Brussel broedt op direct Europese belastingen innen

Europees geld De EU-ministers van Financiën vergaderen vrijdag en zaterdag in Berlijn over de financiering van het Europese herstelfonds. Krijgt Brussel straks meer mogelijkheden om zelf direct geld te innen?

Minister Wopke Hoekstra tijdens een videoconferentie met de EU-ministers van Financiën in april. In Berlijn komen de ministers weer fysiek bijeen.
Minister Wopke Hoekstra tijdens een videoconferentie met de EU-ministers van Financiën in april. In Berlijn komen de ministers weer fysiek bijeen. Foto Bart Maat/ANP

Het duurt nog minstens een jaar of acht, maar dan ploft de rekening voor het Europese herstelfonds ook in Den Haag op de mat. Met als extra kostenpost: 1 miljard euro per jaar.

Die schatting van de Nederlandse bijdrage van het ministerie van Financiën speelde deze week een prominente rol in het debat over het herstelfonds. Meer Europese schulden betekenen immers op termijn hogere bijdragen vanuit de hoofdsteden om die schuld af te betalen – ook voor Den Haag.

Tenzij Brussel anders aan geld zou komen om de schuld af te betalen, via nieuwe Europese ‘eigen middelen’. Met andere woorden: geld dat direct naar de Europese begroting vloeit, bijvoorbeeld uit Europese belastingen of heffingen.

Nieuw zijn dat soort Europese inkomsten niet: al decennia int Brussel invoerheffingen en btw. De laatste wijziging van het stelsel vond plaats in de jaren tachtig, en de discussie over uitbreiding ervan zit al ongeveer sindsdien vast. Maar nu de EU haar gezamenlijke schuld fors vergroot, groeit onder voorstanders de hoop dat er beweging in de zaak komt.

Deze vrijdag en zaterdag ontmoeten de Europese ministers van Financiën elkaar voor het eerst sinds het begin van de coronacrisis weer fysiek, tijdens een vergadering in Berlijn. En voor de informele discussie heeft Olaf Scholz, minister van Financiën van voorzitter Duitsland, het thema ‘eigen Europese middelen’ weer hoog op de agenda gezet.

Duurzame inkomsten

Volgens Scholz zijn er twee redenen om snel over het thema verder te praten. Allereerst het nieuwe herstelfonds. „We moeten dit gezamenlijk terugbetalen, en daarom moeten we nu ook nadenken over meer duurzame gemeenschappelijke inkomsten”, zei hij vorige week in het Europees Parlement. En daarnaast zijn er volgens hem grensoverschrijdende kwesties die vragen om gezamenlijke Europese heffingen.

Zulke kwesties zijn bijvoorbeeld klimaatverandering, waarvoor mogelijke uitbreiding van het emissiehandelsysteem naar lucht- en zeevaart op tafel ligt. Of een zogeheten koolstofgrensheffing, waarmee de import van vervuilende producten van buiten de EU extra wordt belast. Of een nieuwe Europese digitale belasting voor grote techbedrijven als Facebook en Amazon.

De Europese Commissie is traditioneel een vurig pleitbezorger van eigen inkomsten

Vooralsnog zijn lidstaten het alleen eens over één nieuw instrument: een heffing op niet-recyclebaar plastic die vanaf volgend jaar moet gaan gelden. Over andere nieuwe eigen middelen spraken lidstaten in juli alleen af dat ze mogelijk een bijdrage kunnen leveren, en dat erover wordt doorgepraat. Unanimiteit is vereist, wat snelle overeenstemming lastig maakt.

De Europese Commissie is traditioneel een vurig pleitbezorger van eigen inkomsten, deels omdat die de moeilijke zevenjaarlijkse discussie over de meerjarenbegroting minder beladen maken. Met meer eigen inkomsten hoeft de Commissie niet steeds met de pet langs alle hoofdsteden.

Pragmatisme Rutte

Veel lidstaten zijn minder enthousiast over dit plan, waaronder ook Nederland. Nieuwe Europese eigen middelen „passen niet bij een eenvoudige en transparante financiering van de begroting van de Europese Unie”, schreef minister Wopke Hoekstra (CDA) in juli aan de Kamer.

