niet altijd honderd procent met elkaar eens zijn, komt er veel creativiteit vrij.”

De drie ministers zijn van verschillende politieke stromingen, maar vinden elkaar in hun blik op de economie in de huidige crisistijd. Ze zijn bereid de rol van de overheid flink te vergroten, omdat dat nu eenmaal moet. Met een duidelijk doel: economische schade beperken. Maar wel met het idee: burgers en bedrijven moeten zich aanpassen en op enig moment moet de staat zich weer deels terugtrekken.

Wouter Koolmees

Betaalbaar

Hans de Boer, tot Prinsjesdag voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, ziet een klassieke werkverdeling tussen de drie, die gangbaar is in het bedrijfsleven. „In een directie gaan twee directeuren over de inhoud, de marketing en de ontwikkeling van nieuwe ideeën. Daarachter zit de financiële man, de cfo. Die zegt: als het maar betaalbaar is. De architecten van het beleid en de onderhandelaars zijn Wiebes en Koolmees. Hoekstra is de cfo.”

Deze rolverdeling lijkt inderdaad gekozen. Het zijn Wiebes en Koolmees die de plannen voor de steunmaatregelen op hun departementen uitstippelen en bespreken met vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers.

Al voor de eerste persconferentie in maart stond De Boer met FNV-voorman Han Busker bij hen op de stoep. Ze wilden meedenken over de noodsteun. Sindsdien komen ze elke donderdag bijeen op het ministerie van Sociale Zaken: de voorzitters van de grote vakbonden en de twee grootste werkgeversorganisaties. Voor een crisisberaad dat nu al een halfjaar duurt.

Voor beide ministers klinken warme woorden bij de sociale partners. „Ze zijn uitermate toegankelijk”, zegt Piet Fortuin, voorzitter van vakbond CNV. „Ze zijn allebei heel slim”, zegt Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland. Om de sfeer verder te verbeteren, organiseerden Koolmees en Wiebes in juni een gezamenlijk heidagje in Kasteel Amerongen.

In de coronacrisis zijn vakbonden en bedrijvenclubs dicht tegen elkaar aan gekropen. Ze opereren als één blok. We verschillen van mening, maar houden elkaar vast, beloofden Busker en De Boer elkaar. Wat hielp: de jarenlange onderhandelingen over een nieuw pensioenstelsel waren vóór corona succesvol afgesloten met een akkoord. De Boer: „Die vele nachtelijke uren hebben de basis gelegd.”

„We herinneren ons allemaal de tijd dat iedereen riep: de polder is dood. Laten we het primaat verschuiven naar de politiek”, zegt CNV-voorzitter Fortuin. „Ik heb het gevoel dat dat sterk aan het veranderen is.” Dat komt ook omdat de politiek versplinterd is. Voor een meerderheid in het parlement zijn meer partijen nodig. Een eensgezinde polder heeft dan meer invloed, ziet Fortuin.

Koolmees en Wiebes werden de afgelopen maanden een hecht duo, zagen de sociale partners. Fortuin: „Ze vullen elkaar aan, er zit geen ruis op de lijn.” De Boer: „Wiebes is de meerwaarde van het polderoverleg gaan inzien. Hij is nu minder individualistisch in zijn optreden. Er lijkt een bondgenootschap ontstaan tussen Eric en Wouter om wat inhoudelijk met ons is afgesproken niet te laten verrommelen in het coalitieoverleg.”

Wopke Hoekstra

Aanvaringen

Eppo Bruins debatteert als Kamerlid van coalitiepartij ChristenUnie met alle drie de ministers. „Wouter is politiek buitengewoon bedreven in het creëren van meerderheden, met vijf à zes partijen in de Kamer, en dan ook nog al die partijen in de polder. Dat komt omdat hij een volledig gebrek aan ego heeft. Over het pensioenakkoord zei hij al een tijd geleden: al moet ik in een tutu op het Plein dansen, ik doe het als het nodig is. Zo’n gebrek aan ego is in politiek Den Haag erg bijzonder.”

Fortuin: „Koolmees is tijdens zijn ministerschap echt verschoten van kleur. Bij aanvang was hij veel meer de D66’er, die persoonlijke pensioenpotjes wilde bijvoorbeeld. Nu ziet hij meer de rafelranden van de arbeidsmarkt.”

Er waren ook aanvaringen. Zo waren de bonden in mei zeer verbolgen dat Koolmees op televisie zei dat in het tweede steunpakket de zogenoemde ‘ontslagboete’ zou worden geschrapt. Bedrijven die via de NOW-regeling loonsubsidie aanvragen, zouden voortaan zonder extra boete personeel kunnen laten gaan. Na een stevige aanvaring en een „mea culpa” van Koolmees was de kou snel uit de lucht, vertelt Fortuin. De ontslagboete werd in het tweede steunpakket grotendeels, maar niet helemaal, geschrapt.

Lees ook: Laat ze geen 20 miljard weggooien

Ook Wiebes maakte, helemaal aan het begin van de crisis, een faux pas die tot irritatie leidde. Half maart zei hij in een interview dat zzp’ers niet zonder meer extra bescherming van de overheid verdienen, omdat zij nu eenmaal voor het ondernemerschap hebben gekozen en daarmee „zelf bewust dat risico hebben genomen”. Rob Jetten, fractievoorzitter van D66, was verbaasd over de uitglijders, maar heeft het hun snel vergeven. „Ze waren op dat moment zó inhoudelijk met de crisis bezig, dat ze even vergaten dat ze live op tv waren. Ik zie het als goedbedoelde openhartigheid en neem het ze niet kwalijk.”

