Foto Merlijn Doomernik

Interview

Wine Dierickx: ‘Ik ben blij dat ik zoveel kwijt kan in theater’

Wine Dierickx Actrice Wine Dierickx speelt graag met veel emotie. „Het is vervelend als een regisseur zegt: doe maar wat kleiner.” Ze is te zien in ‘Work Harder’, de nieuwe voorstelling van haar collectief Wunderbaum en in de film ‘Kom hier dat ik u kus’.

‘Samen om iets lachen of samen stil zijn – dat kan magisch zijn.” Actrice Wine Dierickx zegt het vol overtuiging als haar wordt gevraagd naar het belang van bijeenzijn in het theater. „Misschien is theater relevanter dan ooit omdat we fysiek kunnen samenkomen. Dat is steeds minder voor de hand liggend.” Jammer is het wel, van die anderhalve meter en de vele lege plekken in de zaal. „Dan mis je toch die opeengepakte lijven die meekijken. Normaal gesproken vormen publiek en acteurs als het ware één groot lichaam.”

In Work Harder, de nieuwe voorstelling van Wunderbaum, het collectief waar Dierickx onderdeel van is, klinkt de vraag naar de relevantie van theater. „De voorstelling gaat over presteren, over de druk die je jezelf oplegt. We schetsen het innerlijk van de werkende mens, zijn angsten en twijfels, waarbij we vertrekken vanuit ons werk van acteurs. Wat betekent acteren voor ons?”

Wunderbaum, dat opereert onder de vleugels van Theater Rotterdam, werd bijna twintig jaar geleden opgericht, onder de naam Jonghollandia. Het vijftal (met ook Maartje Remmers, Marleen Scholten, Matijs Jansen en Walter Bart) groeide uit tot één van de meest eigenzinnige theatergroepen van het land. Sinds 2018 is de groep artistiek leider van Theaterhaus Jena.

In 2016 speelde Wine Dierickx de solo Helpdesk, waarvoor ze zeer verdiend de hoogste acteeronderscheiding kreeg, de Theo d’Or. Ze speelt een fantastische rol als telefonische hulpverlener, een vrouw die tegelijk klusjesvrouw, therapeute, vriendin, klankbord en uitlaatklep is. Onder haar ongenaakbare, professionele buitenkant smeult een melancholiek en autonoom gevoelsleven, dat langzaam door haar pantser drupt. Die dubbelzinnigheid typeert deze grootse actrice. Ze is intens en komisch, maar houdt altijd iets ondefinieerbaars.

‘Ik wil het gevoel houden dat ik het publiek elke avond moet veroveren’

De Theo d’Or was de tweede toneelprijs voor Dierickx, want in 2009 ontving ze al de Colombina (beste vrouwelijke bijrol) voor haar spel in Tien Geboden van NT Gent.

Deze week gaat Work Harder in première, en Dierickx is vanaf eind september ook te bewonderen als de stiefmoeder in de verfilming van de roman Kom hier dat ik u kus van Griet op de Beeck, door regisseurs Sabine Lubbe Bakker en Niels Van Koevorden. De film gaat op het Nederlands Filmfestival in première.

Huisje in bos

De sluiting van de theaters ervoer ze als een schok, zegt Dierickx, bij een gesprek in Theater Rotterdam (de schouwburg). „We hebben al snel besloten om naar een huisje in een bos te gaan met onze kinderen en dat was fantastisch. Alles kwam tot stilstand, want er moest niks. Ik had tijd om na te denken.”

Haar partner, Ward Weemhoff van collectief De Warme Winkel, is ook acteur. „Ik merkte hoe hard we eigenlijk werken, Ward en ik, altijd in een hoge versnelling. Mijn lijf kwam in een andere modus. Ik gedij als er niks gebeurt. Als puber was ik een enorm verlangende dromer. Dat gevoel kwam terug, met het idee dat het leven groter is dan het leven dat ik heb.”

Dat gevoel sloot mooi aan bij het concept van de voorstelling over de waarde van werk, waar ze daarna aan begon. Waar ze graag aan wilde beginnen, zegt ze. „Op een gegeven moment begon ik weer te verlangen naar die adrenaline.”

Dat verlangen proefde ze voor het eerst op de Academie voor Woord, Muziek en Dans in Sint-Niklaas, de stad in Oost-Vlaanderen waar ze opgroeide. „Juf Anita Daldini was de eerste die iets in mij losmaakte en die mij aan het spelen kreeg. Ik was een verlegen kind. Niet thuis, bij mijn ouders, broer en zus, maar wel buitenshuis. Bij het toneelspelen kwam ik in een andere zone terecht. Ik verloor het besef van wat er om mij heen gebeurde en daar genoot ik van. Ik weet nog dat de juf zei: ‘Huil maar als een kalf.’ Dus niet gewoon snikken, maar dierlijk en diep. Ik moest over een grens gaan en dat deed ik ook.”

Lees ook dit profiel over Dierickx uit 2016:Achter de koude uitstraling smeult een diep gevoelsleven

Dat grenzeloze en onverschrokkene is een bepalende factor in haar spel gebleven. Dankzij haar frêle verschijning trekt ze extra de aandacht als ze zich fysiek uitbundig uit. Zoals bij een repetitie, later die dag, wanneer ze met collega Matijs Jansen een ruzie oefent. Dierickx stampvoet als een klein kind, uitgebreid en lang, met komisch effect, gaat dan op de grond liggen met haar armen over haar hoofd, om vanuit die positie opnieuw te gaan stampvoeten.

