‘Advocaat kijkt nu constant over de schouder’

Marengoproces In de jacht op Ridouan Taghi volgde het OM twee advocaten naar Dubai. De rechtbank moet beslissen of dit is toegestaan.

Verhoren in de Marengozaak, die draait rondom crimineel Ridouan Taghi. Het OM volgde twee advocaten die een ontmoeting met Taghi in Dubai zouden hebben. Foto Sem van der Wal / EPA
Verhoren in de Marengozaak, die draait rondom crimineel Ridouan Taghi. Het OM volgde twee advocaten die een ontmoeting met Taghi in Dubai zouden hebben.

Foto Sem van der Wal / EPA

Mag het Openbaar Ministerie advocaten nu wel of niet observeren? Deze vraag is onderwerp van verhit debat, nadat journalisten van het AD enkele weken geleden onthulden dat advocaten Nico Meijering en Leon van Kleef in de zomer van 2019 op verzoek van het OM zijn gevolgd in Dubai. Dat gebeurde na een tip dat ze daar mogelijk een afspraak zouden hebben met Ridouan Taghi, op dat moment voortvluchtig.

In de visie van het OM was het belang van de aanhouding van Taghi zo groot – hij werd verdacht van een serie liquidaties en volgens het OM waren er aanwijzingen dat hij nog meer moorden zou willen plegen – dat de uitzonderlijke beslissing om de twee advocaten te volgen gerechtvaardigd was. Het feit dat de twee niet bekend waren als advocaat van Taghi sterkt het OM in die overtuiging.

Storm van kritiek

Dit standpunt leidde tot een storm van kritiek – binnen de zaal van de Marengorechtbank die de zaak tegen Ridouan Taghi en zijn medeverdachten behandelt, maar ook daarbuiten. Zo heeft een groep advocaten die gespecialiseerd is in strafzaken die bij de Hoge Raad belanden, bepleit dat de procureur-generaal bij de Hoge Raad een onderzoek start naar de inzet van dit opsporingsmiddel. De procureur-generaal heeft de bevoegdheid om zelfstandig onderzoek te doen en mag „ongevraagd rechtsgeleerde adviezen” geven aan de minister van Justitie.

Lees ook: Advocaten willen alles weten over hun observatie in Dubai

Volgens Jacqueline Kuijper, namens de vereniging van cassatie-advocaten Vcas auteur van de brief, gaat het hier om een kwestie van algemeen maatschappelijk belang dat veel groter is dan de Marengozaak. „Omdat het OM vindt dat in alle omstandigheden de mogelijkheid bestaat een advocaat te volgen, kan dus iedere advocaat dus worden geobserveerd in de zoektocht naar een prominente verdachte. Het is een inperking van het recht dat iedere Nederlander heeft op vrij contact en overleg met een advocaat.”

Geen onderzoek

Maar het standpunt van het OM treft volgens Kuijper ook andere geheimhouders, die geen informatie over hun klanten of bronnen mogen verstrekken aan derden en daarom verschoningsrecht hebben, zoals artsen en journalisten. „Op basis van het standpunt van het OM kunnen ook zij worden geobserveerd als het belang van aanhouding van een verdachte maar groot genoeg is. Het bestuur van de Vcas vindt dat onaanvaardbaar.”

In reactie op het verzoek van Kuijper heeft de procureur-generaal deze week laten weten geen onafhankelijk onderzoek in te stellen, omdat de kwestie onderdeel is van een lopende rechtszaak. Het is een echo van de woorden van minister Ferd Grapperhaus (Justitie, CDA), die vindt dat de rechtbank moet oordelen over deze uitzonderlijke opsporingsactie. Het is dus aan de rechters om een oordeel te vellen over deze gevoelige materie.

Telefoongesprekken

Vorige week, tijdens de laatste zitting in de Marengozaak, heeft het OM de rechtbank gewezen op een arrest van de Hoge Raad uit 2011. Hierin gaat het om de vraag of de verkeersgegevens van telefoongesprekken tussen een verdachte en een advocaat mogen bewaard en aan het strafdossier worden toegevoegd. Volgens de Hoge Raad mag dat omdat gegevens over telefoongesprekken – wie belt met wie, hoe laat en met welk nummer – geen inzicht verschaffen in de inhoud van het gesprek tussen verdachte en geheimhouder. Het arrest verwijst naar kamerstukken waarin naar voren komt dat bij de bevoegdheid tot het opvragen van dergelijke verkeersgegevens of bij „stelselmatige observatie” van een verdachte niet is voorzien in „bijzondere bevoegdheden voor geheimhouders”. Ergo, aldus het OM: je mag advocaten observeren, zij het onder uitzonderlijke omstandigheden. Bovendien staat volgens het OM nergens in de wet dat het verboden is.

