Opinie

‘Wat komt u doen?’

Column Amsterdam

Auke Kok

De veiligste plek van Amsterdam is het Hirschgebouw, dat kan niet anders. Buiten op de stoep word je al behandeld als een wandelende aerosolendouche, wat zeg ik, als een coronaverspreider eerste klas. Hoe het er vroeger in de hoogtijdagen van modepaleis Hirsch & Cie toeging weet ik niet, maar tijdens de pandemie heeft de huidige bewoner van het Hirschgebouw, Apple Store, er een überhygiënische vesting van gemaakt. Cipiers met mondkapjes vragen je op een toon die het midden houdt tussen angstig en nerveus wat je hier komt doen. Ik schrok ervan – in mijn onschuld dacht ik in de monumentale driehoek aan het Leidseplein gewoon een overzichtelijke elektronische aanschaf te komen plegen. Dat kon ik vergeten.

Na de vraag „Wat komt u doen?” keken twee ogen mij boven een gezichtsmasker bang-inspecterend aan. Antwoorden mocht trouwens niet meteen, eerst moest ik een mondkapje op. Die had ik niet. Die heb ik immers ook niet bij me als ik de buurtsuper instap, of de bioscoop of de Bijenkorf. De cipier gaf me er een.

Tijdens de pandemie heeft de huidige bewoner van het Hirschgebouw, Apple Store, er een überhygiënische vesting van gemaakt

Prompt werd ik naar een andere rij gedirigeerd: die aan de andere kant van de ingang, waar een andere Applemedewerker mij opving. Gewillig volgde ik de bevelen op, want ik had haast. Het was al laat in de middag en de volgende dag zou mijn eega jarig zijn. Haar wilde ik verblijden met een van die bekoorlijke gadgets van de succesfirma uit Amerika. Wat ik kwam doen? Vanachter mijn kapje antwoordde ik op een toon van ‘wat dacht je anders?’ dat ik iets kwam kopen.

Iets kopen – die had de medewerker niet zien aankomen. „O, maar wát dan?”

Ik noemde het gewenste hebbeding.

„Ja”, glom hij trots, „dat hébben we.”

Nog kon ik niet naar binnen. Uit het niets dook een medewerkster op. Ze hield een soort pistool bij mijn voorhoofd. Ik deinsde naar achteren en veerde pas na haar geruststellende „even uw temperatuur meten, meneer” weer terug.

Aan gene zijde van de drempel opnieuw de vraag wat ik kwam doen. Nou, dat hebbeding kopen dus. Een specialist leidde me naar een vitrine. Ik keek om me heen: de immense winkel leek een steppe van lege tafels en lichtgevende tablets, zo weinig klanten werden er toegelaten. Zeker drie feestende families Grapperhaus zouden er veilig hun gang kunnen gaan.

„Zijn al deze maatregelen niet een beetje overdreven?”, mondkapte ik vrijpostig.

De verkoper keek mij begripvol aan: „Orders van het hoofdkantoor. De regels gelden worldwide. Daar mogen wij niet van afwijken.”

Ach ja, natuurlijk: Apple als ondernemende sekte. Met z’n eigen extreme normen en waarden die vanuit de even bizarre als supersonische headquarters in Cupertino, Californië worden opgelegd. Niks aanpassing dus aan de ‘intelligente lockdown’ in de Low Lands.

Maar, zal je net zien: het hebbeding met de door mij gewenste eigenschappen bleek niet voorradig. Moest ik als een speer naar Haarlem, waar een nieuw filiaal met hetzelfde procedé op mij wachtte.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.