Wiebelen

Al op de lagere school bedacht ze dat ze van toneelspelen haar beroep kon maken. „Ik dacht: ik heb wel iets te bieden.” Ze had er plezier in. „Dan deden we Oliver Twist, waarbij ik zijn vriendin was. Dat oefende ik voor de spiegel, waarbij ik echt huilde. Mij door die emoties mee laten voeren, was een heerlijke belevenis.”

Dat betekent niet dat ze al dacht aan geld verdienen. Ze blaast en sputtert bij de suggestie. „Nee, nee, nee. Daar heb ik pas heel laat over nagedacht. Dat zit totaal niet in mijn opvoeding, dat je dingen zou doen voor het geld. Volg je hart, brachten mijn ouders mij bij.”

Haar ouders zijn psychologen en runden een dagcentrum voor kinderen met een mentale of fysieke beperking. „Ze hadden een centrum opgericht, een collectief, want ze wilden het anders doen, beter, dan de reguliere zorg. Na school gingen wij naar het centrum en dan zaten wij tussen de kinderen die werden opgevangen. Met die kinderen hadden we ook een hechte band. Het is wel grappig dat zij ook een collectief hadden, net als ik nu.”

Na de middelbare school volgde de Toneelschool Maastricht. Wat leerde ze daar? „Alert zijn op het publiek en contact maken met de kijker. En stilstaan. Volgens één van de docenten stond ik altijd te wiebelen.”

Manifest

Toen het Vlaamse collectief De Roovers op school spelen kwam spelen, ging ze nadenken over de mogelijkheid van een collectief. „Dat behoorde opeens tot de opties, de mogelijkheid dat je zelf theater maakt, zonder regisseur.” De klasgenoten hadden de wens samen door te gaan en zo ontstond Wunderbaum. „We hadden een manifest opgesteld met wat er moest veranderen: niet in de theaters maar altijd op locatie spelen, geen bestaande teksten, alles zelf doen, ook alle techniek, en spelen voor publiek dat normaal niet naar theater gaat. We zetten ons af tegen het belegen theater in de zaal, waar iedereen in zijn pluchen zetel zit.”

Lang hielden ze zich aan deze regels. „Onze eerste tour was door Brabant, naar buurthuizen in Oss, Uden, Bladel. Inmiddels vinden we het ook fijn om voor de elite te spelen. Maar dat is wezenlijk ander publiek. In Pendrecht speelde we de voorstelling Natives, op locatie, in een sloopflat. Jan, Henny en Frenkie, die vlakbij woonden kwamen in hun tuinstoelen naar de repetities kijken en met hen bouwden we een band op. In de tweede versie van Natives, voor in de zaal, speelden we hoe Jan, Henny en Frenkie naar ons keken en wat ze vertelden over hun sores, want ze leefden van de bijstand. Er kwam enorm veel los.” Die ervaring bevestigde haar idee dat kunst er voor iedereen is. „Dat manifest bevat nog steeds ideeën waar we achter staan.”

Maar zelf alles doen is niet heilig. „Eigenlijk hou ik er enorm van om met regisseurs te werken. Die willen je vanuit een grote liefde verder stuwen. Als je dat als speler vertrouwt, dan ga je veel durven. Dat vertrouwen kun je weer meenemen als je je eigen ding doet.”

Het is fijn om het als maker en acteur niet altijd uit jezelf te moeten halen, zegt ze. „Ik ben mezelf soms echt zat. Omdat ik merk dat ik op dezelfde manier vorm geef aan situaties. Als we acts maken, bijvoorbeeld, dan schiet ik snel in iets met muziek en dans. Terwijl acteren juist de mogelijkheid geeft ongekende aspecten van mezelf aan te boren, waardoor ik het gevoel heb: ik stap uit mezelf.”

Haar grootste drijfveer bij het acteren is publiek aan het denken krijgen. „Het ergste is als een voorstelling mensen onbewogen laat. Dat raakt aan wat ik zeg in Work Harder: de angst om middelmatig te zijn heb ik wel.” Mooi acteerprijzen nemen die angst niet weg. „Die angst is irrationeel, dus zo werkt het niet. Theater is fluïde en ongrijpbaar en hangt zo af van het moment dat die twijfel en angst er iedere avond is. Het is nooit af. Dat wil ik ook niet. Ik wil absoluut het gevoel houden dat ik het publiek elke avond moet veroveren. Anders wordt het duf.”

Boze stiefmoeder

Duf is niet haar rol van boze stiefmoeder, Marie, in de film Kom hier dat ik u kus. Deze Marie is evil, zegt ze, extreem manipulatief en egocentrisch. „Voor zo’n rol moet je de vuile kanten van jezelf aanspreken.” De lichtvoetige, dubbelzinnige en zelfbewuste toon van Wunderbaum staat ver af van het naturalisme van filmacteren. Daar wil Dierickx dan ook niet aan. „Ik speel met veel emotie. Het is vervelend als een regisseur zegt: doe maar wat kleiner, wat minder. Acteren gaat over waarachtigheid en geloofwaardigheid. Dat kan net zo goed in een groter gebaar of in grote emoties. Ik kijk juist graag naar acteurs die zich helemaal geven.”

Toch valt ze soms terug op techniek, zegt ze. „Een gevoel forceren is erger dan het niet bereiken. Als je te veel nadenkt bij wat je doet, stroomt het al niet meer.”

Bij het spelen put ze uit haar eigen gevoelsleven. „Ik ben blij dat ik zoveel kwijt kan in theater. Het is een uitlaatklep. Niet op een therapeutische manier. Maar als ik geen theater zou maken, dan zou ik mijn trauma’s en demonen op een andere manier moeten kwijtraken. Dus acteren voelt ergens wel zuiverend en helend.”

Wunderbaum: Work Harder. Regie: Lies Pauwels. Première 11/9, Theater Rotterdam. Tournee. Info: wunderbaum.nl