Recensie

Recensie Boeken

De wonderlijke kracht van Thomas Heerma van Voss (●●●●)

Het is een wonderlijke kracht van Thomas Heerma van Voss (1990): schrijven over troosteloosheid op een manier die vrolijk maakt. In Verdwenen boeken bezoekt hij een Brits kustplaatsje, terwijl thuis zijn ex-geliefde haar spullen uit hun appartement ruimt.
Een passagier aan boord van een schip van Stena Lines tijdens de overtocht tussen Hoek van Holland en Harwich.
Een passagier aan boord van een schip van Stena Lines tijdens de overtocht tussen Hoek van Holland en Harwich. Merlin Daleman

De troosteloosheid walmt je tegemoet, als Thomas Heerma van Voss in Verdwenen boeken aan boord is gegaan van de bijna lege Stena Line naar Engeland. Op het sjofele schip treft hij ‘rijen lege, onverplaatsbare kuipstoelen. Televisieschermen die eindeloze herhalingen van voetbalwedstrijden vertonen. Een bioscoop met een maanden oude film. Een speelhoek voor jonge kinderen die niet aan boord zijn.’ Enzovoorts. Of nog eentje dan: ‘Naast een goktafel liggen twee mannen te slapen, ook al is het twee uur ’s middags.’

Het heeft iets raadselachtigs dat die sfeerbeelden je eerder vrolijk en gulzig maken naar meer, dan dat het afstompt. Het is een wonderlijke kracht van Thomas Heerma van Voss (1990), wiens roman Condities eerder dit jaar om een verwante reden intrigeerde: was die tragisch bedoeld of toch vooral komisch? Zijn kraakheldere stijl kent nauwelijks overdrijving, de feiten die hij vermeldt zijn van zichzelf al net zo tragisch als komisch. Ze maken evenzeer leedvermaak als empathie in je los.

De feiten in Verdwenen boeken volgen op die in Onzichtbare boeken (2014). In dat eerdere, al even kleine lustrumboekje deed Heerma van Voss kond van de geschiedenis van het immer zieltogende, maar toch vijf jaar oude uitgeverijtje Babel & Voss, waarvoor hij sinds de oprichting onbezoldigd redacteur was. Ik laat wat deadpan citaten daaruit voor zichzelf spreken: ‘Ik dacht: investeren, dat klinkt goed, dat wil ik weleens proberen.’ ‘Als wij gingen vergaderen, werden we bij binnenkomst aangestaard door tientallen lege, vermoeide ogen.’ ‘Tussen de ingezonden manuscripten zat weliswaar niets bruikbaars, maar om ons heen waren er genoeg ideeën. Zeker Reinjan droeg steeds nieuwe plannen aan.’

Vakantiehotel

Ondanks opperoptimist Reinjan Mulder (ook ooit NRC-criticus) werd het nooit wat. Weinig aandacht, geen verkoopsucces, nauwelijks inkoop door boekhandels. Verdwenen boeken moet tegelijk het tweede lustrum – helaas niet tien maar elf jaar na de oprichting – én de opheffing van de uitgeverij vieren.

Om iets te vertellen te hebben bezoekt Heerma van Voss het kustplaatsje Dovercourt, terwijl thuis zijn ex-geliefde haar spullen uit hun appartement ruimt. Daar ontstond de band tussen Thomas en Reinjan, met wiens zoon hij bevriend was. Wat zégt dat, wat betékent Dovercourt? Heerma van Voss gaat daar expliciet naar op zoek – hij weet wel dat rondsjokken geen garantie biedt voor een interessant verhaal, maar hij heeft zich erin laten kletsen en doet het nu toch maar. Zo ís hij, kenschetst hij zich in een van de grappigste passages uit het boekje: ‘De voetballer die nooit verder komt dan doelpuntloze gelijke spelen, in zekere zin ben ik hem altijd gebleven. […] De vriend die zich zonder te vloeken of tegen te stribbelen terugtrekt als zijn geliefde haar sporen uit zijn leven wist’.

Alles aan het relaas ademt de gedoemde sneuheid van de underdog, van protagonist tot uitgeverij tot het oude vakantiehotel, dat inmiddels afgebroken wordt – al wat zieltoogde wordt nu gesloopt. Maar Heerma van Voss maakte van die onooglijkheid iets puntgaafs. Zijn tekst is droog genoeg om nét niet larmoyant te worden en wél grappig. Het enige dat nog mis kan gaan is dat geen hond dit boekje leest, bijvoorbeeld omdat geen boekwinkel het heeft ingekocht.

Aanvulling (11 september 2020): Naar na publicatie van dit stuk is gebleken, heeft menig boekhandel exemplaren van ‘Verdwenen boeken’ ingekocht.