Die redenering wordt van tafel geveegd door advocaat Rob Baumgardt, die de bovengenoemde zaak namens de verdediging heeft bepleit bij de Hoge Raad. „Nog even los van het feit dat het recht zich de afgelopen jaren op dit punt heeft ontwikkeld, miskent het OM in zijn redenering een heel belangrijk juridisch uitgangspunt in deze zaak”, stelt Baumgardt, die net als Kuijper bestuurslid is van de Vcas.

Volgens Baumgardt en Kuijper gaat het in de zaak van de gegevens over telefoonverkeer tussen advocaten en verdachten om bijvangst. Als de telefoon van een verdachte wordt afgeluisterd of een verdachte wordt geobserveerd, kan het gebeuren dat een verdachte belt met zijn advocaat of er langs gaat. Dat contact vastleggen is niet onrechtmatig, stelt de Hoge Raad, zolang er geen kennis wordt genomen van de inhoud van het gesprek tussen verdachte en advocaat.

Maar op het moment dat het OM doelbewust een advocaat gaat observeren is er geen sprake meer van bijvangst, stelt Baumgardt: dan richt het opsporingsmiddel zich op de advocaat. En daar gaat het arrest van de Hoge Raad niet over. Baumgardt: „Het verschoningsrecht van geheimhouders zoals advocaten, priesters, artsen en journalisten is dermate van belang dat voorkomen moet worden dat degene die een geheimhouder wil raadplegen daarvan wordt weerhouden.”

Lees ook: 'Verharding in criminele milieu verplaatst zich naar rechtszaal'

Sven Brinkhoff, hoogleraar strafrecht aan de Open Universiteit, onderschrijft de opvatting van Baumgardt. „Het risico bestaat dat in de toekomst dit soort methoden vaker tegen niet-verdachte advocaten worden ingezet. Dat is onwenselijk gezien de bijzondere rol van de advocaat in het strafproces.”

De toezegging van het OM vorige week om na de onthulling van het AD alsnog proces-verbaal op te maken van de observatie-actie, maakt op Brinkhoff weinig indruk. „Het past een magistratelijk Openbaar Ministerie om, als dan de keuze is gemaakt deze opsporingsbevoegdheden tegen advocaten in te zetten, daarover op eigen initiatief naar buiten te treden.”

Serieuze vertrouwenscrisis dreigt

Nu dat niet is gebeurd, vinden advocaten in de Marengozaak dat het OM zijn kans heeft gehad. Ze willen dat de rechtbank zelf op een openbare zitting onderzoek gaat doen en hebben daarom verzocht om een aantal getuigen te horen, onder wie de hoofdofficier die verantwoordelijk is voor de observatie. Of dat gebeurt, is aan de rechtbank, die ergens de komende weken schriftelijk bekendmaakt of, en zo ja welke, onderzoekswensen van de verdediging in de Marengozaak worden ingewilligd.

Lees ook: Hoe een telefoon-hack narcostaat Nederland feilloos blootlegt

Afwijzing van alle verzoeken zal leiden tot een serieuze vertrouwenscrisis tussen de rechtbank en de betrokken advocaten. Cassatie-advocaat Kuijper meent bovendien dat verder moet worden gekeken dan de Marengo-zaak. „Het is belangrijk dat snel duidelijk wordt of in andere zaken ook sprake is geweest van observatie van advocaten en of daarbij de wet en mensenrechtenverdragen in acht zijn genomen. Tot die tijd zullen advocaten en andere geheimhouders over hun schouder moeten kijken.”

Correctie (11-9-2020): In een eerdere versie stond dat de procureur-generaal ongevraagd advies mag geven aan de Hoge Raad. Dat moet zijn de minister van Justitie. Dat is hier aangepast.