Boos kunnen Koolmees en Wiebes zelf ook worden, vertellen Fortuin en Vonhof. Fortuin: „Niet functioneel maar écht boos. Ik hou daar wel van. Dat betekent dat je maximaal betrokken bent bij wat je doet.” Vonhof: „Wouter kan heel mooi boos worden, die ontploft dan ongeveer, krijgt een mooie rooie kop. Bij Eric heb je niet altijd in de gaten dat hij echt boos is, dat hoor je later wel.”

Hoekstra wekte juist ergernis bij VNO-NCW door zijn harde opstelling in de EU ten aanzien van noodsteun voor de zwaar getroffen landen Italië en Spanje. De Boer: „Europa moet je niet in de waagschaal stellen door verhalen af te steken dat ze in Italië geld over balk smijten. Dit leek op populisme. Hij heeft me daarna gebeld en we hebben afgesproken er een hapje over te eten.”

De minister van Financiën schuift niet aan bij het polderoverleg. Maar, zegt Vonhof van MKB-Nederland, hij zweeft wel als een onzichtbare regisseur boven de onderhandelingstafel. „We zien hem nooit, maar hij is omnipresent. Bij een schorsing moet Hoekstra even gebeld worden.”

Bij het begin van de crisis leek Hoekstra zijn imago van strenge boekhouder snel van zich af te schudden. Hij sprak herhaaldelijk vergelijkbare woorden als Mario Draghi, de president van de Europese Centrale Bank tijdens de eurocrisis: dat de Nederlandse regering alles zou doen wat nodig is om de klappen van de coronacrisis op te vangen. „Onze zakken zijn echt heel diep en ik ben bereid om ze allemaal te legen.”

Bij de opstelling van de Voorjaarsnota, een tussenstand van de lopende rijksbegroting, schatte Hoekstra eind april het begrotingstekort voor dit jaar op ruim 90 miljard euro. Volgens critici was dat een waarschuwing aan zijn collega’s in het kabinet: we geven nu al zó veel uit aan de coronacrisis, ik heb echt geen ruimte meer voor andere beleidswensen. Volgens latere CPB-ramingen bleek Hoekstra met zijn taxatie nogal aan de hoge kant te zitten. Het begrotingstekort komt niet op 12 procent van het bruto binnenlands product uit, maar op iets meer dan 7 procent. Niet 92 miljard maar 55 miljard euro.

Een betrokkene bij de onderhandelingen over de steunpakketten zag daarin „een bewust trucje” van Hoekstra. „Eerst roepen dat geld geen probleem is, en dan binnen twee maanden zeggen dat het wel genoeg is zo.”

Eric Wiebes

Vrije denker

Wiebes wordt „echt een Willie Wortel” genoemd, en een totaal vrije denker. Hij leeft zich uit in zeer gedetailleerde tekentafelplannetjes zoals een indeling van bioscoopzaal in de anderhalvemetereconomie. Kamerlid Bruins: „Medio april, toen iedereen vooral bezorgd was over hoeveel IC-bedden er waren, durfde hij als eerste de vraag te stellen: hoe gaan we weer open? Hoe gaat de economie weer draaien? Dat was moedig.”

Lees ook: Groeifonds is nieuwe wijn in oude zakken. Maar hoe erg is dat?

Wiebes is ook eigenwijs. Hans de Boer: „Hij is ijdel op zijn intelligentie. Als je met een voorstel naar Eric gaat, dan gaat hij eerst kijken of hij het niet stukken beter kan bedenken. Maar dat is ook wel grappig en nuttig, zo wordt het beter.” Jetten zegt het zo: „Erics houding is: plannen not invented by me kúnnen geen goede plannen zijn.”

Koolmees is als enige zelf Kamerlid geweest, en dat ziet Henk Nijboer van de PvdA als voordeel. „Hij zoekt altijd het compromis en is bereid daarbij te bewegen.” Wiebes trouwens ook, zegt Nijboer, maar dat verschilt per onderwerp. „Op klimaat wil hij nog wel meedenken, maar in het gasdossier is hij voor de Groningers zo flexibel als een loden deur.” Over Hoekstra is het PvdA-Kamerlid het meest kritisch. „Hoekstra beweegt nergens op en zegt gewoon nee.”

Hoe groot de verschillen ook zijn, de samenwerking tussen de drie W’s lijkt goed. Al voeren twee van hen nog wel eens een competentiestrijd. Zo was er volgens betrokkenen kort voor de presentatie van het eerste en tweede steunpakket discussie tussen Wiebes en Hoekstra over wie bij de persconferentie als eerste het woord zou voeren. Het is het soort gekissebis dat Koolmees volgens velen gestolen kan worden. Jetten: „Wie er in het midden mag staan bij zo’n persconferentie, laat Wouter koud. Hij doet gewoon z’n werk.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Prinsjesdag 2020: begroting, steunpakket en groeifonds

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.