Economen waarschuwen: door staatssteun kunnen ‘besmettelijke’ zombiebedrijven ontstaan

Drie vragen over zombiebedrijven Economen en bankiers waarschuwen: pas op dat er door alle staatssteun geen nieuwe zombiebedrijven ontstaan. Wie zich niet aan kan passen, moet omvallen. „We zullen met de nieuwe wereld verder moeten.”

Beeld Getty Images, bewerking NRC
Beeld Getty Images, bewerking NRC

In de wereld van series, videoclips, games en films is de boodschap simpel: zombies zijn nooit goed nieuws. De levende doden zijn gevaarlijk voor hun omgeving, en moeilijk om uit te roeien.

Vorige week waarschuwde de hoogste baas van Deutsche Bank, Christian Sewing, voor het ontstaan van zombies in het bedrijfsleven, als gevolg van de ruime staatssteun voor bedrijven om te kunnen overleven in coronatijd. Ook het Centraal Planbureau waarschuwde ervoor dat door de „genereuze kredieten en steunbeleid” zombiebedrijven kunnen ontstaan. Maar wat zijn dat eigenlijk? En wat moet de staat doen om ‘zombificatie’ te voorkomen? Drie vragen over dit fenomeen.

1 Wat is een zombiebedrijf?

Een zombiebedrijf is kort gezegd een slecht draaiend bedrijf dat over een langere periode te weinig winst maakt om zijn kosten te dekken, maar toch blijft bestaan. Bestaande maar ten dode opgeschreven bedrijven dus. Gezien de populariteit van zombies in de populaire cultuur is het geen wonder dat deze term in 2006 in een Japanse wetenschappelijke paper werd gekozen om het fenomeen voor het bredere publiek bekend te maken. In NRC verscheen de term voor het eerst in 2007. Vooral na de kredietcrisis is de term ingeburgerd geraakt.

Het probleem van zombies volgens economen: ze zijn besmettelijk

Het probleem van zombiebedrijven is volgens economen dat zij besmettelijk zijn: ze belemmeren de economie, omdat zij productiviteit afremmen. Volgens de Bank of International Settlements (BIS, de centrale bank van de centrale banken) zou groei van het aandeel zombiebedrijven met 1 procent tot een 0,3 procentpunt lagere groei van het bruto binnenlands product leiden.

Het remmende effect komt door de slechte financiële situatie van deze bedrijven, waardoor ze ook geen middelen hebben om te investeren in innovaties, in personeel of in nieuwe markten. Tegelijkertijd houden deze bedrijven wel kapitaal vast dat niet in nieuwe bedrijvigheid kan worden gestoken.

„Zombificatie is een zelfversterkend effect”, zegt hoogleraar financiële markten Arnoud Boot (Universiteit van Amsterdam) aan de telefoon. Als er weinig nieuwe bedrijven ontstaan die marktaandeel afsnoepen van de concurrenten en het beste personeel inpikken, is de druk op oude bedrijven om te vernieuwen ook weer minder. Boot: „Het nieuwe hou je tegen, het oude hou je in leven.”

Volgens recent onderzoek van de BIS is het aandeel bedrijven dat langere tijd te weinig verdient om de eigen kosten te dekken in ontwikkelde economieën toegenomen: van 4 procent aan het eind van de jaren tachtig, tot 15 procent in 2017. De onderzoekers zagen over deze periode vooral zombiebedrijven in de olie- en grondstoffensector, maar ook in de luchtvaart, agrarische sector en recreatie.

In de coronacrisis gaat het vooral om het gevaar dat er nieuwe zombiebedrijven ontstaan – de crisis is te kort om al van nieuwe zombies te spreken. Het Centraal Planbureau zette op een rij welke sectoren het meest gevaar lopen op ernstige financiële problemen: cultuur, sport en recreatie, horeca en marketing en reclame.

2 Hoe ontstaan zombiebedrijven?

Voor het ontstaan van zombiebedrijven worden veel verschillende oorzaken aangewezen. Zo wordt gewezen naar banken – en dan vooral die zelf ook zwak zijn. De Europese Centrale Bank zag dat effect bijvoorbeeld na de eurocisis, vooral in economisch zwakker presterende landen. „Gestresste banken in dat soort landen lijken meer geneigd om risicovolle leningen te geven aan bedrijven die al in de stress zitten, mogelijk gokkend op wederopstanding”, aldus de onderzoekers.

Banken zijn na de kredietcrisis wel gedwongen om meer kapitaal opzij te zetten. Volgens het Centraal Planbureau heeft dat er in Nederland voor gezorgd dat de banken zonder aanvullende maatregelen van overheden zes maanden economische crisis kunnen overleven. Ook is preciezer opgeschreven wanneer banken geld voor slechte leningen opzij moeten zetten. In de afgelopen maanden waren dat miljarden.