Maar Premier Rutte toonde zich in debat met de Kamer deze week pragmatischer. Als Nederland kan profiteren van nieuwe ‘eigen middelen’ omdat ze de Nederlandse EU-bijdrage verminderen, wil het kabinet er wel mee instemmen – maar ‘Europese belastingen’ blijven taboe.

Het onderscheid is soms moeilijk te maken, maar dit betekent bijvoorbeeld dat Nederland er wel mee akkoord zou zijn dat gebruik van niet-recyclebaar plastic een rol speelt bij zijn bijdrage aan de EU-begroting, maar weer niet zou accepteren dat Brussel zo’n belasting direct heft.

Scholz toonde zich vorige week „zelfverzekerd” dat hij de discussie over nieuwe Europese eigen middelen verder zou kunnen brengen. De Italiaanse oud-premier Mario Monti, die in 2017 onderzoek deed naar nieuwe Europese inkomsten, zei vorige maand tegen The Economist dat het onderwerp „nooit sexy was”, maar „nu begint het dat wel te worden”.

„Door het nieuwe herstelfonds is nu politiek het moment voor deze discussie gekomen”, zegt Clemens Fuest, het hoofd van het economische onderzoeksinstituut Ifo, die deze vrijdag de discussie voor de Europese ministers van financiën zal openen.

Economisch zijn de argumenten minder sterk, vindt Fuest. Hij wijst op de voordelen van de huidige financiering op basis van nationale bbp’s. „Dat is een eerlijke, duidelijke verdeling. De grootste kritiek luidt altijd dat hierdoor de kosten van de EU in het publieke debat een te grote rol spelen. Maar ik vind het juist heel goed als de kosten voortdurend, duidelijk in het oog worden gehouden!”

Toch ziet hij op beperkte terreinen voordelen van eigen Europese middelen. „We zijn het er algemeen over eens dat het niet eerlijk zou zijn als Nederland alle invoerheffingen die het in Rotterdam voor Europa int zelf zou mogen houden. Er zijn inkomsten die per definitie Europees zijn. Iets vergelijkbaars geldt voor klimaatpolitiek. We hebben gezamenlijke Europese doelen, en om ervoor te zorgen dat koolstofuitstoot gezamenlijk wordt afgebouwd, hebben we ook een gemeenschappelijk systeem voor emissieheffing nodig.”

Lees ook: Rutte krijgt gewenste steun voor Europees herstelfonds in Kamerdebat

Winnaars en verliezers

„Door de coronacrisis is meer geld nodig, waardoor het makkelijker wordt om naar nieuwe inkomstenbronnen te kijken”, zegt Miguel Maduro, hoogleraar Europees Recht en oud-minister van Portugal, die al jaren pleit voor meer Europese eigen middelen. „Maar mijn argument is eigenlijk een ander. De manier waarop de EU zichzelf financiert, misleidt burgers over de voordelen van de Unie. Het lijkt elke zeven jaar een zero sum game, tussen winnaars en verliezers. Terwijl de EU juist een rol kan spelen als het nationale overheden moeilijk lukt iets te belasten, bijvoorbeeld klimaatvervuiling of grensoverschrijdende economische activiteit.”

Sceptici verwachten hoe dan ook dat overeenstemming niet snel zal worden bereikt. Uitbreiding van het emissiehandelsysteem ETS lijkt op dit moment het meest waarschijnlijk – ook Nederland is vóór, hoewel vooral lidstaten in Oost-Europa zich verzetten. Andere voorstellen, zoals een koolstofgrensheffing of een digitaks, lijken veel minder levensvatbaar. Regeringen zijn bang dat eigen bedrijven concurrentienadeel ondervinden, of de eigen schatkist geld misloopt.

Toch toont Scholz zich vooralsnog optimistisch over vooruitgang bij beide voorstellen. Over de digitaks lopen de onderhandelingen in OESO-verband uiterst stroef, waardoor de roep aanzwelt dit zelf in Europees verband te regelen. Econoom Fuest ziet daarbij grote risico’s. „De regels zijn internationaal zo dat men de belasting niet betaalt waar men een dienst verkoopt, maar daar waar men produceert. Dat is voor deze techbedrijven in de VS. Natuurlijk kunnen wij die regels veranderen, maar dan kunnen andere landen dat ook doen voor onze Europese auto’s. Over zoiets kan je alleen mondiaal afspraken maken.”