Opinie

Bevalling

Mirjam de Winter

De verkeersexperimenten van mobiliteitswethouder Bokhove hebben me afgelopen zomer aardig wat slapeloze nachten bezorgd. Niet omdat ik dagelijks in de file sta of tegenstander ben van het experiment, integendeel. Ik vind het juist een uitstekend idee om auto’s minder ruimte te geven in de stad. Een noodzakelijke ingreep bovendien, om de (binnen)stad leefbaar te houden en meer ruimte te geven aan fietsers en voetgangers. Dat levert even wat ergernis en ellende op (extra oponthoud, uitlaatgassen), maar als je automobilisten maar lang genoeg blijft ontmoedigen, kiezen ze uiteindelijk eieren voor hun geld. Althans, dat hoop ik, en hoopt ook de wethouder die de proef in oktober gaat evalueren.

Zelfs ik als verstokte automobilist pak sinds de start van het experiment in juni noodgedwongen steeds vaker de fiets of de metro om vanuit Blijdorp zo snel mogelijk in het centrum te komen, al is het soms met tegenzin. En wanneer ik naar mijn ouders in de Hoeksche Waard ga, rij ik niet langer via de Maastunnel maar neem ik de ring. Het is even wennen, maar het is allemaal voor de goede zaak nietwaar?

Toch lag ik vorige maand urenlang wakker van al die wegafsluitingen. Ik had namelijk de eervolle taak om mijn zwangere schoondochter met mijn auto vanuit Schiebroek in het Geboortecentrum Sophia te krijgen, waar ze graag wilde bevallen van ons tweede kleinkind. In het Sophia krijg je lachgas toegediend (als pijnstiller) en dat leek mijn schoondochter wel wat. Ik had haar nog gewaarschuwd voor alle verkeersopstoppingen op de route en geadviseerd om een ziekenhuis in de buurt uit te kiezen, maar ze sloeg mijn advies natuurlijk in de wind. Het zat me niet lekker, want wat als we het geboortecentrum niet zouden halen en de baby in de auto ter wereld zou komen? Bij een tweede kind kan het ineens snel gaan, waarschuwde ik nog.

Alle mogelijke routes heb ik ver van tevoren uitgetest. Via het opgebroken Hofplein en de versmalde Coolsingel was geen optie. Ook via het Weena en de drukke Westersingel duurde het veel te lang. De route via de deels afgesloten ’s-Gravendijkwal leek uiteindelijk de beste, omdat ik daar desnoods over de ambulancebaan zou kunnen rijden. Op internet zocht ik op hoe te handelen bij een auto-bevalling. Zodra het hoofdhaar van de baby tevoorschijn zou komen, moest ik mijn Opeltje aan de kant zetten om vervolgens 112 te bellen. De bevalling zou verder vanzelf gaan, zo werd beloofd. Ook de navelstreng zou ik niet zelf hoeven doorsnijden of -bijten, die mocht blijven zitten tot de hulpdiensten zouden arriveren.

Bijna twee weken na de uitgerekende datum kwam dan eindelijk dat telefoontje: de weeën waren begonnen en meteen heftig ook. Met kloppend hart sjeesde ik richting mijn schoondochter die mij al zat op te wachten op de stoeprand voor haar huis; puffend, kreunend en in zichzelf gekeerd. Het Sophia gingen we zo nooit halen, wist ik. De verloskundige dacht er hetzelfde over en stuurde ons met spoed naar het Franciscus Gasthuis om de hoek, waar de baby al na drie persweeën (en zonder lachgas) geboren werd. Hij heet Willem en is kerngezond. En nu maar hopen dat hij mag opgroeien in een schone, autoluwe en veilige stad. Lange leve Willem én het Rotterdams verkeersexperiment!

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.