Boot vindt dat echter nog niet genoeg: „Het Europese bankwezen is niet genoeg versterkt na de kredietcrisis – dat kan je ook aan de lage beurskoersen zien. Eigenlijk zijn ze zelf in zombiestaat. Dan kan je niet verwachten dat ze hard genoeg optreden tegen de slecht presterende bedrijven. Want dit harde optreden zou banken dwingen om verliezen te nemen op leningen aan die bedrijven, waardoor zichtbaar zou worden dat ze er slecht voorstaan.”

Economen wijzen ook al jaren naar de overvloed aan geld, door de aanhoudende lage rentes en aanhoudende kapitaalsteun van de centrale banken sinds de kredietcrisis. Lage leenkosten en het aanbod aan kapitaal zorgen ervoor dat de ongezondere bedrijven toch in staat zijn om nieuwe financieringen aan te trekken. Dit verband verklaart mede waarom de productiviteit in veel volwassen economieën de laatste jaren zo is tegengevallen, schreef de BIS een paar jaar geleden al. Het uiteindelijke doel van de centrale banken van al dat geld – hogere inflatie – komt hiermee bovendien ook niet dichterbij.

Nog een bron van zombificatie van bedrijven is de faillissementswetgeving in veel landen, waardoor het uitschakelen van de ‘zombie’ niet altijd even effectief gaat. Als die wetgeving herstructurering van bedrijven bemoeilijkt of weinig kans geeft op het succesvol terughalen van gelden, zijn er weinig drijfveren voor de kredietgevers zoals banken om een faillissement aan te vragen. Aan het begin van de coronacrisis pleitten experts in Nederland er dan ook niet voor niets voor om een al eerder ontworpen nieuwe faillissementswet, die precies dit moet verbeteren, zo snel mogelijk in te voeren.

En tot slot is daar staatssteun. Om werkloosheid te voorkomen of werkgelegenheid te creëren, of om essentiële activiteiten op te bouwen of te behouden voor een land of regio, kiezen overheden er soms voor om – structureel en in de vorm van noodsteun – ook niet-winstgevende bedrijven te ondersteunen. Dat kan een prima te verdedigen beslissing zijn, maar het gevaar is volgens economen dat stilstand wordt gesubsidieerd.

De vrees is dat door de huidige ruime noodsteun aan bedrijven, zoals de NOW-loonkostensubsidies en garantstellingen, meer zombiebedrijven ontstaan, wat het zo gewilde economisch herstel in de weg gaat zitten.

Daarvoor waarschuwde Deutsche-baas Sewing ook: in Duitsland zou een op de zes bedrijven door alle steun mogelijk in zombiestatus kunnen vervallen. „Dit zou dramatisch zijn, in een tijd waarin Covid-19 juist een aantal trends, zoals digitalisering en vergroening, versterkt en de economie juist de ruimte moet hebben om zich daaraan aan te passen.”

3 Was de staatssteun dan slecht?

Nee. Of je nu bedrijven, banken, kredietverzekeraars of economen spreekt: de algehele conclusie is dat de ruime, algemene steun in de meeste Europese landen de afgelopen maanden heel goed heeft gewerkt. Gezonde bedrijven, die als er een vaccin is weer normaal kunnen gaan draaien, zijn hiermee van omvallen gered.

Maar nu de eerste fase voorbij is, moeten overheden niet dezelfde maatregelen door rollen, stellen economen. „De steun was zeer verstandig, toen er in de eerste maanden van de coronacrisis algemene stress was”, zegt Casper de Vries, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, en net als Boot lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). „Maar nu zien we dat de stress vooral hoog blijft in een aantal sectoren. Dan is de kans groot dat als overheden die sectoren blijven ondersteunen, de bedrijvigheid van weleer nooit meer terugkomt.”

Volgens De Vries moeten overheden zich nu afvragen, per sector of misschien wel per bedrijf, of ondersteuning op de huidige manier wel verstandig is. Hij wijst erop dat in Nederland in het derde pakket de steun ook al wordt afgebouwd. „Een bedrijf dat voor de coronacrisis gezond was, hoeft dat nu niet meer te zijn. Je zou op een gegeven moment hoogstens nog steun moeten geven voor omscholing. Generieke steun zonder clausules, zoals in het begin van de crisis, is nu niet meer slim. De economie moet worden omgevormd.”

In steunpakketten moeten volgens Boot nu voldoende prikkels komen om bedrijven zich te laten aanpassen. „Bedrijven moeten het voelen als ze zich niet aanpassen aan de nieuwe realiteit. Dat is heel pijnlijk, maar niemand ontkomt eraan.”

Volgens de UvA-hoogleraar kan de overheid wel bijdragen door de scherpe randjes eraf te halen, als bedrijven kiezen voor herstructurering zodat ze niet in zombiestatus vervallen. „Dus steun als staat bedrijven en werknemers, zodat ze de gelegenheid krijgen zich aan te passen. We zullen met de nieuwe wereld verder moeten.”

Lees ook: De loonsubsidie gaat langzaam verdwijnen, om ‘zombiebedrijven’ te voorkomen