Opinie

Onderhandelingen over Brexit hebben wat oomph nodig

Brexit

Commentaar

Nog 113 dagen voor de Britten voorgoed de Europese interne markt verlaten. 113 dagen voor een nieuwe relatie tussen 27 lidstaten van de Europese Unie en hun voormalige medelidstaat begint. Op 31 december eindigt de zogeheten transitieperiode, het post-Brexitjaar waarin de Britten nog even meededen terwijl er werd onderhandeld over een handelsakkoord.

Voor wie de afgelopen dagen een déjà-vu had: dat klopt. Voorafgaand aan iedere onderhandelingsronde sinds David Cameron in 2013 beloofde tot een „nieuwe relatie” met de EU – toen nog binnen de EU – te komen, worden van beide zijden de piketpaaltjes geslagen. Daarbij roepen de Britten om meer flexibiliteit van Brussel en werpt de EU tegen dat er sprake moet blijven van eerlijke concurrentie.

Lees ook: Corona zit nu ook aan tafel bij de Brexit-gesprekken

Ditmaal moet het gekrakeel echter serieuzer genomen worden. Wil een akkoord op tijd ingaan, dan moet er eind oktober een deal zijn.

Maar als de verwijten van de afgelopen dagen een voorteken zijn, is de kans op een No Deal-Brexit groot. Dat de onderhandelingen die dinsdag werden hervat ergens toe gaan leiden, geloven weinigen. Visserij en staatssteun (en daaraan gekoppeld de positie van Noord-Ierland) blijven de heikele punten. Het optimisme van voor de zomer is verdwenen, toen de Duitse bondskanselier Angela Merkel in haar rol als roulerend voorzitter van de EU werd gezien als dealmaker en de Britse premier Boris Johnson zei dat er slechts een beetje „oomph nodig was.

Lees ook: De Brexit leek altijd ver weg

Nu lijkt Johnson de vorig jaar moeizaam uitonderhandelde scheidingsakte te willen opblazen, met name waar het gaat om Noord- Ierland, het gevoeligste onderdeel. Hij zou werken aan een wetsvoorstel dat de gemaakte akkoorden omzeilt (of vanuit Brits gezichtspunt „wat losse einden straktrekt”). Áls er half oktober geen handelsakkoord is.

Aan dergelijke dreigementen heeft niemand iets, ook niet als tactiek om de vastgelopen onderhandelingen vlot te trekken. Als één partij terugkomt op eerder gemaakte afspraken, al is het alleen maar bluf, hoe zijn dan vervolgafspraken te maken? Akkoorden worden alleen gesloten tussen partners die elkaar vertrouwen.

Na vier jaar onzekerheid is iedereen gebaat bij een deal. Beide partijen zijn het verplicht, helemaal te midden van een coronacrisis die de economie nog tijden zal beïnvloeden. Een No Deal, hoe stellig Johnson zijn achterban ook meldt dat ook dat „een goede uitkomst” is, zal een wintercrisis boven op de coronacrisis veroorzaken. Met beelden van chaotische taferelen van vrachtwagens die aan beide zijden van de grens vaststaan.

Het zal de vraag oproepen: als onderhandelen met de buren al niet lukt, met wie dan wel? Een No Deal zal niet alleen twijfels oproepen aan de bekwaamheid van het kabinet-Johnson, maar ook aan die van de Europese Unie. Een tijdlang zullen beschuldigingen over en weer ieder verder contact bemoeilijken.

Het is daarom in ieders belang om de komende maand te benutten. Dat kan: vorig jaar rond deze tijd leek een scheidingsakte ook vrijwel onmogelijk, een aantal weken later waren de Britten en de EU ex-partners. Wat van die oomph kunnen ook deze onderhandelingen gebruiken.